ECLI:NL:CRVB:2004:AO5328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds december 1999 een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) als alleenstaande ouder. Gedaagde trok de uitkering over maart 2000 in omdat appellante had verzwegen dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner, waardoor zij geen recht meer had op de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat sprake is van een gezamenlijke huishouding omdat appellante en haar partner hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden, ondanks dat de partner ook een andere woonruimte aanhield. Dit blijkt uit verklaringen, observaties en het rapport van het Bureau Fraudebestrijding. De verzwegen gezamenlijke huishouding leidt tot het onterecht ontvangen van bijstand, die daarom moet worden teruggevorderd.
De Raad bevestigt het besluit tot intrekking van de uitkering en de terugvordering van de kosten van de verstrekte bijstand. Er zijn geen dringende redenen om hiervan af te zien. De uitspraak is daarmee in stand gebleven en appellante kan nog cassatieberoep instellen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van de kosten worden bevestigd wegens het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding.