ECLI:NL:RBROT:2001:AB2805
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G.M. Simons
- J. Riphagen
- E.I. van den Bos-Boomsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningverlening concentratie Essent N.V. en mededingingsrechtelijke gevolgen op markt compostering GFT-afval
Verweerder verleende op 20 oktober 1999 een vergunning aan PNEM/MEGA en EDON voor hun concentratie, waarbij voorschriften werden verbonden om belangen in bepaalde vennootschappen af te stoten. Essent N.V. (eiseres) stelde beroep in tegen dit besluit, betwistte de mededingingsrechtelijke beoordeling en voerde aan dat de langlopende contracten en marktstructuur de beoordeling onjuist maakten.
De rechtbank oordeelde dat de langlopende contracten wel degelijk deel uitmaken van de markt en dat de beoordelingsruimte van verweerder niet zo ver reikt dat rechterlijke toetsing beperkt moet blijven tot redelijkheid. De marktaandelen en marktstructuur rechtvaardigen het oordeel dat een economische machtspositie ontstaat die daadwerkelijke mededinging significant belemmert.
Eiseres' stellingen over onvoldoende onderzoek en motivering werden verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het besluit van 20 oktober 1999 in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van Essent N.V. tegen het vergunningbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.