ECLI:NL:RBROE:2012:BW9185
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onduidelijke intrekkingsdatum
De rechtbank Roermond behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de gemeente Weert tot terugvordering van bijstand die aan de moeder van zijn kind was verleend. Verweerder stelde dat eiser en de moeder een gezamenlijke huishouding voerden vanaf 10 januari 2005, waardoor bijstand ten onrechte werd verstrekt.
Uit onderzoek, waaronder een huisbezoek en buurtonderzoek, bleek dat eiser zijn hoofdverblijf had bij de moeder van zijn kind in de periode 2005 tot en met 2011. Diverse documenten, facturen en verklaringen ondersteunden dit oordeel, ondanks wisselende verklaringen van partijen.
De rechtbank oordeelde echter dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de intrekking van de uitkering vanaf 10 januari 2005 zou gelden, omdat geen documenten uit die periode waren aangetroffen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank bepaalde dat eiser vanaf 23 september 2005 tot 1 maart 2011 zijn hoofdverblijf bij de moeder had, maar kon zelf niet in de zaak voorzien wegens ontbrekende gegevens voor herberekening. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze periode.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de ingangsdatum; verweerder moet een nieuw besluit nemen vanaf 23 september 2005.