ECLI:NL:RBOVE:2026:397
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgkantoor moet pgb toekennen voor periode augustus 2020 tot maart 2021 ondanks onvolkomenheden in verantwoording
Eiseres heeft vanaf 20 augustus 2020 zorg ontvangen via een persoonsgebonden budget (pgb) dat het Zorgkantoor echter niet heeft goedgekeurd vanwege onvoldoende inzicht en onvolkomenheden in de verantwoording van de geleverde zorg. De rechtbank stelt vast dat het Zorgkantoor niet in redelijkheid tot een volledige weigering van het pgb heeft kunnen komen, mede omdat eiseres als kwetsbare zorgontvanger geldt en de zorg daadwerkelijk is geleverd.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de Wet langdurige zorg (Wlz) geen expliciet verbod bevat op pgb-verlening met terugwerkende kracht en dat de subsidievaststelling niet aan een aanvullende pgb-toekenning in de weg staat. Het Zorgkantoor heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de toetsing en onvoldoende rekening gehouden met de belangen van eiseres.
Hoewel het Zorgkantoor gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de volledigheid en doelmatigheid van de zorgverantwoording, acht de rechtbank het onevenredig nadelig om eiseres de zorgkosten volledig zelf te laten dragen. Daarom krijgt het Zorgkantoor de opdracht om op basis van beschikbare informatie, ook van de periode na 12 maart 2021, schattenderwijs vast te stellen welke zorg is geleverd en op die grond een pgb toe te kennen voor de gehele periode.
De rechtbank stelt een termijn van zes weken voor het Zorgkantoor om de gebreken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. De uitspraak is een tussenuitspraak en hoger beroep is nog niet mogelijk.
Uitkomst: Het Zorgkantoor moet de gebreken herstellen en op basis van beschikbare informatie een pgb toekennen voor de periode 20 augustus 2020 tot en met 11 maart 2021.