Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
N.V. UNIVÉ ZORG BETREFFENDE ZEKUR,
gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Univé heeft [gedaagde] gedagvaard wegens niet-betaling van zorgpremies en zorgkostennota’s over 2018 en 2019, met een totale vordering van € 966,35 plus wettelijke rente en incassokosten. [gedaagde] erkent de schuld en stelt dat zij een betalingsregeling van € 50 per maand had nagekomen, die Univé plotseling beëindigde en een hogere maandelijkse betaling eiste.
[gedaagde] heeft een verzoek tot een nieuwe regeling ingediend, maar kreeg geen reactie en werd geconfronteerd met een dagvaarding. Univé stelt dat de regeling werd beëindigd vanwege niet-naleving door [gedaagde], maar heeft dit niet onderbouwd. Ook is onduidelijk waarom de maandelijkse betaling ineens verhoogd werd van € 50 naar € 223,10.
De kantonrechter oordeelt dat de hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten terecht zijn gevorderd omdat [gedaagde] in verzuim is. Echter, vanwege het ontbreken van voldoende onderbouwing door Univé over de beëindiging van de regeling en het starten van de procedure, compenseert de rechtbank de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevestigt dat zorgvuldigheid van schuldeisers vereist is bij het beëindigen van betalingsregelingen en het starten van gerechtelijke procedures, zeker als de schuldenaar bereid is tot betaling.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 966,35 met rente, proceskosten worden gecompenseerd.