ECLI:NL:RBROT:2007:BB9644
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige beëindiging bijstandsuitkering en gevolgschade
Eiser vordert schadevergoeding van de gemeente Rotterdam wegens onrechtmatige beëindiging van zijn bijstandsuitkering per 1 november 2003. De gemeente had aanvankelijk alleen wettelijke rente toegekend en vervolgde dit besluit met een bezwaarafwijzing. Eiser claimt daarnaast vergoeding van gevolgschade, waaronder incassokosten en andere kosten die zijn ontstaan doordat hij door het stopzetten van de uitkering niet aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen.
De rechtbank overweegt dat de gemeente ten onrechte heeft aangenomen dat de schadeoorzaak lag in de vertraging van uitbetaling van een geldsom en daardoor de schadevergoeding heeft beperkt tot wettelijke rente. De schade is volgens de rechtbank het gevolg van het onrechtmatige besluit tot beëindiging van de uitkering, waardoor eiser schulden en bijkomende kosten heeft moeten maken.
De rechtbank sluit aan bij jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en oordeelt dat de gemeente opnieuw moet beoordelen of de gevolgschade toerekenbaar is aan het beëindigingsbesluit. Tevens dient de gemeente in het nieuwe besluit in te gaan op het verzoek van eiser om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen opnieuw te beslissen over de schadevergoeding en immateriële schadevergoeding.