ECLI:NL:RVS:2024:4591
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.H. Bangma
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit Nationale ombudsman over Woo-verzoeken en proceskostenvergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, die het besluit van de Nationale ombudsman van 14 april 2023 vernietigde waarin twee Woo-verzoeken van appellante buiten behandeling waren gesteld. De rechtbank bepaalde dat de ombudsman een nieuw besluit moest nemen en vergoedde het griffierecht voor het beroep.
Appellante voerde aan dat de rechtbank het besluit slechts gedeeltelijk had moeten vernietigen en dat ook het griffierecht voor het verzoek om een voorlopige voorziening vergoed had moeten worden. Deze betogen werden door de Afdeling verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening niet louter technisch was.
Verder stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte de ombudsman niet in de proceskosten had veroordeeld, omdat haar gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleende. Hoewel de Afdeling aannam dat de rechtsbijstand een beroepsmatig karakter had, oordeelde zij dat de kosten niet door appellante zelf waren gemaakt, maar door een stichting, zodat geen grond bestond voor proceskostenveroordeling.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarbij ook de verzoeken om wraking van diverse staatsraden wegens misbruik van het wrakingsmiddel werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.