ECLI:NL:RBROT:2008:BC4114
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding aansluit- en transportdiensten bij meerdere aansluitingen volgens Elektriciteitswet 1998
Eneco, als netbeheerder, leverde aansluit- en transportdiensten aan Shell, dat een particuliere elektriciteitsnet met twee gescheiden verbindingen beheert. De kern van het geschil was of Shell vanaf 1 januari 2000 vergoeding verschuldigd was voor één of twee aansluitingen volgens de Elektriciteitswet 1998. Eneco stelde dat er sprake was van twee aansluitingen omdat de verbindingen galvanisch niet verbonden zijn, terwijl Shell betoogde dat het om één aansluiting ging, mede vanwege een bestaande afspraak en redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank volgde de uitleg van de Hoge Raad en het kostenveroorzakingsbeginsel, dat galvanische verbondenheid vereist is om meerdere verbindingen als één aansluiting te beschouwen. Omdat de verbindingen van Shell niet galvanisch verbonden zijn, oordeelde de rechtbank dat er sprake is van twee aansluitingen waarvoor Shell de tarieven moet betalen. Daarnaast wees de rechtbank de vorderingen van Shell af die betrekking hadden op vergoeding van blindenergie en schade door stroomstoringen, waarbij het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden van Eneco van toepassing werd geacht.
Shell had de conceptovereenkomsten voor aansluiting en transport niet ondertekend, maar gebruikte de diensten wel. De rechtbank vond dat Shell redelijkerwijs moest aannemen dat de exoneratieclausule van toepassing was. De vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Shell werd veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Eneco.
Uitkomst: Shell is gehouden om aansluit- en transportvergoedingen voor twee aansluitingen te betalen en haar vorderingen worden afgewezen.