ECLI:NL:RBROE:2010:BK8922

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
8 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09 / 1463
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:70 AwbArt. 8:71 AwbArt. 26 Invorderingswet 1990
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid rechtbank bij beroep tegen niet tijdig beslissen op kwijtscheldingsverzoek gemeentelijke en waterschapsheffingen

Eiseres heeft een verzoek tot kwijtschelding van gemeentelijke en waterschapsheffingen ingediend, dat is afgewezen door het waterschapsbedrijf Limburg. Hiertegen stelde zij administratief beroep in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo en het dagelijks bestuur van het waterschap Peel en Maasvallei. Nadat op dit administratief beroep niet tijdig was beslist, richtte eiseres zich tot de rechtbank met een beroep tegen het uitblijven van een beslissing.

De rechtbank onderzocht ambtshalve haar bevoegdheid en concludeerde dat op grond van artikel 8:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de negatieve lijst geen beroep openstaat tegen besluiten op grond van de Invorderingswet 1990, waaronder het kwijtscheldingsverzoek valt. Ook is de bestuursrechter niet bevoegd als belastingrechter, aangezien een beslissing op een kwijtscheldingsverzoek geen voor bezwaar en beroep vatbare belastingbeschikking is.

De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Gerechtshof Amsterdam die deze lijn bevestigen. Eiseres kan zich alleen tot de burgerlijke rechter wenden indien zij meent dat het kwijtscheldingsbeleid onjuist is toegepast.

Op grond hiervan verklaarde de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep. Tegen deze uitspraak staat verzet open.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer
Procedurenummer: AWB 09 / 1463
Uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:70 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro
inzake
[naam eiseres] te [woonplaats eiseres], eiseres,
gemachtigde mr. S. Smeets,
tegen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder.
1. Procesverloop
1.1. Bij besluit van 23 juni 2009 heeft het waterschapsbedrijf Limburg (unit waterschapsheffingen te Roermond) het verzoek om kwijtschelding van de aanslag gemeentelijke heffingen 2009 alsmede van de aanslag waterschapsheffingen 2009 afgewezen. Hiertegen heeft eiseres bij brief van 1 juli 2009 administratief beroep ingesteld bij verweerder, daaronder in dit geval tevens begrepen het dagelijks bestuur van het Waterschap Peel en Maasvallei.
1.2. Tegen het uitblijven van een beslissing op het administratief beroep is namens eiseres bij brief van 14 oktober 2009 beroep ingesteld bij deze rechtbank.
1.3. Bij brieven van 28 oktober 2009 is aan partijen meegedeeld dat de rechtbank ambtshalve heeft besloten tot versnelde behandeling als bedoeld in artikel 8:52 van Pro de Awb.
1.4. Bij brief van 28 oktober 2009 heeft de griffier een afschrift van het beroepschrift (met bijlagen) aangetekend verzonden aan verweerder met het verzoek binnen twee weken de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zenden. Deze zijn op 10 november 2009 bij de rechtbank binnengekomen.
2. Overwegingen
2.1. De rechtbank ziet zich -ambtshalve- allereerst gesteld voor de vraag of de rechtbank bevoegd is te beslissen op het ingestelde beroep, gericht tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding.
2.2. Zoals in het ingediende verweerschrift is weergegeven is de formele basis voor de bevoegdheid tot kwijtschelding neergelegd in artikel 26 van Pro de Invorderingswet 1990 en de ter uitvoering daarvan gestelde nadere regels, in casu de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
2.3. In dit kader verwijst de rechtbank naar het bepaalde in artikel 8:5 van Pro de Awb, alsmede naar de daarbij behorende, zogeheten negatieve lijst (onder I). Volgens deze bepaling en lijst kan, op een enkele -hier niet van toepassing zijnde- uitzondering na, geen beroep worden ingesteld tegen een besluit genomen op grond van een wettelijk voorschrift inzake de Invorderingswet 1990. Gelet hierop stond voor eiseres niet de mogelijkheid van beroep open bij de rechtbank, waarbij zij zich in dit oordeel gesteund ziet door de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 februari 2008, LJN: BC3983.
2.4. De rechtbank merkt vervolgens op dat de ten tijde van het instellen van beroep voor het vaststellen van de competentie van de bestuursrechter in belastingzaken eerstaangewezen rechterlijke instantie zich evenmin bevoegd heeft geacht te oordelen over besluiten inzake een kwijtscheldingsverzoek betreffende aanslagen van gemeentelijke belastingen als hier in geding. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2004, LJN AR5033. Uit rechtsoverweging 2 van die uitspraak komt naar voren dat de beslissing op een kwijtscheldingsverzoek geen voor bezwaar en voor beroep bij de belastingrechter vatbare beschikking is en dat de belanghebbende zich tot de burgerlijke rechter kan wenden indien hij van oordeel is dat het krachtens de Invorderingswet 1990 vastgestelde kwijtscheldingsbeleid onjuist is toegepast.
2.5. Ingevolge artikel 8:54 van Pro de Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is omdat zij kennelijk onbevoegd is, dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2.6 Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank in dit geval termen aanwezig om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
2.7. Nu -mede gelet op het bepaalde in artikel 8:71 van Pro de Awb- ter zake van het geschil dat partijen verdeeld houdt uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend, zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren om van het onderhavige beroep kennis te nemen.
2.8. Op grond van het bovenstaande wordt met toepassing van het bepaalde in artikel 8:54 van Pro de Awb beslist als volgt.
3. Beslissing
De rechtbank Roermond;
verklaart zich onbevoegd.
Aldus gedaan door mr. drs. E.J. Govaers in tegenwoordigheid van M.B.G. Cox-Vorage als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2010.
w.g. M.B.G. Cox-Vorage,
griffier w.g. mr. drs. E.J. Govaers,
rechter
Voor eensluidend afschrift:
de griffier:
verzonden op: 8 januari 2010.
MC
Tegen deze uitspraak staat het rechtsmiddel verzet open. Indien u daarvan gebruik wenst te maken, dient u binnen zes weken na dagtekening van de verzending van het afschrift van deze uitspraak, een verzetschrift aan deze rechtbank (p.a. Rechtbank Roermond Postbus 950, 6040 AZ Roermond) te zenden. Daarin vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt. Tevens gelieve u aan te geven of u wel/niet in de gelegenheid gesteld wilt worden over het verzet te worden gehoord.