ECLI:NL:RBOVE:2026:642

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
AK_25_928
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 KadasterwetArt. 7f KadasterwetArt. 7g KadasterwetArt. 7s KadasterwetArt. 31 Kadasterregeling 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ambtshalve herstel kadastrale oostgrens perceel door Kadaster

Eisers zijn eigenaar van een perceel waarvan het Kadaster ambtshalve de oostgrens heeft hersteld in de Basisregistratie Kadaster. Eisers betwisten deze wijziging en stellen dat ook andere documenten, zoals de leveringsakte van 2004 en relaas 177, als brondocumenten hadden moeten gelden.

De rechtbank stelt vast dat volgens de Kadasterwet slechts één brondocument per kadastrale grens kan bestaan en dat relaas 752 het enige geldige brondocument is voor de oostgrens. De leveringsakte en situatietekening zijn geen brondocumenten en kunnen niet leiden tot een andere grensvaststelling. De rechtbank benadrukt dat een grensreconstructie geen nieuwe grens vormt, maar de bestaande grens zichtbaar maakt.

Verder oordeelt de rechtbank dat het Kadaster de gegevens uit relaas 752 correct heeft verwerkt en dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd. Eisers slaagden er niet in het vertrouwensbeginsel of de hoorplicht te doen gelden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het herstel blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het ambtshalve herstel van de oostgrens van het perceel wordt ongegrond verklaard en het herstel blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/928

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2], beiden uit [woonplaats 1], eisers

(gemachtigde: mr. S.F. Knoop),
en
de bewaarder van het Kadaster en de openbare Registers(hierna: het Kadaster), verweerder.
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:
de gemeente [gemeente](hierna: de gemeente) en
[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2]uit [woonplaats 2] (hierna: [derde belanghebbenden]) (gemachtigde: mr. W. Hogenkamp).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het ambtshalve herstellen (wijzigen) door het Kadaster van de gegevens over de oostgrens van een perceel van eisers in de Basisregistratie Kadaster (hierna: de basisregistratie). Eisers zijn het niet eens met deze wijziging. Aan de hand van de beroepsgronden van eisers beoordeelt de rechtbank of het Kadaster de gegevens terecht heeft gewijzigd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Kadaster de gegevens over de oostgrens van het perceel terecht heeft gewijzigd. Het relaas van bevindingen 752 (hierna: relaas 752) is het enige brondocument voor deze grens en wat eisers hebben aangevoerd geeft geen aanleiding om aan te nemen dat het Kadaster de gegevens uit dit brondocument onjuist heeft opgenomen in de basisregistratie. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met een besluit van 23 oktober 2024 heeft het Kadaster de gegevens met betrekking tot (onder meer) de oostgrens van een perceel van eisers in de basisregistratie hersteld. Met een besluit van 28 januari 2025 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Kadaster het bezwaar van eisers tegen het besluit van 23 oktober 2024 kennelijk ongegrond verklaard en is het Kadaster bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Kadaster heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. [derde belanghebbenden] hebben ook schriftelijk gereageerd.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. [eiser 1] is niet verschenen. [eiser 2] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van eisers en mr. L.S. Mauer. Namens het Kadaster zijn mr. L.A.M. Meijererink en [naam] verschenen. [derde belanghebbenden] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Namens de gemeente is niemand verschenen, zoals ook was aangekondigd. De rechtbank heeft dit beroep gelijktijdig behandeld met het beroep van [eiser 2] met zaaknummer ZWO 24/4241. De rechtbank doet in beide beroepsprocedures afzonderlijk uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

De relevante feiten en omstandigheden
3. De rechtbank stelt vast dat het volgende tussen partijen niet in geschil is.
3.1.
Eisers zijn sinds 1 juni 2021 eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente [gemeente], [perceel 1] (hierna: perceel [perceel 1]). Op perceel [perceel 1] staat de woning van eisers. Het perceel heeft door de jaren heen verschillende nummers gehad. De rechtbank duidt het perceel in deze uitspraak steeds aan met het huidige nummer [perceel 1].
3.2.
Perceel [perceel 1] grenst aan de westzijde aan het perceel [gemeente], [perceel 2] (hierna: perceel [perceel 2]). Dit perceel is sinds 31 december 2012 in eigendom van [derde belanghebbenden]. Ook dit perceel heeft door de jaren heen verschillende nummers gehad en de rechtbank duidt ook dit perceel in deze uitspraak steeds aan met het huidige nummer [perceel 2]. Perceel [perceel 1] grenst aan de oost- en zuidzijde aan perceel [perceel 3]. Over perceel [perceel 3] loopt direct ten oosten van perceel [perceel 1] een zandpad.
3.3.
Tussen eisers en [derde belanghebbenden] bestaat een geschil over een strook met een breedte van 4 meter die ligt op de grens van de percelen [perceel 2] en [perceel 1]. Beide partijen stellen dat deze strook hun eigendom is. Over deze kwestie voeren zij momenteel een civielrechtelijke procedure.
3.4.
Op 18 maart 2024 heeft een landmeter van het Kadaster op verzoek van de gemeente de noordgrens van perceel [perceel 1] gereconstrueerd. Daarbij zijn ook de snijpunten van deze noordgrens met de west- en de oostgrens van perceel [perceel 1] zichtbaar gemaakt. Bij deze reconstructie heeft de landmeter geconcludeerd dat de westgrens van perceel [perceel 1] niet correct was weergegeven op de kadastrale kaart. Naar aanleiding daarvan heeft het Kadaster met een besluit van 4 mei 2024 ambtshalve de gegevens met betrekking tot de westgrens van perceel [perceel 1] op de (tot de basisregistratie behorende) kadastrale kaart hersteld. [eiser 2] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
3.5.
Op 17 september 2024 heeft een landmeetkundig specialist van het Kadaster (onder meer) naar aanleiding van dat bezwaar opnieuw de noordgrens en de snijpunten van de noordgrens met de west- en oostgrens van perceel [perceel 1] gereconstrueerd. Daarnaast heeft deze landmeetkundig specialist eveneens op 17 september 2024 op verzoek van Zondag de zuid-, oost- en westgrens van perceel [perceel 1] gereconstrueerd. Bij deze reconstructies heeft de landmeetkundig specialist geconcludeerd dat de noord-, zuid- en oostgrens van perceel [perceel 1] niet correct waren weergegeven op de kadastrale kaart. Naar aanleiding daarvan heeft het Kadaster met het besluit van 23 oktober 2024 ambtshalve de gegevens met betrekking tot de noord-, zuid- en oostgrens van perceel [perceel 1] in de basisregistratie hersteld. Op basis van het herstel van de kadastrale grenzen heeft het Kadaster de kadastrale oppervlakte van perceel [perceel 1] herberekend op 4.745 m².
3.6.
Met het bestreden besluit heeft het Kadaster het bezwaar van eisers tegen het besluit van 23 oktober 2024 kennelijk ongegrond verklaard en is het Kadaster bij het herstel van de gegevens met betrekking tot de noord-, zuid- en oostgrens van perceel [perceel 1] gebleven.
Waar gaat het geschil over?
4. Eisers hebben beroepsgronden aangevoerd over het herstellen van de noord-, zuid- en oostgrens van perceel [perceel 1]. Op de zitting heeft de gemachtigde van eisers verklaard dat het eisers alleen nog gaat om de oostgrens. De rechtbank begrijpt hieruit dat het beroep zich niet langer richt tegen het herstellen van de noord- en zuidgrens van perceel [perceel 1]. Daarom zal de rechtbank daar in deze uitspraak niet op ingaan.
5. Verder kan het in deze beroepsprocedure alleen gaan over (het herstel van) de kadastrale grens en niet over de juridische grens of de gebruiksgrens. Zoals het Kadaster heeft toegelicht kunnen de juridische grens en de gebruiksgrens in de praktijk anders liggen dan de kadastrale grens. De rechtbank kan in deze procedure geen uitspraak doen over de vraag of dat in dit geval zo is. Het oordeel daarover is aan de civiele rechter. [1]
Toetsingskader
6. Op grond van artikel 7s, eerste lid, van de Kadasterwet herstelt het Kadaster ambtshalve een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 7f, tweede lid, of 7g, eerste lid, in de basisregistratie, als het constateert dat de weergave van dat gegeven in de basisregistratie niet in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument of, ingeval een authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven niet juist en volledig daaruit is afgeleid. Het herstellen van een authentiek gegeven wordt in de praktijk ook wel aangeduid als het redresseren van dat gegeven.
Wat is het brondocument voor de oostgrens van perceel [perceel 1]?
7. Eisers stellen zich op het standpunt dat het Kadaster voor het vaststellen van de oostgrens van perceel [perceel 1] had moeten uitgaan van relaas 752 in combinatie met relaas 177 en (de bedoeling van de partijen die betrokken waren bij) de akte van levering van perceel [perceel 1] van 6 december 2004 (hierna: de leveringsakte van 2004). Volgens eisers zijn deze documenten de brondocumenten voor de oostgrens van perceel [perceel 1]. Daartoe voeren zij aan dat de kadastrale grens op grond van artikel 1 van Pro de Kadasterwet wordt gevormd op basis van inlichtingen van belanghebbenden en met gebruikmaking van bescheiden, zoals bedoeld in artikel 50 van Pro de Kadasterwet. Zij wijzen erop dat de leveringsakte van 2004 is ingeschreven in de openbare registers en dat dit daarom een brondocument is in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Kadasterwet. Verder voeren zij aan dat uit artikel 57 van Pro de Kadasterwet volgt dat een aanwijzing de grondslag vormt voor de meting en dat de aanwijzing van de grenzen leidend is voor de vorming van een perceel. Volgens eisers zijn de grensreconstructies van 2024, en daarmee het vaststellen van een (nieuwe) kadastrale oostgrens, in strijd met de leveringsakte van 2004 en de bijbehorende situatietekening. Zij voeren aan dat in deze leveringsakte nauwkeurig is vastgelegd welk perceel werd verkocht en wat de exacte grootte van dit perceel was, namelijk 4.970 m². Verder voeren zij aan dat de grenzen van het nieuw te vormen perceel voorafgaand aan de koop door de koper en de verkoper zijn uiteengezet met sjalonpalen. Ook is volgens eisers een situatietekening bij de leveringsakte van 2004 gevoegd, waarop de bedoeling van partijen duidelijk zichtbaar is. Verder voeren eisers aan dat het Kadaster de oostgrens ten onrechte (mede) heeft bepaald aan de hand van relaas 123 uit 1896 en relaas 819 uit 2016.
8. De rechtbank is van oordeel dat het Kadaster zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat relaas 752 het (enige) brondocument is voor de oostgrens van perceel [perceel 1]. Zij zal dit hierna uitleggen.
8.1.
De rechtbank is het met het Kadaster eens dat uit het systeem van de Kadasterwet en met name uit artikel 57 van Pro die wet kan worden afgeleid dat voor elk deel van een kadastrale grens slechts één brondocument kan bestaan. De rechtbank is het ook met het Kadaster eens dat het brondocument voor de gehele oostgrens van perceel [perceel 1] relaas 752 is. Anders dan eisers kennelijk veronderstellen heeft het Kadaster voor het herstellen van de oostgrens niet relaas 123 of relaas 819 gebruikt. Uit het wel door het Kadaster gebruikte relaas 752 blijkt dat in 2005 de oost- en zuidgrens van het destijds nieuw te vormen perceel [perceel 4] (nu perceel [perceel 1]) zijn aangewezen. De nieuwe oostgrens is aangewezen als een lijn die ligt op 4,00 meter evenwijdig aan de bestaande oostgrens. Daarbij is aangegeven dat dit overeenkomt met de kant van de weg. De rechtbank begrijpt dat het hier gaat om het pad dat loopt over het naastgelegen perceel [perceel 3]. Hiermee werd bereikt dat dit pad geen deel ging uitmaken van het nieuw te vormen perceel maar onderdeel bleef van het perceel [perceel 3]. Zoals het Kadaster heeft toegelicht blijkt ook uit de omstandigheid dat de oostgrens van perceel [perceel 1] (destijds perceel [perceel 4]) in relaas 752 en de daarbij behorende hulpkaart 491 in rood is aangegeven dat deze grens met dat relaas nieuw is vastgesteld. Daarbij is van belang dat in de artikelen 31, tweede lid, onder f, en 32, eerste lid, van de Kadasterregeling 1994 is bepaald dat nieuwe grenzen op relazen en hulpkaarten worden afgebeeld in rood. Het door eisers genoemde relaas 177 dateert van 1931 en dus van vóór relaas 752. Reeds daarom kan relaas 177 niet het geldende brondocument voor de oostgrens van perceel [perceel 1] zijn. Er zijn ook geen andere relazen die dateren van na 2005, waarin deze oostgrens in rood is aangegeven. Hieruit volgt dat de oostgrens nadien niet meer is gewijzigd en dat relaas 752 dus het brondocument voor die grens is.
8.2.
Verder is de rechtbank met het Kadaster van oordeel dat de leveringsakte van 2004 en de situatietekening, die daar volgens eisers bij is gevoegd, geen brondocumenten zijn voor de oostgrens van perceel [perceel 1]. Een kadastrale grens wordt niet vastgesteld bij de leveringsakte maar bij de aanwijs en meting zoals vastgelegd in het relaas, als bedoeld in artikel 57 van Pro de Kadasterwet. [2] Bovendien is relaas 752, waarin de aanwijs en meting van de oostgrens zijn neergelegd, van latere datum dan de leveringsakte van 2004. [3] Ten aanzien van de situatietekening is verder nog van belang dat deze niet is ingeschreven in de openbare registers, waardoor dit document geen onderdeel is van de in de openbare registers ingeschreven akte en dus ook geen brondocument in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Kadasterwet. [4] Hieruit volgt dat het Kadaster bij het herstellen van de oostgrens van perceel [perceel 1] geen rekening kon houden met de leveringsakte van 2004 of de situatietekening.
8.3.
Voor zover eisers in de veronderstelling zijn dat de oostgrens van perceel [perceel 1] is gewijzigd als gevolg van de in 2024 uitgevoerde grensreconstructies, merkt de rechtbank op dat dit niet juist is. Zoals het Kadaster heeft toegelicht komt bij een grensreconstructie een landmeter in het terrein om de kadastrale grens te reconstrueren en daarmee de ligging van de bestaande kadastrale grens in het terrein zichtbaar te maken. Bij zo’n reconstructie wordt gebruik gemaakt van de meetgegevens van het ontstaansveldwerk, te weten het brondocument waarbij de kadastrale grens is ontstaan via aanwijs door partijen en meting. Het ontstaansveldwerk (in dit geval relaas 752) wordt niet vervangen door de grensreconstructie en blijft altijd de bron voor de kadastrale grens. Bij een grensreconstructie worden dan ook geen nieuwe kadastrale grenzen gevormd, maar wordt alleen informatie gegeven over de bestaande kadastrale grens. [5]
8.4.
Hieruit volgt dat deze beroepsgrond niet slaagt.
Kunnen de wijze van totstandkoming en inhoud van relaas 752 nog worden betwist?
9. Voor zover eisers hebben beoogd om in het kader van dit beroep de wijze van totstandkoming en de inhoud van relaas 752 te betwisten, kan dit niet slagen. Zoals het Kadaster terecht heeft gesteld, was tegen het vaststellen van de oostgrens en het bijhouden van de gegevens over de oostgrens van perceel [perceel 1] in de basisregistratie op basis van relaas 752 destijds bezwaar mogelijk. Doordat destijds geen rechtsmiddel is aangewend tegen het besluit tot vaststelling van de kadastrale oostgrens, heeft dit besluit sinds 2005 formele rechtskracht. Daarom kunnen de gegevens over deze grens die zijn neergelegd in relaas 752, niet meer ter discussie worden gesteld. Hieruit volgt dat in deze beroepsprocedure niet aan de orde kan worden gesteld of relaas 752 in overeenstemming is met de bedoeling die partijen destijds hadden met de leveringsakte van 2004. In het kader van dit beroep kan alleen aan de orde worden gesteld of de bijwerking van de kadastrale kaart op basis van relaas 752 op de juiste wijze is uitgevoerd. [6]
Is het brondocument door het herstel juist verwerkt in de basisregistratie?
10. Eisers stellen zich op het standpunt dat het Kadaster onvoldoende heeft aangetoond dat het herstel van de gegevens juist is uitgevoerd.
10.1.
De rechtbank ziet in wat eisers hebben aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Kadaster de gegevens uit relaas 752 niet op de juiste wijze heeft weergegeven op de kadastrale kaart. Het Kadaster heeft toegelicht dat de landmeetkundig specialist in de bezwaarfase heeft gecontroleerd of het herstel van de oostgrens correct is uitgevoerd. Deze controle is een feitelijke handeling die bestaat uit het bekijken van de gegevens in het kadastrale systeem. Volgens het Kadaster is uit deze controle gebleken dat de gegevens uit relaas 752 correct op de kadastrale kaart zijn weergegeven. Eisers hebben geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om aan deze toelichting te twijfelen. Hieruit volgt dat deze beroepsgrond niet slaagt.
10.2.
Naar aanleiding van het betoog van eisers dat het herstel ertoe leidt dat de maatvoering van perceel [perceel 1] en/of de omliggende percelen niet (meer) klopt, overweegt de rechtbank nog het volgende. Het Kadaster heeft toegelicht dat door het herstellen van de oostgrens op de (van de basisregistratie deel uitmakende) kadastrale kaart alleen de weergave van de oostgrens op die kaart is gewijzigd en dat de feitelijke kadastrale grens, zoals vastgelegd in relaas 752, daardoor niet is gewijzigd. De kadastrale kaart kan niet worden beschouwd als weergave van de exacte ligging van de perceelsgrenzen. Deze kaart bevat slechts een afbeelding van de percelen en hun ligging ten opzichte van elkaar. Het is een “plaatje” waar geen maatvoering van af te leiden is.
Is het bestreden besluit onvolledig?
11. De rechtbank volgt eisers niet in hun standpunt dat het bestreden besluit onvolledig is, omdat daarin niet is ingegaan op al hun wezenlijke standpunten. Op grond van artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) moet de beslissing op het bezwaar berusten op een deugdelijke motivering. Deze bepaling verzet zich er niet tegen dat het bestuursorgaan de bezwaren samengevat weergeeft. Voor een voldoende motivering is het niet nodig dat op elk argument afzonderlijk wordt ingegaan. De rechtbank is niet gebleken dat het Kadaster bepaalde bezwaren of argumenten niet in zijn overwegingen heeft betrokken. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet. [7]
Heeft het Kadaster het vertrouwensbeginsel geschonden?
12. De rechtbank volgt eisers ook niet in hun standpunt dat het Kadaster het vertrouwensbeginsel heeft geschonden omdat relaas 177 al bijna een eeuw als referentie wordt gebruikt voor de grenzen van perceel [perceel 1]. Uit het voorgaande volgt dat relaas 177 niet het brondocument is voor de oostgrens van dit perceel. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat het Kadaster bij hen het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat dit wel het geval was. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.
Heeft het Kadaster de hoorplicht geschonden?
13. Verder is de rechtbank het niet met eisers eens dat het Kadaster de hoorplicht heeft geschonden. Het Kadaster heeft in het verweerschrift toegelicht waarom in dit geval is afgezien van een hoorzitting. Het Kadaster heeft de gegevens over de oostgrens van perceel [perceel 1] hersteld, omdat is geconstateerd dat sprake was van een discrepantie tussen de gegevens uit het brondocument en de basisregistratie. De standpunten van eisers konden niet leiden tot een wijziging van het besluit, omdat het Kadaster verplicht was om de discrepantie te herstellen. Daarom was het bezwaar volgens het Kadaster kennelijk ongegrond. Verder heeft het Kadaster toegelicht dat de landmeetkundig specialist eisers meerdere malen een uitgebreide toelichting heeft gegeven over de procedures en de uitkomst daarvan en dat ook is gereageerd op de vele e-mails die eisers over deze kwestie hebben gestuurd. Daarom had een hoorzitting volgens het Kadaster in dit geval geen doel. De rechtbank kan zich vinden in deze toelichting en is daarom van oordeel dat het Kadaster in dit geval met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb heeft kunnen afzien van het horen van eisers. De door eisers genoemde uitspraak van de rechtbank Gelderland [8] geeft de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en dat het ambtshalve herstel van de gegevens over de oostgrens van perceel [perceel 1] in de basisregistratie in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van mr. F.F. van Emst, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 december 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:8635, rechtsoverweging (hierna: r.o.) 8.1.
2.Zie de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 december 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:8635, r.o. 9.2.
3.Zie de uitspraak van rechtbank Noord-Nederland van 22 februari 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:769, r.o. 4.2.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 10 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2302, r.o. 7.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1847, r.o. 10. en 11.
6.Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1174, r.o. 6. en 6.1., Kamerstukken II 2005/06, 30 544, nr. 3, blz. 18 en 20, en Kamerstukken II, 1981-1982, 17 496, nr. 5, p. 138-139.
7.Zie de uitspraak van de Afdeling van 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:687, r.o. 4.2.
8.Zie de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 februari 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:875.