ECLI:NL:RBROT:2008:BC4206
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op loon makelaar bij voortijdige beëindiging no cure no pay bemiddelingsovereenkomst
Partijen sloten een bemiddelingsovereenkomst waarbij [eiser] zou bemiddelen bij de verkoop van meerdere onroerende zaken van Leo Holding. Na een openingsbod van een derde partij werd de overeenkomst voortijdig door Leo Holding beëindigd. [Eiser] vorderde vergoeding van het gederfde loon op grond van artikel 7:411 BW Pro.
De rechtbank overwoog dat een opdrachtgever een opdracht in beginsel te allen tijde kan opzeggen, maar dat een opzegging onaanvaardbaar kan zijn als die in strijd is met redelijkheid en billijkheid. In dit geval was onvoldoende onderbouwd dat de opzegging onaanvaardbaar was. Wel kon [eiser] aanspraak maken op een redelijke vergoeding vanwege de voortijdige beëindiging.
De rechtbank wees het volle loon af omdat Leo Holding de overeenkomst zonder gegronde reden had beëindigd en [eiser] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een koopovereenkomst met zekerheid tot stand zou zijn gekomen. Op basis van de verrichte werkzaamheden, het ontbreken van voordeel voor Leo Holding en gemaakte onkosten, werd het loon vastgesteld op € 50.000. Leo Holding werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag en de proceskosten.
Uitkomst: Leo Holding is veroordeeld tot betaling van € 50.000 aan [eiser] wegens voortijdige beëindiging van de bemiddelingsovereenkomst.