Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A 1] ,
2.
[partij A 2],
[stichting],
1.Waar deze zaak over gaat
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 2 juli 2025,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de mondelinge behandeling van 17 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij namens beide partijen pleitnotities zijn voorgedragen.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
nahet overlijden van [erflaatster] niet gelijk waren aan de vergoedingen
voorhet overlijden van [erflaatster] . Zo zijn de beheervergoedingen volgens hem onder andere lager vanwege het einde van de beheerovereenkomst met Flevotoren N50 BV. Daarnaast zijn partijen het niet eens over het antwoord op de vraag vanaf wanneer de nalatenschap schade heeft geleden. Volgens [partij A] heeft [partij B] vanaf het overlijden van [erflaatster] te weinig aan de nalatenschap overgemaakt. [partij B] stelt echter dat hij tot en met oktober 2022 de volledige beheervergoedingen aan de nalatenschap heeft overgemaakt en dat hij pas vanaf november 2022 de gelden aan zichzelf heeft uitbetaald.
woensdag 18 maart 2026voor het nemen van een akte door [partij B] over wat is vermeld onder rechtsoverwegingen 5.19. - 5.20., 5.30. en 5.41. Vervolgens krijgen [partij A] de gelegenheid voor een antwoordakte op een termijn van vier weken daarna;
woensdag 18 maart 2026voor het nemen van een akte door [partij A] over wat is vermeld onder rechtsoverweging 5.38. Vervolgens krijgt [partij B] de gelegenheid voor een antwoordakte op een termijn van vier weken daarna;