ECLI:NL:RBOVE:2026:4360

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
ak_25_1712
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbArt. 3:2 AwbArt. 3:5 AwbArt. 3:9 AwbArt. 82 Provinciewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing subsidieaanvraag beeldbepalende evenementen Overijssel 2025-2027

De Stichting Wielersportmonumenten Overijssel diende een subsidieaanvraag in voor de evenementen De Ster van Zwolle en De Ronde van Overijssel onder de subsidieregeling Beeldbepalende evenementen 2025-2027. Het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel wees de aanvraag af omdat beide evenementen onvoldoende punten behaalden volgens de tenderregeling, waarbij elk evenement afzonderlijk werd beoordeeld.

De Stichting voerde aan dat de aanvraag als geheel beoordeeld moest worden en dat het college de afwijzing onvoldoende had gemotiveerd. Ook stelde zij dat aanvullende informatie die zij tijdens de bezwaarprocedure aanleverde, had moeten worden meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het college terecht de aanvraag per evenement beoordeelde, conform de subsidieregeling en het Uitvoeringsbesluit.

Verder stelde de rechtbank vast dat informatie die na de aanvraagtermijn werd ingediend niet in de beoordeling kon worden betrokken, omdat het tendersysteem een gelijktijdige beoordeling vereist. Hoewel het advies van de adviescommissie op enkele punten niet volledig gemotiveerd was, was dit niet voldoende om het besluit te vernietigen. Het motiveringsgebrek werd gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat de Stichting niet benadeeld was.

De rechtbank wees het beroep af, bepaalde dat het college het griffierecht aan de Stichting moet vergoeden en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af wegens ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1712

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Stichting Wielersportmonumenten Overijssel, uit Zwolle,

hierna: de Stichting
(gemachtigde: [gemachtigde 1]),
en

het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel,

hierna: het college
(gemachtigde: [gemachtigde 2]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van de Stichting voor subsidie op grond van de subsidieregeling Beeldbepalende evenementen 2025-2027 voor de evenementen De Ster van Zwolle en De Ronde van Overijssel. Het college heeft de aanvraag per evenement beoordeeld aan de hand van een tenderregeling. Omdat de evenementen een te lage score hebben behaald om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen, heeft het college de aanvraag afgewezen. De Stichting vindt dat het college te lage scores aan de aanvraag heeft toegekend en dat het college de afwijzing ontoereikend heeft gemotiveerd.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het college de subsidieaanvraag van de Stichting terecht heeft afgewezen.

Procesverloop

2. De Stichting heeft op 31 oktober 2024 een aanvraag voor subsidie ingediend voor de evenementen De Ster van Zwolle en De Ronde van Overijssel. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 21 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 mei 2025 op het bezwaar van de Stichting is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
De Stichting heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2], vertegenwoordigers van de Stichting, vergezeld door hun gemachtigde. Namens het college is zijn gemachtigde verschenen, vergezeld door mr. [naam 3].

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Stichting Wielerronde Overijssel en Stichting de Wielerronde De Ster van Zwolle (hierna: de stichtingen) organiseren elk jaar een evenement, namelijk de Ronde van Overijssel en de Ster van Zwolle. De stichtingen zijn in 2024 een samenwerkingsverband aangegaan en hebben daartoe de Stichting opgericht. De Stichting heeft tot doel om de samenwerking van beide evenementen door synergie te versterken.
3.1.
Met de subsidieregeling ‘Beeldbepalende evenementen 2025-2027’ (hierna: de subsidieregeling) wil het college gevestigde cultuur- en sportevenementen in Overijssel ondersteunen en daar financieel aan bijdragen. Een jaarlijks evenement dat al minimaal twee aaneengesloten jaren is georganiseerd of een periodiek evenement dat al minimaal twee keer is georganiseerd, wordt door het college als een gevestigd evenement aangemerkt. Deze evenementen dragen volgens het college bij aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van Overijssel voor inwoners, bedrijven en bezoekers.
3.2.
De subsidieregeling is opgenomen in paragraaf 6.17 van het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 (hierna: het Uitvoeringsbesluit). De beoordeling van de subsidieaanvraag vindt plaats via een tenderprocedure. Bij een tenderprocedure krijgt elke complete aanvraag die voldoet aan artikel 6.17.8, punten toegekend op basis van de beoordeling van de kwaliteitsvoorwaarden zoals genoemd in puntentabel 1 (hierna: de puntentabel). Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet het evenement minimaal 45 punten scoren op basis van de puntentalbel en minimaal 10 punten per kwaliteitsvoorwaarden (artikel 6.17.3). De beoordeelde aanvragen worden vervolgens in volgorde geplaatst op basis van het behaalde puntenaantal. Het totale subsidiebudget wordt verdeeld op basis van deze rangorde, waarbij de verdeling van het subsidiebudget begint bij de aanvraag met het hoogste puntenaantal en doorgaat totdat het subsidieplafond is bereikt (artikel 6.17.9).
3.3.
De Stichting heeft op 31 oktober 2024 één aanvraag ingediend voor de evenementen De Ster van Zwolle en De Ronde van Overijssel. De Stichting heeft daarvoor het aanvraagformulier gebruikt zoals dat door het college ter beschikking is gesteld op zijn website. De Stichting heeft het maximale subsidiebedrag van € 181.500,- aangevraagd.
3.4.
Het college heeft de aanvraag – met de andere aanvragen – voorgelegd aan de adviescommissie Evenementen Overijssel (hierna: de adviescommissie). De adviescommissie heeft de aanvragen getoetst en gerangschikt op basis van de puntentabel. Op basis hiervan heeft de adviescommissie aan de Ster van Overijssel 15 punten toegekend en aan de Ronde van Overijssel 20 punten. Het college heeft de adviezen en de hieruit voortvloeiende rangschikking van de adviescommissie overgenomen.
3.5.
Met het primaire besluit van 21 januari 2025 heeft het college de aanvraag van de Stichting afgewezen. Volgens het college hebben beide evenementen een te lage totaalscore behaald. Ook als de totaalscores van beide evenementen bij elkaar worden opgeteld voldoet de aanvraag niet aan het vereiste minimum aan punten. Het college heeft er ook op gewezen dat beide evenementen niet per kwaliteitsvoorwaarde minimaal 10 punten heeft gescoord.
3.6.
De Stichting heeft tegen de afwijzing bezwaar gemaakt. Zij stelt dat de aanvraag als geheel en niet per evenement beoordeeld moest worden. Daarnaast heeft het college in het primaire besluit opgemerkt dat een deel van de tekst uit de aanvraag is weggevallen en/of onbegrijpelijk is. Volgens de Stichting heeft zij de tekst (vanuit een tabel) vanuit een Word-bestand overgezet naar het digitale aanvraagformulier. Volgens de Stichting zit de fout in het overzetten van het digitale formulier naar het pdf-bestand en is daarom de tekst onbegrijpelijk. In bezwaar heeft de Stichting het oorspronkelijke Word-document bijgevoegd. Door de fout heeft het college geen goed beeld gekregen van de 'side-events' die bij de evenementen worden beoordeeld, aldus de Stichting. Tot slot heeft de Stichting bezwaar gemaakt tegen de scores die de adviescommissie per beoordelingspunt heeft toegekend.
3.7.
In het bestreden besluit heeft het college erop gewezen dat de tenderprocedure het in zeer beperkte mate toelaat om informatie die na afloop van de aanvraag is ingediend bij de beoordeling van de aanvraag te betrekken. Dat de Stichting een onvolledige aanvraag heeft ingediend komt volgens het college voor haar eigen rekening. Bij het openstellen van de subsidieregeling was het bekend dat het college alle aanvragen die uiterlijk tien dagen vóór het verstrijken van de deadline waren ingediend op volledigheid zou controleren. Omdat de Stichting haar aanvraag op de voorlaatste dag voor het verstrijken van de deadline heeft ingediend, kon het college de aanvraag van de Stichting niet meer controleren. Volgens het college wist de Stichting dat zij één aanvraag voor twee evenementen kon indienen, maar moest de aanvraag per evenement beoordeeld worden. Volgens het college was de aanvraag op vele punten onduidelijk. Op basis van de informatie die in de aanvraag was opgenomen is de adviescommissie tot het advies gekomen dat de evenementen per kwaliteitsvoorwaarde te laag scoren om subsidie toe te kennen. Het college heeft dit advies overgenomen.
Beoordeling
4. De rechtbank stelt voorop dat een bestuursorgaan, zoals in dit geval het college, bij het toekennen van subsidie een grote mate van beoordelingsvrijheid heeft. Het staat het college vrij om te bepalen welke activiteiten worden gesubsidieerd en voor welk bedrag. De bestuursrechter kan de invulling van die bevoegdheid slechts terughoudend beoordelen. De rechtbank beoordeelt daarom of het college de aanvraag van de Stichting voor subsidie op grond van de subsidieregeling in redelijkheid heeft mogen afwijzen.
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.
6. De regelgeving die van belang is voor deze zaak, staat in de bijlage bij deze uitspraak.
Waarvoor is subsidie aangevraagd?
7. De Stichting voert aan dat het college heeft miskend dat zij één aanvraag heeft ingediend voor het organiseren van twee evenementen, namelijk de Ronde van Overijssel en de Ster van Zwolle. Zij meent dan ook dat het college ten onrechte de evenementen apart heeft beoordeeld en haar aanvraag daarom onjuist in behandeling is genomen.
7.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat het subsidie verstrekt die is bedoeld voor het voorbereiden en uitvoeren van een evenement en niet voor de organiserende partij. Volgens het college stond het de Stichting vrij om ervoor te kiezen om één aanvraagformulier in te dienen, maar het college beoordeelt dit als twee aanvragen, gericht op het verkrijgen van een bijdrage per evenement.
7.2.
In het eerste en tweede lid van artikel 6.17.3 van het Uitvoeringsbesluit is het volgende bepaald over activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen:
‘1. De subsidie wordt verleend voor voorbereiding en uitvoering van een gevestigd cultuur- of sportevenement of een periodiek evenement voor de periode 2025 tot en met 2027.
2. Het evenement of de organisatie voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel;
b. de aanvrager bevindt zich op het moment van indienen van de aanvraag niet in financiële problemen;
c. de activiteiten scoren minimaal 45 punten op basis van puntentabel 1 en minimaal 10 punten per kwaliteitsvoorwaarde’.
7.3.
De rechtbank volgt het standpunt van het college dat de aanvraag voor de Ster van Zwolle en de Ronde van Overijssel apart moet worden beoordeeld. Zoals uit het voornoemde artikel volgt, verleent het college alleen subsidie aan een gevestigd cultuur- of sportevenement of een periodiek evenement. Beide wielerronden voldoen aan de definitie ‘Gevestigd cultuur- en sportevenement in Overijssel’ zoals die in het Uitvoeringsbesluit is gesteld. Deze evenementen staan niet op zich en worden ondersteund door verschillende andere activiteiten, waarop nader in de uitspraak wordt ingegaan. Ieder evenement met de daarbij behorende activiteiten wordt door de adviescommissie afzonderlijk beoordeeld en voorzien van een score. Dat Stichting Wielerronde Overijssel en Stichting de Wielerronde De Ster van Zwolle samenwerken en ervoor hebben gekozen om vanuit een andere stichting één aanvraag bij het college in te dienen, doet aan het bovenstaande niet af. Het college heeft daarom terecht beide evenementen apart van elkaar beoordeeld. De beroepsgrond slaagt niet.
Had het college de door de Stichting in bezwaar verstrekte aanvullende informatie in de beoordeling moeten betrekken?
8. De Stichting voert aan dat het college ten onrechte heeft gesteld dat de aanvullende informatie die de Stichting tijdens de bezwaarprocedure heeft verstrekt niet bij de beoordeling van de aanvraag kon betrekken. De Stichting stelt dat uit de bezwaarprocedure juist volgt dat het primaire besluit volledig moet worden heroverwogen. Volgens de Stichting gaat het ook niet om wijziging van de aanvraag of aanvulling met nieuwe informatie omdat zij in bezwaar alleen heeft verwezen naar informatie die al in de aanvraag was opgenomen.
8.1.
Het is vast rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dat het meenemen van informatie die na het verstrijken van de aanvraagtermijn is verstrekt, niet past bij de gelijktijdige beoordeling en rangschikking van ingediende aanvragen binnen een tendersysteem. [1] Omdat een tendersysteem juist uitgaat van een gelijktijdige beoordeling, moeten alle relevante gegevens vóór het sluiten van de aanvraagtermijn worden ingediend. Met informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling van de aanvraag kan geen rekening meer worden gehouden.
8.2.
De Stichting heeft in bezwaar erkend dat de gegevens die in het aanvraagformulier zijn opgenomen, voor de adviescommissie kunnen zijn overgekomen als een ‘onbegrijpelijke brij’, zoals de adviescommissie het zelf in haar advies heeft genoemd. Volgens de Stichting is door de foutieve overname van de informatie over de activiteiten, die zij in een tabel in een Word-document had gemaakt, geen goed beeld ontstaan van de side-events die die naast de beide hoofdevenementen worden georganiseerd. De Stichting heeft in bezwaar het Word-document aan het college toegestuurd. De rechtbank stelt vast dat de tekst uit de originele tabel in het Word-bestand, zoals dit door de Stichting is opgesteld, in de aanvraag is opgenomen bij de vraag ‘
beschrijf het concept van de programmering van uw evenement’.In zoverre is dan ook geen sprake van nieuwe informatie, die dateert van ná de sluiting van de aanvraagtermijn.
8.3.
Het vorenstaande betekent niet dat het betoog van de Stichting slaagt. In het primaire besluit heeft het college, onder verwijzing naar het advies van de adviescommissie, opgemerkt dat deze informatie in de aanvraag over is gekomen als één onbegrijpelijke brij tekst. De informatie die voor de adviescommissie leesbaar was, heeft zij wel beoordeeld. Hieruit heeft de adviescommissie geen informatie kunnen afleiden die gaat over de programmering van de evenementen. Verder heeft de adviescommissie uit de aanvraag afgeleid dat de Ster van Zwolle zich de komende jaren op de side-events wil gaan richten, maar het is niet duidelijk geworden wat het doel daarvan is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college er in het bestreden besluit terecht op gewezen dat het doel van de side-events ook niet uit de tabel, die in bezwaar is overgelegd, duidelijk wordt. De informatie die de Stichting na de aanvraag over het doel van de side-events heeft gegeven, moet als nieuwe informatie worden aangemerkt die voor het eerst na de aanvraag bekend is geworden. Dit geldt ook voor de duiding die de Stichting in bezwaar over de beoordeling van andere kwaliteitsvoorwaarden heeft gegeven. Daarnaast kan de rechtbank het standpunt van het college volgen dat een leesbaar overzicht van de programmering in dit geval als nieuwe informatie moet worden aangemerkt. Gelet op hetgeen is overwogen onder punt 8.1, kon het college geen rekening houden met informatie die neerkomt op een aanvulling van de aanvraag. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
8.4.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het aanvraagformulier de mogelijkheid biedt om ‘aanvullende bijlagen’ aan de aanvraag toe te voegen. De Stichting heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door een uittreksel uit de Kamer van Koophandel van De Ronde van Overijssel toe te voegen. Het is de rechtbank niet gebleken dat de Stichting het Word-bestand (eventueel omgezet naar een pdf-bestand) niet als een dergelijke bijlage aan haar aanvraag kon toevoegen.
Mocht het college het advies van de adviescommissie aan het bestreden besluit ten grondslag leggen?
9. De Stichting stelt dat het college niet zondermeer van het advies van de adviescommissie mocht uitgaan omdat de afwijzing volgens haar niet deugdelijk is gemotiveerd. Volgens de Stichting heeft het college zich niet van de juistheid van het advies vergewist en is het bestreden besluit daarom onzorgvuldig tot stand gekomen en in strijd met artikel 3:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
9.1.
Het college heeft zich door een onafhankelijke adviescommissie laten adviseren. In beroep heeft het college toegelicht dat de adviescommissie is ingesteld op grond van artikel 82 van Pro de Provinciewet. De adviescommissie kan daarom als adviseur in de zin van artikel 3:5 van Pro de Awb worden aangemerkt. Als een bestuursorgaan zich bij zijn besluitvorming laat adviseren door een deskundige, geldt als algemeen uitgangspunt dat het bestuursorgaan op het advies van de deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van Pro de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt op grond van artikel 3:2 van Pro de Awb ook voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan bij de adviseur een reactie op van wat de betrokkene over het advies heeft aangevoerd. Volgens de Afdeling gaat het erom dat aan de subsidieaanvrager in voldoende mate inzicht wordt verschaft in de gedachtegang die aan het gevolgde advies ten grondslag ligt. [2] De aard van de kwaliteitsvoorwaarden brengt met zich dat de bestuursrechter het advies van de adviescommissie slechts terughoudend kan toetsen. Het college heeft namelijk ruimte om een eigen beoordeling te maken om subsidie toe te kennen of te weigeren.
9.2.
Het college heeft toegelicht dat het een adviescommissie heeft ingesteld vanwege de benodigde kennis en expertise voor het beoordelen van de aanvragen. Volgens het college is de commissie beter in staat de kwaliteit van een evenement te beoordelen. In het advies van de commissie zijn voor het college geen aanwijzingen gevonden die twijfel oproepen over de zorgvuldigheid van het tot stand komen van het advies. Het college heeft het advies bovendien begrijpelijk en consistent bevonden. De beoordeling van de aanvraag en de toekenning van punten per kwaliteitsvoorwaarde waren voor het college voldoende duidelijk om te concluderen dat de aanvraag niet voldoet aan de vereisten: minimaal 45 punten per evenement en ten minste 10 punten per kwaliteitsvoorwaarde. De commissie heeft in het advies bovendien aangegeven dat het minimumaantal punten niet zou zijn behaald, zelfs niet als de totaalscores van beide evenementen werden opgeteld. Ten slotte heeft het college uitgelegd dat het het bezwaar ter heroverweging aan de adviescommissie heeft voorgelegd en het advies heeft toegelicht aan de hand van de bezwaargronden. Daarom stelt het college zich terecht te hebben gebaseerd op de adviezen van de commissie.
9.3.
De rechtbank overweegt dat het college zich in beginsel op het advies van de adviescommissie kon baseren. Uit hetgeen de Stichting heeft aangevoerd, is het de rechtbank niet gebleken dat het advies, in algemene zin, onzorgvuldig tot stand is gekomen. Dat de adviescommissie op basis van informatie uit de aanvraag een conclusie heeft getrokken waarin de Stichting zich niet kan vinden, betekent niet dat het college daarom het advies niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen. Het betoog slaagt niet.
9.4.
Uit het in 8.1 vermelde terughoudende toetsingskader volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het aan de aanvrager is om in de aanvraag de juiste informatie bij het juiste criterium te vermelden, en kan het in een tendersysteem niet aan de adviescommissie worden overgelaten om dwarsverbanden te leggen. De rechtbank volgt dan ook het college waar het stelt dat een nieuwe duiding als ‘nieuwe informatie’ moet worden opgevat voor de gevallen waarin de Stichting heeft uitgelegd dat zij betreffende informatie wel in de aanvraag heeft genoemd, maar bij een ander criterium dan bij het criterium waarvoor het punten had kunnen scoren. Het college heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat deze nieuwe informatie niet kon leiden tot een andere uitkomst van het advies. De beroepsgrond slaagt niet.
9.5.
Aan het voornoemde oordeel doet niet af dat het advies op de onderstaande punten niet navolgbaar is:
- De Stichting heeft in haar aanvraag voor De Ronde een toeschouwersaantal van 60.000 genoemd, op basis van de schatting door de politie. De adviescommissie acht dat toeschouwersaantal evenwel niet onderbouwd. De rechtbank ziet niet in hoe van de Stichting verwacht mocht worden om dit toeschouwersaantal beter te onderbouwen, omdat bij een wielerronde als De Ronde en De Ster nu eenmaal geen toegangskaarten plegen te worden verkocht en de politie bij mensenmassa’s, in ieder geval in de media, wel vaker wordt gebruikt om aantallen in te schatten.
- De adviescommissie stelt, met betrekking tot de vraag
“Wat is uw visie op uw evenement”,dat in de aanvraag een visie op de evenementen ontbreekt, omdat de Stichting het kernelement van een visie, namelijk het beschrijven van wat de evenementen in de toekomst willen bereiken, niet beschrijft. Naar het oordeel van de rechtbank is echter in zijn algemeenheid onjuist, dat het kernelement van een visie de toekomstige ontwikkelingen zijn en is zonder toelichting niet begrijpelijk op grond waarvan het de Stichting duidelijk had moeten zijn dat het hier haar visie op de toekomst betrof.
- De adviescommissie stelt in de beoordeling van de kwaliteitsvoorwaarde ‘
Het evenement heeft een groot bereik, provinciale uitstraling en is regionaal ingebed’dat in de aanvraag onvoldoende is toegelicht dat De Ster en De Ronde voldoende bereik hebben, een provinciale uitstraling hebben en regionaal ingebed zijn. In de aanvraag heeft de Stichting toegelicht dat voor beide wielerronden bijdragen op sociale media worden geplaatst en vanuit een helikopter live-beelden worden uitgezonden op RTV Oost, RTV Drenthe en Eurosport. Voor De Ster zijn in de aanvraag concrete aantallen genoemd van het aantal volgers en bezoekers van de website. Anders dan het college op zitting heeft gesteld, heeft de Stichting in de aanvraag bij de vraag ‘
Beschrijf het mediabereik van uw evenement’weldegelijk toegelicht dat vanuit een helikopter live-beelden worden gemaakt van de wielerronden en de omgeving.
9.6.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het advies van de adviescommissie op de voornoemde onderdelen niet deugdelijk is gemotiveerd. Maar dit betekent niet dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Het motiveringsgebrek van het bestreden besluit kan namelijk met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb worden gepasseerd omdat aannemelijk is dat de Stichting door de hiervoor genoemde gebreken niet is benadeeld. Door het zeer lage puntenaantal, dat de adviescommissie aan de beide wielerevenementen heeft toegekend, acht de rechtbank het onaannemelijk dat de Stichting meer dan het op grond van artikel 6.17.3 onder c van het Uitvoeringsbesluit geldende minimale aantal punten zou hebben gescoord, als de adviescommissie deze onderdelen anders zou hebben beoordeeld. Met andere woorden, de rechtbank acht het aannemelijk dat het college een besluit met gelijke uitkomst had genomen als de voornoemde gebreken zich niet hadden voorgedaan en het college de aanvragen op deze punten anders zou hebben beoordeeld. Daarom komt de rechtbank tot de beslissing dat het advies van de adviescommissie weliswaar enkele gebreken vertoont, maar dat het college terecht en op goede gronden tot zijn besluit tot afwijzing van de aanvraag is gekomen.
9.7.
Tot slot overweegt de rechtbank ten overvloede en los van de geldende regelgeving dat het erop lijkt dat als gevolg van dit tendersysteem er veel gevraagd wordt van de tekstuele (en in dit geval ook digitale) vaardigheden van de aanvrager van de subsidie om de gestelde vragen goed te kunnen interpreteren, om de juiste informatie op duidelijke wijze en op de goede plek te kunnen geven, en om dit op overzichtelijke en overtuigende wijze te kunnen formuleren, waardoor de intrinsieke kwaliteiten van de evenementen door de adviescommissie misschien niet altijd volledig en op de juiste waarde kunnen worden geschat. Het lijkt – met andere woorden – meer te gaan om een beoordeling van de aanvraag dan om een beoordeling van het evenement. Maar de keuze daarvoor is aan de Provincie. Daar gaat de rechter niet over.
Proceskostenveroordeling
10. De toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb geeft aanleiding om te beoordelen of de rechtbank het college veroordeelt in de proceskosten van de Stichting.
10.1
De Stichting heeft gevraagd om het college te veroordelen tot vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. Om voor een proceskostenvergoeding in aanmerking te komen, moet sprake zijn van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Er is sprake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand indien niet slechts incidenteel rechtshulp wordt verleend en voor die rechtshulp een vergoeding in rekening wordt gebracht. [3] Het is de rechtbank niet gebleken dat de gemachtigde van de Stichting kosten in rekening heeft gebracht voor haar werkzaamheden en dit duurzame werkzaamheden betreffen die zijn gericht op het vergaren van inkomen. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
12. De toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb geeft aanleiding om te bepalen dat het college aan de Stichting het door haar betaalde griffierecht voldoet. Het verzoek om een proceskostenveroordeling wijst de rechtbank af.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 385,- aan de Stichting moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.J. van Heijningen, griffier, en uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 6:22

Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.
Provinciewet

Artikel 82

1. Provinciale staten of gedeputeerde staten kunnen andere commissies dan bedoeld in de artikelen 80, eerste lid, en 81, eerste lid, instellen.
(…)
Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022
6.17
Beeldbepalende evenementen 2025-2027

Artikel 6.17.1 Betekenis van de begrippen

In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- Breedtesport: de sport zoals deze door grote groepen van de bevolking beoefend kunnen worden waarbij het meer gaat om plezier en de gezondheidswinst dan om de sportprestatie.
- Evenement: een georganiseerde, tijdelijke gebeurtenis, bijgewoond door een verzameling mensen, die zich daarvoor in een inrichting of op een terrein bevindt of beweegt.
- Gevestigd cultuur- en sportevenement in Overijssel: een jaarlijks evenement dat al minimaal twee aaneengesloten jaren is georganiseerd of een periodiek evenement waarbij minimaal twee edities al zijn georganiseerd.
- Investeringsvoorstel Evenementenbeleid 2025-2027: op 26 juni 2024 door Provinciale Staten vastgesteld statenvoorstel met nr. PS24-000419.
- Periodiek evenement: een evenement dat in een vast ritme van een aantal jaren georganiseerd wordt, variërend van twee tot vijf jaar.

Artikel 6.17.2 Doel van de subsidieregeling

Met deze subsidieregeling wil de provincie beeldbepalende cultuur- en sportevenementen in Overijssel ondersteunen en er financieel aan bijdragen. Evenementen dragen bij aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van Overijssel voor inwoners, bedrijven en bezoekers.

Artikel 6.17.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

1. De subsidie wordt verleend voor voorbereiding en uitvoering van een gevestigd cultuur- of sportevenement of een periodiek evenement voor de periode 2025 tot en met 2027.
2. Het evenement of de organisatie voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel;
b. de aanvrager bevindt zich op het moment van indienen van de aanvraag niet in financiële problemen;
c. de activiteiten scoren minimaal 45 punten op basis van puntentabel 1 en minimaal 10 punten per kwaliteitsvoorwaarde.
3. De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
a. een aanvraag voor een evenement dat betrekking heeft op: een kermis, circus, beurs, congres, lokale carnavalsoptocht, braderie, week-jaar-streek-vrij- beestenmarkt, buurt-wijk-dorpsfeest, fair en rommelmarkt, avondvierdaagse, koopzondag, Sinterklaasintocht, kerstmarkt of een nieuwjaarsduik, dancefestival, Molendag en openmonumentendag, Koningsdag, lokale 4 mei-herdenking, lokale 5 mei-viering, uitsluitend een demonstratie of workshop, uitsluitend een concert of voorstelling, planten- dierenshow, tentfeest, oktoberfeest, feestweek, autorodeo, trekkertrek, paasvuur, tentoonstelling, tijdelijke kunstijsbaan, (stijl)danswedstrijd, piratenfeest, tuinevenement, tuinexpositie, goede doelen-evenement, opening cultureel seizoen, opening toeristisch jaar en promotieactiviteit.
b. De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidiabele kosten minder dan € 100.000,- bedragen per jaar of per editie als sprake is van een periodiek evenement. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid 2.

Artikel 6.17.4 Aanvrager

1. De aanvrager is een rechtspersoon.
2. De aanvrager is de organisator van het evenement.

Artikel 6.17.8 Subsidieaanvraag

1. De aanvraag kan ingediend worden vanaf 1 oktober 2024 9.00 uur en moet uiterlijk 1 november 2024 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
2. De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Beeldbepalende evenementen 2025-2027.
3. De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing.
4. De subsidieaanvraag moet vóór de sluitingsdatum compleet zijn.
5. Na sluitingsdatum kunnen er geen inhoudelijke en financiële aanvullingen of wijzigingen meer ingediend worden.

Artikel 6.17.10 Tenderregeling

1. De subsidieregeling is een tenderregeling.
2. Bij een tenderregeling krijgt elke complete aanvraag die voldoet aan artikel 6.17.8 punten op basis van de beoordeling van de kwaliteitsvoorwaarden zoals genoemd in puntentabel 1. De beoordeelde aanvragen worden vervolgens in volgorde geplaatst op basis van het behaalde puntenaantal.

Artikel 6.17.11 Adviescommissie

Een aanvraag voor subsidie kan voorgelegd worden aan de adviescommissie Evenementen Overijssel. De commissie geeft advies in welke mate de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in puntentabel 1.

Voetnoten

1.Zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:408 en van 26 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8283.
2.Zie de uitspraken van de Afdeling van 21 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:727 en 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1233.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4591.