ECLI:NL:RBROT:2003:AH9229
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen doorhaling inschrijving cliëntenremisier wegens overtreding Wte 1995
Verweerster, de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM), heeft op 22 april 2003 het besluit genomen om de inschrijving van verzoekster I als cliëntenremisier door te halen op grond van artikel 21, vijfde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995). Dit besluit was gebaseerd op het oordeel dat verzoekster I zonder vergunning het effectenleaseproduct VermogensConcept had aangeboden, cliënten had geaccepteerd van andere cliëntenremisiers in strijd met de Wte 1995, en contractaanvragen had geaccepteerd van niet-geregistreerde cliëntenremisiers in strijd met de Nadere regeling toezicht effectenverkeer (NR).
Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit gedurende de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers rechtstreeks in hun belang waren getroffen en het verzoek om voorlopige voorziening ontvankelijk was. De rechtbank stelde vast dat het product VermogensConcept een beleggingsproduct is dat niet onder de vrijstelling valt en dat verzoekster I meer handelde dan het uitsluitend aanbrengen van cliënten, wat in strijd is met artikel 7 van Pro de Wte 1995.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de overtredingen ernstige toezichtsantecedenten vormden die de betrouwbaarheid van de beleidsbepalers van verzoekster I in twijfel trokken. Verzoekers konden zich niet beroepen op onwetendheid of vertrouwen in AEGON. Gezien de belangen van beleggers was de doorhaling van de inschrijving gerechtvaardigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick op 20 juni 2003.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de doorhaling van de inschrijving als cliëntenremisier wordt afgewezen.