ECLI:NL:RBROT:2006:AU9926
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kruisdijk
- J.M. Hamaker
- L.J.J. Rogier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en rechtmatigheid last onder dwangsom door De Nederlandsche Bank
Eiseres, een onderneming die zonder vergunning het schadeverzekeringsbedrijf uitoefende, werd door verweerster, De Nederlandsche Bank (DNB), een last onder dwangsom opgelegd vanwege het niet tijdig verstrekken van gevraagde inlichtingen. Eiseres betwistte de bevoegdheid van DNB en stelde dat zij geen schadeverzekeringsbedrijf zou uitoefenen en dat de dwangsom inmiddels verjaard was.
De rechtbank overwoog dat het beroep niet ontvankelijk was wegens het ontbreken van procesbelang bij de inmiddels verjaarde dwangsom, maar dat eiseres toch belang behield vanwege het verzoek om toepassing van artikel 7:15 Awb Pro. De rechtbank stelde vast dat DNB bevoegd was om de last op te leggen op grond van de Wtv 1993, ook voor het afwikkelen van lopende overeenkomsten.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres, waaronder de stelling dat zij geen vergunninghoudende verzekeraar was en dat artikel 70 Wtv Pro 1993 niet op haar van toepassing was. De cautie tijdens het onderzoek werd als niet relevant beoordeeld. De hoogte van de dwangsom werd als proportioneel beschouwd.
Gelet op de feiten en de rechtspraak verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenvergoeding af. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van DNB om toezicht te houden en dwangsommen op te leggen bij overtredingen van de Wtv 1993.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom door DNB wordt bevestigd.