ECLI:NL:RBROT:2006:BA0470
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfssluiting en vergoeding
Een werknemer, werkzaam als autoverkoper sinds 1979, verzoekt de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst wegens veranderde omstandigheden en vraagt een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule. De arbeidsovereenkomst is echter reeds rechtsgeldig opgezegd door de werkgever wegens bedrijfseconomische redenen met toestemming van het CWI, omdat de onderneming wordt gestaakt.
De werkgever stemt in met ontbinding, maar zonder vergoeding. De kantonrechter overweegt dat de ontbindingsprocedure bedoeld is om snel duidelijkheid te krijgen over het voortbestaan van de arbeidsovereenkomst, maar dat die noodzaak ontbreekt omdat de arbeidsovereenkomst al rechtsgeldig is opgezegd. De werknemer kan beter een procedure wegens kennelijk onredelijke opzegging starten om een vergoeding te vorderen.
De kantonrechter wijst erop dat de werkgever voldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht en dat de werknemer onvoldoende initiatief toont om elders werk te vinden. Ook het risico van faillissement van de werkgever rechtvaardigt geen ontbinding. Het verzoek wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen; partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.