ECLI:NL:RBOVE:2026:3908

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
11939378 \ CV EXPL 25-3408
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10.1 cao Ziekenhuizen 2023-2025ArbeidstijdenwetArbeidstijdenbesluitHR 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5961HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1622
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg en kwalificatie van bereikbaarheidsdienst versus consignatiedienst in cao Ziekenhuizen

Deze zaak betreft de uitleg van de begrippen bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst zoals opgenomen in de cao Ziekenhuizen 2023-2025. Eisers, verpleegkundigen werkzaam bij het ziekenhuis, stellen dat de door hen gewerkte oproepdiensten bereikbaarheidsdiensten zijn en willen daarvoor een hogere beloning ontvangen. Het ziekenhuis kwalificeert deze diensten als consignatiediensten, die lager worden beloond.

De kantonrechter analyseert de definities in de cao en de toelichting daarbij, waarbij het onderscheid tussen bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst vooral ligt in het al dan niet sprake zijn van onvoorziene omstandigheden en de voorzienbaarheid van oproepen. Eisers betogen dat oproepen bij hun diensten normaal en voorzienbaar zijn, terwijl het ziekenhuis een oproepfrequentie van minder dan 30% als criterium hanteert om diensten als consignatiedienst te kwalificeren.

De rechter oordeelt dat de oproepen geen onvoorziene omstandigheden zijn, maar een normaal onderdeel van de functie, en dat de diensten daarom als bereikbaarheidsdiensten moeten worden aangemerkt. De door het ziekenhuis gehanteerde 30%-norm volgt niet uit de cao-tekst. De kantonrechter stelt partijen in de gelegenheid om de gevolgen van dit oordeel voor de loonvorderingen nader uit te werken en houdt verdere beslissing aan.

Uitkomst: De oproepdiensten van verpleegkundigen worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten en moeten vanaf 1 maart 2024 als zodanig worden beloond.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11939378 \ CV EXPL 25-3408
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van

1.[eiseres 1] ,

wonende in [woonplaats 1] ,
2.
[eiseres 2],
wonende in [woonplaats 2] ,
3.
[eiseres 3],
wonende in [woonplaats 3] ,
4.
[eiseres 4],
wonende in [woonplaats 4] ,
5.
[eiser],
wonende in [woonplaats 5] ,
6.
[eiseres 5],
wonende in [woonplaats 6] ,
7.
[eiseres 6],
wonende in [woonplaats 7] ,
8.
[eiseres 7],
wonende in [woonplaats 8] ,
9.
[eiseres 8],
wonende in [woonplaats 9] ,
10.
[eiseres 9],
wonende in [woonplaats 10] ,
eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , en afzonderlijk bij hun achternaam,
gemachtigde: mr. S.M.M. Hamers,
tegen
de stichting
STICHTING [vestigingsplaats] ZIEKENHUIS,
gevestigd in [vestigingsplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen: het [vestigingsplaats] Ziekenhuis,
gemachtigden: mr. M.G.N. de Jonge en mr. S.W. Kleijer.

1.De kern van de zaak

1.1.
Deze zaak gaat over de uitleg van de begrippen bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst in de cao Ziekenhuizen. [eisers] vinden dat de door hen gewerkte oproepdiensten bereikbaarheidsdiensten zijn en willen daarnaar worden beloond. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis vindt dat sprake is van consignatiediensten.
1.2.
De kantonrechter komt in deze procedure tot het oordeel dat de diensten die [eisers] werken, moeten worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten. De kantonrechter stelt partijen in de gelegenheid de gevolgen van dat oordeel voor het gevorderde salaris van de verpleegkundigen in een akte nader uit te werken.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord;
- de aanvullende producties van de zijde van [eisers] ;
- de mondelinge behandeling van 9 juni 2026, waar beide partijen spreekaantekeningen hebben voorgedragen en overgelegd en waar de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat er verder is besproken.
2.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

3.De feiten

3.1.
[eiseres 1] , [eiseres 2] , [eiseres 3] en [eiseres 4] zijn bij het [vestigingsplaats] Ziekenhuis werkzaam (geweest) als Specialistisch Verpleegkundige Dialyse op de afdeling Dialyse. [eiseres 1] werkt inmiddels in een ander ziekenhuis en [eiseres 3] op een andere afdeling.
3.2.
[eiser] , [eiseres 5] , [eiseres 6] , [eiseres 7] , [eiseres 8] en [eiseres 9] zijn bij het [vestigingsplaats] Ziekenhuis werkzaam als Laborant Hartfunctie op de afdeling Cardiologie.
3.3.
Op de arbeidsovereenkomsten van deze medewerkers is de cao Ziekenhuizen van toepassing. In de cao Ziekenhuizen 2023-2025 is het volgende opgenomen:
“Artikel 10.1 Definities
1. Onder bereikbaarheidsdienst wordt verstaan een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, naast de bedongen arbeid, verplicht is om bereikbaar te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.
2. Indien de werknemer na oproep binnen 15 minuten op de werkplek aanwezig dient te zijn om onmiddellijk de arbeid te kunnen verrichten, dan wordt de bereikbaarheidsdienst aangemerkt als een aanwezigheidsdienst in de zin van de Arbeidstijdenwet en wordt deze dienst bovendien conform artikel 10.5a en 10.6 vergoed als aanwezigheidsdienst.
3. Onder aanwezigheidsdienst wordt verstaan een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, naast de bedongen arbeid, verplicht is op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.
4. Onder consignatie wordt verstaan een periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden, zoals spoedgevallen en storingen, op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.
5. In de lid 1, 3 en 4 genoemde diensten wordt aangesloten bij de wettelijke definities.
(…)
3.4.
Deze definities van de verschillende diensten stonden ook in de cao 2021-2023 en zijn gehandhaafd in de cao 2025-2027.
3.5.
De toelichting bij artikel 10.1 uit de cao vermeldt het volgende:
“10.1 Verschil bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst
Een bereikbaarheidsdienst is een bijzondere vorm van consignatie. Verschil is dat bij een bereikbaarheidsdienst vooraf al duidelijk is dat er 1 of meer oproepen zullen volgen. Daarnaast kent een bereikbaarheidsdienst ook afwijkende bepalingen voor wat betreft het maximaal aantal bereikbaarheidsdiensten en arbeidsduur.
Een bereikbaarheidsdienst inclusief de afwijkende bepalingen mag alleen worden toegepast in de sectoren genoemd in het arbeidstijdenbesluit. Het arbeidstijdenbesluit stelt dat de bereikbaarheidsdienst uitsluitend van toepassing is op arbeid die bestaat uit verpleging of verzorging. Met de volgende nadere toelichting: “verpleging en verzorging: de verpleging, de verzorging, de begeleiding, de medische behandeling of het medisch onderzoek van personen in verband met hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid dan wel hun gevorderde leeftijd”
Het verschil tussen consignatie en bereikbaarheidsdienst is dat het opgeroepen worden in een bereikbaarheidsdienst een normaal onderdeel is van de functie en dus niet alleen plaatsvindt in noodgevallen. Denk bijvoorbeeld aan een verloskundige.
Nog een verschil is dat er in het geval van een consignatie dienst 14 oproepvrije dagen in 28 dagen zijn. Het aantal oproepdiensten is daarmee wel beperkt.
Omdat een bereikbaarheidsdienst een grotere belasting kan zijn voor een werknemer zou je kunnen beargumenteren dat de compensatie hiervoor ook hoger is dan voor een consignatiedienst. Bij consignatie is tenslotte niet altijd zeker dat er een oproep volgt en zijn er minimaal 14 oproepvrije dagen (in 28 dagen).
samengevat: er is sprake van een bereikbaarheidsdienst bij een samenloop van: Oproep is normaal onderdeel van de functie; vrijwel zeker dat er 1 of meerdere oproepen volgen; specifiek voor bepaalde functies in de zorg.”
3.6.
In de cao 2021-2023 werden de BAC-diensten (bereikbaarheidsdiensten, aanwezigheidsdiensten en consignatiediensten) tot 1 juli 2022 gelijk beloond. In de cao 2021-2023 is vanaf 1 juli 2022 een verhoging in de beloning van bereikbaarheidsdiensten ingevoerd, waardoor de bereikbaarheidsdiensten vanaf dat moment beter werden beloond dan consignatiediensten. In de cao 2023-2025 is de beloning voor bereikbaarheidsdiensten per 1 juli 2023 verder gewijzigd. In de cao 2025-2027 zijn de beloningen gelijk gebleven aan die van de cao 2023-2025.
3.7.
Vanaf 1 maart 2024 is het [vestigingsplaats] Ziekenhuis de oproepdiensten gaan aanmerken en belonen als consignatiediensten.

4.Het geschil

4.1.
[eisers] willen dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis de consignatiediensten – met terugwerkende kracht – als bereikbaarheidsdiensten gaat kwalificeren en belonen. Daarom vorderen [eisers] – samengevat – dat de kantonrechter het [vestigingsplaats] Ziekenhuis zal veroordelen om:
ten aanzien van [eiseres 1] , [eiseres 2] , [eiseres 3] en [eiseres 4] :
- binnen vijf dagen na de datum van het vonnis de aan [eiseres 1] , [eiseres 2] , [eiseres 3] en [eiseres 4] toegekende vergoeding (in geld en/of tijd) betreffende de consignatiediensten in de periode van 1 maart 2024 tot 1 juli 2025 vast te stellen (inclusief specificatie) en te delen met [eiseres 1] , [eiseres 2] , [eiseres 3] en [eiseres 4] , op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,00;
- binnen veertien dagen na de datum van het vonnis het te laat betaalde salaris (het verschil tussen hetgeen het [vestigingsplaats] Ziekenhuis had moeten betalen en hetgeen zij heeft betaald) aan [eiseres 1] , [eiseres 2] , [eiseres 3] en [eiseres 4] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de maximale wettelijke verhoging, te vermeerderen met de wettelijke rente;
ten aanzien van [eiser] , [eiseres 5] , [eiseres 6] , [eiseres 7] , [eiseres 8] en [eiseres 9] :
- binnen zeven dagen na de datum van het vonnis het door hen berekende achterstallige loon (het verschil tussen hetgeen het [vestigingsplaats] Ziekenhuis had moeten betalen en hetgeen zij heeft betaald) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de maximale wettelijke verhoging, te vermeerderen met de wettelijke rente;
en in alle gevallen dat de kantonrechter:
- voor recht zal verklaren dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis vanaf 1 maart 2024 ten onrechte oproepdiensten heeft gekwalificeerd (en beloond) als zijnde consignatiediensten en dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis vanaf 1 maart 2024 de consignatiediensten (met terugwerkende kracht) dient te kwalificeren (en te belonen) als bereikbaarheidsdiensten;
- voor recht zal verklaren dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis de cao Ziekenhuizen (2023-2025) onjuist interpreteert door ervan uit te gaan dat pas sprake kan zijn van een bereikbaarheidsdienst in het geval van een oproepfrequentie hoger dan 30%;
- het [vestigingsplaats] Ziekenhuis zal veroordelen om binnen zeven dagen na de datum van het vonnis deugdelijke salarisspecificaties aan [eisers] te verstrekken in de periode van 1 maart 2024 tot heden, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 25.000,00;
- het [vestigingsplaats] Ziekenhuis zal veroordelen om de buitengerechtelijke incassokosten van € 884,12 te betalen;
- met veroordeling van het [vestigingsplaats] Ziekenhuis in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.

5.De beoordeling

Het geschil
5.1.
In deze zaak is tussen partijen in geschil of de diensten van de verpleegkundigen op de afdelingen Cardiologie en Dialyse moeten worden aangemerkt als consignatiediensten of als bereikbaarheidsdiensten. In de cao Ziekenhuizen wordt onderscheid gemaakt tussen bereikbaarheids-, aanwezigheids- en consignatiediensten. In de cao staan definities van deze diensten (die overigens vrijwel gelijk zijn aan de definities in de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit). Aanvankelijk was het onderscheid tussen de diensten niet relevant, omdat de diensten hetzelfde werden beloond. Dit werd anders toen de vergoeding voor bereikbaarheidsdiensten in de cao per 1 juli 2022 werd verhoogd. Aanvankelijk heeft het [vestigingsplaats] Ziekenhuis voor de oproepdiensten van [eisers] de hogere vergoeding voor bereikbaarheidsdiensten betaald, maar sinds 1 maart 2024 merkt het [vestigingsplaats] Ziekenhuis de oproepdiensten van de verpleegkundigen aan als consignatiediensten.
5.2.
[eisers] willen dat de door het [vestigingsplaats] Ziekenhuis als consignatiediensten vergoede oproepdiensten per 1 maart 2024 alsnog worden aangemerkt en beloond als bereikbaarheidsdiensten. [eisers] stellen zich op het standpunt dat de diensten van de verpleegkundigen in deze zaak bereikbaarheidsdiensten zijn. De verpleegkundigen stellen dat de oproepdiensten die zij draaien altijd bereikbaarheidsdiensten zijn geweest. Het verschil tussen een bereikbaarheidsdienst en een consignatiedienst zit volgens [eisers] in de voorzienbaarheid van de oproep. In de praktijk is een oproep voorzienbaar en een normaal onderdeel van de werkzaamheden. [eisers] weerspreken het oproeppercentage dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis stelt. Volgens [eisers] is duidelijk dat de verpleegkundige met oproepdienst in veel diensten zal worden opgeroepen en dat zorg zal moeten worden verleend. Dat is dus geen onvoorziene omstandigheid, aldus [eisers]
5.3.
Het [vestigingsplaats] ziekenhuis heeft de diensten aangemerkt als consignatiediensten in plaats van bereikbaarheidsdiensten. Volgens het [vestigingsplaats] Ziekenhuis is pas sprake van een bereikbaarheidsdienst wanneer vrijwel zeker is dat een oproep zal volgen, maar alleen onduidelijk is op welk moment. Volgens het [vestigingsplaats] Ziekenhuis vindt maar in een beperkt aantal oproepdiensten (voor sommige diensten maar in 2 à 3 procent van de gevallen) een oproep plaats. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis heeft naar aanleiding van de nieuwe cao 2023-2025 beleid ontwikkeld om de oproepdiensten te kunnen onderverdelen in consignatiediensten en bereikbaarheidsdiensten. Daarin gaat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis er kort gezegd van uit dat als een medewerker in de praktijk in minder dan 30% van de gevallen wordt opgeroepen tijdens een dienst, de dienst als consignatiedienst heeft te gelden. Daarbij merkt het [vestigingsplaats] Ziekenhuis op dat zij nog een ruime uitleg hanteert, omdat ‘zeker’ of ‘vrijwel zeker’ eigenlijk neerkomt op een percentage van (bijna) 100%. Nu het gemiddeld aantal oproepen van de verpleegkundigen onder de 30% ligt, is volgens het [vestigingsplaats] Ziekenhuis geen sprake van een zekere of vrijwel zekere oproep. Daarom is volgens het ziekenhuis sprake van consignatiediensten. Volgens het [vestigingsplaats] Ziekenhuis wordt de cao hiermee binnen de hele organisatie in gelijke omstandigheden op dezelfde manier toegepast.
5.4.
Partijen interpreteren de begrippen bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst in het [vestigingsplaats] Ziekenhuis op een verschillende manier. [eisers] redeneren vanuit het begrip onvoorziene omstandigheden zoals is vereist voor een consignatiedienst en komen vanwege de voorzienbaarheid en aard van de tijdens een oproepdienst te verrichten werkzaamheden tot de conclusie dat geen sprake is van een consignatiedienst. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis redeneert vanuit het feit dat in de toelichting op de Arbeidstijdenwet en de cao wordt uitgelegd dat bij een bereikbaarheidsdienst een oproep ‘zeker’ of anders ‘vrijwel zeker’ is. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis koppelt daar een percentage van 30% aan en betoogt dat als er een kans van minder dan 30% is dat een verpleegkundige in een dienst wordt opgeroepen, er dus geen sprake is van een zekere of vrijwel zekere oproep en dus niet van een bereikbaarheidsdienst.
5.5.
De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het kenmerkende verschil in de definities van onvoorziene omstandigheden, de diensten moeten worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten en motiveert dat oordeel als volgt.
Het toetsingskader
5.6.
In de cao Ziekenhuizen is opgenomen wat moet worden verstaan onder consignatiediensten en bereikbaarheidsdiensten. Partijen verschillen van mening over de uitleg hiervan. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet een cao worden uitgelegd aan de hand van de zogeheten cao-norm. Deze norm houdt in dat een bepaling in een cao naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, van doorslaggevende betekenis zijn. Daarmee komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen die de cao tot stand hebben gebracht, voor zover deze niet uit de daarin opgenomen bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de cao. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Ook de bewoordingen van de eventueel bij de cao behorende schriftelijke toelichting moeten bij de uitleg van de cao worden betrokken. Indien de bedoeling van de partijen bij de cao naar objectieve maatstaven volgt uit de cao-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting, en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest, kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend. [1]
Uitleg van de cao
5.7.
De definities van bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst in de cao verschillen van elkaar in die zin dat bij een consignatiedienst de werknemer uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden de bedongen arbeid te verrichten. Als voorbeelden van onvoorziene omstandigheden worden in de cao spoedgevallen en storingen genoemd. Bij een bereikbaarheidsdienst is de werknemer verplicht om bereikbaar te zijn om de bedongen arbeid te verrichten, waarbij de eis van onvoorziene omstandigheden dus niet wordt gesteld. Uitgaande van de tekst van de cao wordt het verschil tussen de bereikbaarheidsdienst en de consignatiedienst dus bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van onvoorziene omstandigheden. Deze definities sluiten aan bij de definities in de Arbeidstijdenwet.
5.8.
In de toelichting bij artikel 10.1 van de cao komt het begrip onvoorziene omstandigheden niet terug. Wel wordt daarin vermeld dat sprake is van een bereikbaarheidsdienst wanneer vrijwel zeker is dat er 1 of meerdere oproepen zullen volgen. Dit sluit aan bij de Memorie van Toelichting bij de Arbeidstijdenwet, waarin over het begrip onvoorziene omstandigheden is opgemerkt:
“Bij een consignatiedienst moet de werknemer bereikbaar zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten. Bij een bereikbaarheidsdienst is op voorhand duidelijk dat een of meer oproepen zullen plaatsvinden om zo spoedig mogelijk arbeid te verrichten.”In de toelichting op de cao wordt ten aanzien van het verschil tussen een consignatiedienst en een bereikbaarheidsdienst ook vermeld dat het opgeroepen worden in een bereikbaarheidsdienst een normaal onderdeel is van de functie en dus niet alleen plaatsvindt in noodgevallen. Daarnaast wordt beschreven dat de bereikbaarheidsdienst in het Arbeidstijdenbesluit mogelijk is gemaakt voor beroepen in de verpleging en de verzorging.
5.9.
Hieruit volgt dat aan de hand van het begrip ‘onvoorziene omstandigheden’ moet worden vastgesteld of sprake is van een consignatiedienst. Dat is kenmerkend voor de consignatiedienst. Bij een bereikbaarheidsdienst is op voorhand duidelijk dat een of meer oproepen zullen plaatsvinden. In de toelichting op de cao staat daarover dat de oproep bij een bereikbaarheidsdienst vrijwel zeker is. Daarnaast is van belang of het opgeroepen worden een normaal onderdeel van de functie van de verpleegkundigen is.
5.10.
Bij de oproepdiensten van de verpleegkundigen in deze zaak is geen sprake van onvoorziene omstandigheden. Tijdens de zitting hebben [eisers] toegelicht dat het gaat om normale zorgwerkzaamheden van een verpleegkundige (voortvloeiend uit de aard van het werk) die voortduren in het weekend of in de avond. Het gaat niet (alleen) om nieuwe spoedgevallen die niet voorzienbaar zijn. Ter zitting heeft [eiseres 1] namens de medewerkers van de afdeling Dialyse toegelicht dat vaak een dag van tevoren al duidelijk is of de oproepbare medewerker de dag erna terug moet komen voor het voortzetten van een behandeling. [eiser] heeft namens de medewerkers van de afdeling Cardiologie toegelicht dat van de patiënten die bijvoorbeeld op vrijdag binnenkomen al vast staat dat zij op zaterdag moeten worden onderzocht, omdat dat onderzoek nu eenmaal binnen 24 uur moet plaatsvinden. Doordeweeks voeren de medewerkers met een reguliere dienst dit onderzoek uit, in het weekend wordt die behandeling uitgevoerd door de medewerkers met een oproepdienst. In de gevallen die deze medewerkers hebben beschreven zijn een oproep en de te verrichten werkzaamheden niet onvoorzien. Zij hebben ook toegelicht dat ze met een oproepdienst in de praktijk rekening (moeten) houden bij hun privéplannen gedurende de dienst. Er is dus geen sprake van onvoorziene omstandigheden zoals bedoeld in de definitie van een consignatiedienst. Ook de werkzaamheden die het [vestigingsplaats] Ziekenhuis beschrijft, zoals het uitvoeren van een katheterisatie of een acute dialysebehandeling en het bieden van ondersteuning bij complicaties of acute medische problemen, kunnen niet als (het gevolg van) onvoorziene omstandigheden worden aangemerkt. Ook dit zijn werkzaamheden die voortvloeien uit de aard van het werk in de zorg. De aard van dit werk brengt mee dat op elk moment een extra verpleegkundige op de afdeling nodig kan zijn. Van werkelijk onvoorziene omstandigheden is dan geen sprake. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de oproepen dan ook een normaal onderdeel van de functie van de verpleegkundigen.
5.11.
Zoals hiervoor is overwogen, is daarbij tevens van belang dat de werkzaamheden die de verpleegkundigen ter zitting hebben beschreven een normaal onderdeel van de functie zijn. Er is niet (altijd) sprake van noodgevallen. Aan de hand van de toelichting op de cao leidt dat eveneens tot de conclusie dat sprake is van een bereikbaarheidsdienst. Deze uitleg sluit aan bij het feit dat bereikbaarheidsdiensten in § 5.19 van het Arbeidstijdenbesluit specifiek voor onder andere de beroepsgroep ‘verpleging en verzorging’ mogelijk zijn gemaakt; deze diensten zijn dan ook geschikt en gebruikelijk voor personeel in de zorg. Deze uitleg staat ook in de toelichting bij de cao.
5.12.
Het standpunt van het [vestigingsplaats] Ziekenhuis dat bij de diensten van deze verpleegkundigen sprake is van consignatiediensten kan niet worden gevolgd. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis heeft uitgelegd dat zij heeft gezocht naar een hanteerbare norm om de diensten in het ziekenhuis te duiden. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis hanteert vanuit het begrip ‘(vrijwel) zeker’ onder andere als onderscheidende grens een oproepfrequentie van 30%. Als het percentage oproepen voor een dienst lager is, is volgens het [vestigingsplaats] Ziekenhuis in beginsel geen sprake van een bereikbaarheidsdienst, maar van een consignatiedienst. Die uitleg en de feitelijke toepassing daarvan volgen echter niet uit de cao en de toelichting daarop. Een lage oproepfrequentie maakt de oproep en de werkzaamheden gelet op het voorgaande niet direct onvoorzien. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis baseert de kans dat iemand in een dienst wordt opgeroepen bovendien op het gemiddeld aantal oproepen in de periode daarvoor. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis geeft daarmee een invulling aan de cao en de daarin genoemde eis van onvoorziene omstandigheden die niet uit de tekst van de cao volgt. Zoals hiervoor is overwogen is niet de oproepfrequentie op zichzelf doorslaggevend voor de vraag of bij de oproep sprake is van onvoorziene omstandigheden, maar de aard en voorzienbaarheid van de werkzaamheden. Ondanks het relatief lage aantal oproepen (partijen verschillen van mening over het percentage, maar tussen partijen staat wel vast dat dit onder de 30% ligt) kan niet worden aangenomen dat de oproepdiensten gericht zijn op onvoorziene omstandigheden zoals bij consignatiediensten is vereist. Het is niet in lijn met de cao om op basis van een percentage te bepalen of sprake is van een consignatiedienst. Dat op voorhand niet per dienst te zeggen is met welk percentage van zekerheid de oproepbare medewerker zal worden opgeroepen, is dan ook niet voldoende om te oordelen dat de werkzaamheden het gevolg zijn van onvoorziene omstandigheden. De diensten van [eisers] kunnen niet worden aangemerkt als consignatiedienst in de zin van de cao.
5.13.
De stelling van het [vestigingsplaats] Ziekenhuis dat het bestaan van een consignatiedienst illusoir zou worden wanneer de oproepdiensten van deze verpleegkundigen als een bereikbaarheidsdienst zouden worden aangemerkt, volgt de kantonrechter niet. Dit is afhankelijk van de reden en aard van de dienst. Bovendien is een consignatiedienst bijvoorbeeld ook mogelijk voor andere medewerkers in het ziekenhuis die zich niet direct met zorgverlening bezig houden, zoals ook ter zitting aan de orde is gekomen.
Conclusie
5.14.
Uit het voorgaande volgt dat de diensten van de verpleegkundigen in deze zaak moeten worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten in de zin van de cao. Het [vestigingsplaats] Ziekenhuis dient vanaf 1 maart 2024 de consignatiediensten (met terugwerkende kracht) te kwalificeren en te belonen als bereikbaarheidsdiensten. De daarop gerichte verklaringen voor recht zullen in het eindvonnis worden toegewezen.
De loonvorderingen
5.15.
Ten aanzien van de loonvorderingen van [eisers] overweegt de kantonrechter als volgt. [eisers] heeft de loonvorderingen per medewerker berekend. De hoogte van deze loonvorderingen wordt door het [vestigingsplaats] Ziekenhuis betwist, in die zin dat zij de hoogte van de uurlonen betwist. Volgens het [vestigingsplaats] Ziekenhuis heeft [eisers] met de huidige hoogte van de lonen gerekend, in plaats van met het geldende loon ten tijde van de ingeroosterde diensten. Ook voert het [vestigingsplaats] Ziekenhuis aan dat niet met de juiste duur van diensten is gerekend. Zoals besproken tijdens de zitting zullen [eisers] in de gelegenheid worden gesteld de (uitgangspunten voor de) loonvorderingen schriftelijk nader toe te lichten. Ook kunnen [eisers] dan reageren op het aantal diensten dat het [vestigingsplaats] Ziekenhuis in nr. 3.35. van de conclusie van antwoord heeft genoemd.
5.16.
[eisers] zullen in de gelegenheid worden gesteld om op een termijn van vier weken een akte te nemen over hetgeen in 5.15. is overwogen. Daarna mag het [vestigingsplaats] Ziekenhuis op een termijn van vier weken een antwoordakte nemen.
5.17.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
stelt [eisers] in de gelegenheid om op een termijn van vier weken, dus op de rol van
4 augustus 2026, een akte nemen over het bepaalde in r.o. 5.15., waarna het [vestigingsplaats] Ziekenhuis op een termijn van vier weken een antwoordakte mag nemen;
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.(SB)

Voetnoten

1.o.a. HR 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5961 en recenter HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1622.