ECLI:NL:RBROT:2008:BG0955
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging bouwfraude GWW-sector en versnelde procedure
De zaak betreft een beroep van een bouwbedrijf tegen een boete van ruim €1 miljoen opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) in de periode 1998-2001. De boete is opgelegd na een versnelde procedure waarbij het bedrijf de feiten en de essentie van het rapport niet heeft betwist.
De rechtbank oordeelt dat de versnelde procedure niet onrechtmatig is en dat de voorwaarden daarvan, waaronder het afzien van individuele betwisting van feiten in bezwaar en beroep, duidelijk zijn gecommuniceerd. De erkenning van deelname aan het kartel staat vast, waardoor betwisting in de beroepsfase niet mogelijk is. De boetegrondslag, gebaseerd op de aanbestedingsomzet van 2001, wordt als redelijk beoordeeld.
Verder wordt het beleid rond clementie en boetevermindering, inclusief de toepassing van de Boetebekendmaking GWW-deelsector en de Clementierichtsnoeren, bevestigd. De rechtbank wijst het beroep af, oordeelt dat de redelijke termijn niet is overschreden en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep tegen de boeteoplegging wegens overtreding van de Mededingingswet en het EG-Verdrag wordt ongegrond verklaard.