Ieder1 verhuurt een woning aan [gedaagde]. Tijdens een politiedoorzoeking zijn in het gehuurde illegale goederen aangetroffen, waaronder wapens, vuurwerk en handelshoeveelheden drugs. Ieder1 vordert daarop ontruiming van de woning. [gedaagde] betwist kennis van de illegale goederen en stelt dat haar belang bij het behouden van de woning zwaarder weegt.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen en haar verplichtingen uit de huurovereenkomst en wet moet nakomen. Er is voldoende aannemelijk dat zij tekort is geschoten, mede omdat zij wist van een wapen aan de muur en het bezit van illegaal vuurwerk niet heeft weersproken. Ook al zou zij niet direct verantwoordelijk zijn voor de drugs, zij had maatregelen moeten treffen tegen het gedrag van medebewoners.
De aanwezigheid van deze goederen brengt ernstige veiligheidsrisico's en overlast met zich mee, wat ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Het belang van [gedaagde] en haar minderjarige dochter bij het behouden van de woning weegt niet zwaarder dan het belang van Ieder1 bij ontruiming. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.