ECLI:NL:RBOVE:2026:3329

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
14 juni 2026
Zaaknummer
C/08/340324 / HA ZA 25-381
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N. Wilmink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Brussel I-bisArt. 8 lid 3 Brussel I-bisArt. 4 Rome IArt. 6:228 BWArt. 6:89 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering terugbetaling koopprijs tweedehands auto met waterschade op grond van Weens Koopverdrag

Passion SARL, gevestigd in Frankrijk, kocht van [gedaagde] B.V. een tweedehands Audi RS6 voor €94.000,00. Na aankoop bleek dat de auto in 2021 waterschade had opgelopen en economisch total loss was verklaard, wat door [gedaagde] was verzwegen. Passion vorderde terugbetaling van de koopprijs wegens non-conformiteit en ontbinding van de koopovereenkomst.

De rechtbank oordeelde dat het Weens Koopverdrag (WKV) van toepassing is vanwege het internationale karakter van de koop en het vestigingsland van de verkoper. De vordering van Passion werd beoordeeld aan de hand van de non-conformiteitsregels van het WKV, waarbij werd vastgesteld dat de auto niet voldeed aan de overeenkomst omdat belangrijke informatie over de waterschade was achtergehouden.

De rechtbank stelde vast dat Passion tijdig had geklaagd over de non-conformiteit en de overeenkomst rechtsgeldig had ontbonden. De vordering tot terugbetaling van de koopprijs, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, werd toegewezen. De voorwaardelijke reconventie van [gedaagde] tot schadevergoeding wegens waardevermindering van de auto werd afgewezen omdat Passion geen voordeel van de auto had genoten.

De rechtbank stond rectificatie van de verkeerde partijaanduiding toe en veroordeelde [gedaagde] tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door rechter N. Wilmink op 3 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Passion toe tot terugbetaling van de koopprijs wegens non-conformiteit op grond van het Weens Koopverdrag en wijst de vordering van [gedaagde] af.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/340324 / HA ZA 25-381
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
PASSION SARL,
gevestigd te Parijs (Frankrijk),
eisende partij,
hierna te noemen: Passion,
advocaat: mr. G.H. Teiken,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te Wierden,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. K. Croezen.

1.Samenvatting van de zaak

[gedaagde] heeft aan Passion een tweedehands auto verkocht. Passion vordert terugbetaling van de koopprijs, omdat [gedaagde] heeft verzwegen dat de auto waterschade heeft. [gedaagde] betwist dit. De rechtbank oordeelt dat de vordering moet worden beoordeeld op basis van het Weens Koopverdrag en wijst de vordering van Passion toe.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 oktober 2025 namens Passion
- de conclusie van antwoord tevens inhoudende een voorwaardelijke eis in reconventie namens [gedaagde]
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens inhoudende een verzoek tot rectificatie namens Passion
- de akte met een aanvullende productie namens Passion
- de mondelinge behandeling van 13 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Passion heeft een tweedehands Audi RS6 gekocht van [gedaagde] voor € 94.000,00 (hierna: de auto). De auto is betaald en opgehaald op 30 mei 2024.
3.2
De auto is in 2021 onderwerp geweest van een schadeclaim wegens waterschade, waarbij de auto (economisch) total loss is verklaard. [gedaagde] wist dat.
3.3
Bij brieven van 6 augustus 2024 en 1 november 2024 heeft Passion de overeenkomst schriftelijk buitengerechtelijk vernietigd wegens dwaling en is [gedaagde] verzocht om de aankoopprijs terug te betalen onder retournering van de auto.

4.Het geschil

Conventie
4.1
Passion vordert in conventie - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 94.000,00, vermeerderd met rente en kosten. Passion vordert tevens veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.715,-- wegens buitengerechtelijke incassokosten.
4.2
[gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vorderingen van Passion, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Passion in de kosten van deze procedure.
Voorwaardelijke reconventie
4.3
[gedaagde] vordert in voorwaardelijke reconventie - samengevat - veroordeling van Passion tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat.
4.4
Passon concludeert in voorwaardelijke reconventie tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] .
4.5
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Rechtsmacht Nederlandse rechter
5.1
Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat Passion in Frankrijk is gevestigd. Daarom moet eerst worden beoordeeld of de rechtbank bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
5.2
Omdat deze zaak een handelszaak betreft, is de verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis) van toepassing.
5.3
Op grond van artikel 4 lid 1 Brussel Pro I-bis moet een gedaagde worden opgeroepen voor het gerecht van die lidstaat. Aangezien [gedaagde] is gevestigd in Nederland (in de gemeente Wierden) is de rechtbank dus bevoegd.
5.4
Op grond van artikel 8 lid 3 Brussel Pro I-bis is de rechtbank ook bevoegd om van de voorwaardelijke vordering in reconventie kennis te nemen, omdat deze vordering voortspruit uit de eis in conventie.
Toepasselijk recht
5.5
Passion stelt dat op de vordering Nederlands recht van toepassing is. Dit is door [gedaagde] niet betwist, maar ook hier geldt dat de rechtbank ambtshalve moet onderzoeken welk recht van toepassing is omdat het geschil een internationaal karakter heeft.
5.6
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 4 van Pro de verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), een verkoopovereenkomst van roerende zaken wordt beheerst door het recht waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Omdat [gedaagde] zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland, is in deze zaak Nederlands recht dus van toepassing.
Gedagvaarde partij
5.7
[gedaagde] stelt dat Passion de verkeerde partij heeft gedagvaard. Passion heeft de auto namelijk van [gedaagde] B.V. gekocht, maar heeft [bedrijf] B.V. gedagvaard. De vordering moet daarom worden afgewezen, aldus [gedaagde] .
5.8
Passion voert hiertegen verweer. Passion stelt dat er sprake is van een kennelijke vergissing die zich lopende deze procedure leent voor herstel door rectificatie. [bedrijf] is immers een handelsnaam van [gedaagde] B.V. Passion verzoekt de rechtbank om de gedaagde partij als [gedaagde] B.V. in het vonnis aan te duiden.
5.9
De rechtbank overweegt dat een verkeerde partijaanduiding naar vaste rechtspraak lopende de procedure kan worden hersteld als (i) de vergissing voor de gedaagde kenbaar was, (ii) de gedaagde niet wordt benadeeld of in zijn verdediging geschaad en (iii) rectificatie tijdig plaatsvindt. [1]
5.1
Niet ter discussie staat dat het onderhavige geschil draait om de koopovereenkomst van een auto, die is gesloten tussen [gedaagde] B.V. en Passion. Gedagvaard is echter [bedrijf] B.V. De rechtbank constateert dat [bedrijf] B.V. en [gedaagde] B.V. twee vennootschappen met identieke adresgegevens zijn, waarbij [gedaagde] B.V. enig aandeelhouder en bestuurder is van [bedrijf] B.V. [gedaagde] B.V. voert daarnaast de geregistreerde handelsnaam “ [bedrijf]”. (Middelijk) bestuurder van [gedaagde] B.V. en [bedrijf] B.V. is de heer [naam 1] . De rechtbank overweegt verder dat op de orderbevestiging van de aankoop van de auto in grote letters “ [bedrijf]” staat. Alleen het KvK nummer onderaan de orderbevestiging verwijst naar [gedaagde] B.V. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] heeft begrepen althans redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat in de dagvaarding een vergissing is gemaakt en dat de dagvaarding materieel gezien aan “ [gedaagde] B.V.” was gericht. Evident is immers dat Passion haar contractspartij heeft willen dagvaarden, omdat zij terugbetaling van de koopprijs vordert. Dat [gedaagde] dit begreep leidt de rechtbank ook af uit het feit dat de heer [gedaagde] de door Passion aan [bedrijf] B.V. gestuurde brieven heeft ontvangen en inhoudelijk beantwoord. [gedaagde] heeft ook nooit geklaagd over de tenaamstelling van deze brieven.
5.11
De rechtbank oordeelt dat ook niet is gebleken dat [gedaagde] door deze vergissing is benadeeld of in haar verdediging is geschaad. De dagvaarding is op het juiste adres betekend en mr. Croezen heeft zich in deze procedure als advocaat gesteld. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de heer [gedaagde] , bestuurder van [gedaagde] B.V., verweer gevoerd.
5.12
De rechtbank stelt verder vast dat het verzoek tot rectificatie na ontdekking van de vergissing is ingediend en tijdig is gedaan. Aangezien de juiste partij, [gedaagde] B.V., in de procedure is verschenen, volstaat de rectificatie van de partijnaam. De rechtbank zal het verzoek tot rectificatie dus toestaan. De dagvaarding wordt geacht te zijn uitgebracht aan [gedaagde] B.V. en [gedaagde] B.V. geldt als gedaagde in deze procedure.
Het Weens Koopverdrag
5.13
De rechtbank heeft onder 5.6 vastgesteld dat Nederlands recht van toepassing is. Dat betekent dat het Weens Koopverdrag (hierna: WKV) van toepassing is. Het geschil betreft immers een koopovereenkomst van een roerende zaak tussen partijen die in verschillende landen zijn gevestigd, terwijl het recht van een verdragsluitende staat bij het WKV (Nederland) van toepassing is. Dit staat in artikel 1, lid 1, sub b WKV. Bovendien zijn beide partijen gevestigd in landen die zijn aangesloten bij het WKV. Op grond van artikel 1, lid 1, sub a WKV leidt ook deze omstandigheid tot toepasselijkheid van het WKV. Partijen hebben de toepasselijkheid van het WKV bovendien niet uitdrukkelijk uitgesloten.
5.14
De bepalingen uit het WKV hebben voorrang op bepalingen van nationaal recht, zodat nationaal Nederlands recht slechts van toepassing is voor onderwerpen die niet door het WKV worden bestreken.
5.15
De rechtbank moet beoordelen of de grondslag van de vordering van Passion onder het bereik van het WKV valt, of dat deze naar nationaal recht beoordeeld kan worden. Daarbij geldt dat niet de benaming van de rechtsgrond, maar het doel dat ermee wordt beoogd van belang is. Als het doel dat met de nationaalrechtelijke rechtsgrond wordt beoogd ook wordt gediend door een regeling in het WKV, dan valt die rechtsgrond binnen het materiële toepassingsgebied van dat verdrag. Het gevolg daarvan is dat de nationaalrechtelijke rechtsgrond – en de daaraan gekoppelde rechtsmiddelen – in beginsel voor de vergelijkbare rechtsgronden in het WKV zal moeten wijken. Valt een nationaalrechtelijke rechtsgrond niet onder het materiële toepassingsgebied van het WKV dan moet deze worden beoordeeld naar nationaal Nederlands recht.
In conventie
De vordering van Passion
5.16
Passion vordert betaling van € 94.000,00 en legt daaraan ten grondslag dat sprake is van dwaling, als gevolg waarvan de overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd en de koopprijs op grond van onverschuldigde betaling moet worden terugbetaald. Passion stelt dat deze vordering op grond van het nationaal Nederlands recht (artikel 6:228 BW Pro) moet worden beoordeeld, omdat dwaling niet is geregeld in het WKV. Als het WKV toch moet worden toegepast, dan is er volgens Passion sprake van een wezenlijke tekortkoming die ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. [gedaagde] betwist de vordering en voert aan dat de vordering moet worden beoordeeld op basis van het WKV.
5.17
De rechtbank overweegt dat op grond van de heersende leer in de rechtspraak en literatuur een beroep op dwaling, als die dwaling betrekking heeft op het gekochte, moet worden aangemerkt als een door artikel 35 WKV Pro geregelde non-conformiteitskwestie. [2] Het WKV biedt voor deze situatie namelijk een passende oplossing in de vorm van de bepalingen over de (non-)conformiteit van het geleverde. Daardoor moeten de nationale regels omtrent dwaling buiten toepassing blijven. De rechtbank zal de nationaalrechtelijke grondslag (artikel 6:228 BW Pro) dus buiten beschouwing laten en de zaak beoordelen op grond van de non-conformiteitsregeling uit het WKV.
De non-conformiteitsregeling uit het WKV
5.18
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 35 WKV Pro de verkoper verplicht is tot aflevering van zaken die aan de overeenkomst beantwoorden. De verkoper moet de zaken afleveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoet aan de in de overeenkomst gestelde eisen. De verkoper is niet aansprakelijk voor non-conformiteit van een zaak, als de koper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst wist of had behoren te weten dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordde.
5.19
Op grond van artikel 49 WKV Pro kan de koper de overeenkomst vervolgens ontbinden, als sprake is van een wezenlijke tekortkoming in de nakoming aan de zijde van de verkoper. Van een wezenlijke tekortkoming is volgens artikel 25 WKV Pro sprake wanneer de schade voor de koper zodanig is dat hem in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat hij uit hoofde van de overeenkomst mocht verwachten, tenzij deze schade voor de verkoper redelijkerwijs niet was te voorzien. De ontbinding moet plaatsvinden binnen een redelijke termijn nadat de koper de tekortkoming heeft ontdekt of had behoren te ontdekken. Dat volgt uit artikel 49 lid 2 sub Pro b, onder (i) WKV.
5.2
Passion stelt dat de geleverde auto non-conform is en dat de overeenkomst kon worden ontbonden vanwege een wezenlijke tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Passion voert daarvoor aan dat hij mocht verwachten dat de auto vrij was van schade. Passion legt ter onderbouwing de advertentie van de auto over. Daarin wordt de auto als “tweedehands” aangemerkt en wordt geen melding gemaakt van de waterschade of de total loss verklaring uit 2021. Ook legt Passion de orderbevestiging van de auto over. Ook daarin wordt geen melding gemaakt van het feit dat het een schade-auto betreft. Na aankoop is gebleken dat de auto waterschade heeft en in 2021 total loss is verklaard. Ter onderbouwing legt Passion het rapport van Experts Groupe van 13 mei 2025 over, waarin het volgende staat:
“Technische opmerkingen van 13/05/2025:
-
Aanwezigheid van vuil en vocht in de voorste lens D
-
Vuul in de vloerboringen achteraan
-
Vuil onder de armsteunen, achterportieren, LH, RH
-
Vuil onder achterbank, waterafvoerpluggen onder achterbank ontbreken.
-
Corrosie op achterste tankklep D.
-
Voordeurpaneel G verwijderd: Opgedroogde aarde aan de binnenkant van het paneel. Opgedroogde aarde op connector G van elektronische regeleenheid voorportier.
-
Opgedroogde modder in voorportier G en op portierversterking
-
Voertuig op de lift: Aanwezigheid van aarde gedroog in de bescherming van bodembeschermers.
-
Waarschuwingslampje airbag aan.
-
Voertuig loopt normaal
-
Geen sporen van impact op het hele voertuig.
[..]
Conclusies
Voertuig onder water boven de kussens van de voorstoel. Voertuig ongeschikt voor gebruik.
Voertuig technisch niet meer te repareren.
[gedaagde] heeft de schade volgens Passion verzwegen. Als Passion op de hoogte was geweest van de waterschade had zij de auto nooit gekocht.
5.21
[gedaagde] erkent dat hij van de waterschade en de total loss verklaring uit 2021 wist. Maar [gedaagde] betwist dat hij de waterschade niet heeft gemeld. [gedaagde] stelt voorafgaand aan de koop telefonisch over de waterschade te hebben verteld aan [naam 2] , een werknemer van Passion. [gedaagde] legt daarnaast een factuur over, waarop in hoofdletters staat: “WATERSCHADE! WASSERSCHADEN! FLOOD DAMAGE!”. [gedaagde] voert verder aan dat Passion een onderzoeksplicht had en zelf achter de waterschade en de total loss verklaring uit 2021 had kunnen komen. [gedaagde] betwist ten slotte dat de waterschade c.q. het schadeverleden een wezenlijke tekortkoming in de zin van het WKV oplevert. De auto is volgens [gedaagde] veilig en geschikt voor normaal gebruik.
5.22
Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat de auto nog actuele waterschade heeft. Dit volgt uit het rapport van de Experts Groupe en de inhoud van dit rapport wordt ook niet door [gedaagde] betwist. [gedaagde] betwist enkel dat de auto daardoor ongeschikt zou zijn voor normaal gebruik. Vast staat eveneens dat [gedaagde] van de waterschade en de total loss verklaring wist. De stelling van Passion dat de schade en de total loss verklaring van negatieve invloed is op de waarde en verhandelbaarheid van de auto is niet door [gedaagde] weersproken, zodat ook dit uitgangspunt vast staat.
5.23
De rechtbank is van oordeel dat vast is komen te staan dat [gedaagde] Passion niet over de schade en de total loss verklaring heeft geïnformeerd. De orderbevestiging, waarin geen melding wordt gemaakt van schade, is niet weersproken. Ook de overgelegde advertentie, waarin geen melding wordt gemaakt van de schade, is niet gemotiveerd door [gedaagde] weersproken. [gedaagde] betwist ook niet zij Passion niet heeft geïnformeerd over het feit dat de auto in het verleden total loss is verklaard. [gedaagde] voert wel aan dat zij Passion telefonisch op de hoogte heeft gesteld van de waterschade, maar zij onderbouwt dat niet. [gedaagde] legt een factuur over waarop de waterschade staat vermeld, maar Passion betwist de echtheid en ontvangst van de factuur gemotiveerd. Passion voert aan dat nergens uit blijkt dat de factuur echt is en is verzonden. De factuur zou worden nagestuurd, net zoals het kentekenbewijs, maar beide stukken heeft Passion niet gekregen. De rechtbank concludeert dat de stelling van [gedaagde] dat de factuur is meegegeven toen de auto op 30 mei 2024 werd opgehaald en tevens naar Passion is opgestuurd, niet is onderbouwd met stukken. De rechtbank is bovendien van oordeel dat zelfs als de ontvangst van de factuur zou vaststaan, de vermelding van schade op de factuur te laat is. De overeenkomst is op het moment van verstrekking van de factuur immers al tot stand gekomen en de informatie over de schade behoort te worden verstrekt voor die tijd.
5.24
De rechtbank concludeert dat Passion hiermee haar mededelingsplicht heeft geschonden. De waterschade en de total loss verklaring betreft naar haar aard en gelet op de ernst belangrijke informatie. Dat [gedaagde] van mening is dat de auto feitelijk niet total loss is geweest (maar alleen economisch), ontslaat [gedaagde] niet van de verplichting om dit feit te melden. Hetzelfde geldt voor het argument van [gedaagde] dat de auto ten tijde van verkoop was gerepareerd, wat overigens door Passion gemotiveerd wordt weersproken. De mededelingsplicht ziet immers - zeker in een geval als dit - op het verschaffen van de mogelijkheid aan de koper om, voorafgaand aan de koop, (nader) onderzoek te doen naar de staat van de auto en de daarmee samenhangende risico’s. Daarnaast ziet het op het gegeven dat een auto met schade en een total loss verklaring een negatieve invloed op de waarde en de verhandelbaarheid van de auto heeft. Dat Passion een professioneel autobedrijf is dat het schadeverleden bij nader onderzoek mogelijk zelf had kunnen ontdekken, doet aan deze mededelingsplicht niet af. De Hoge Raad heeft in het arrest van 16 december 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1870) over de verhouding tussen onderzoeksplicht van de koper en de mededelingsplicht van de verkoper geoordeeld dat in het algemeen aan een koper, ook een onvoorzichtige koper, niet zal kunnen worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen van het gekochte, wanneer de verkoper dienaangaande naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht had, maar heeft nagelaten de koper op de hoogte te stellen van bij de verkoper bekende feitelijke gegevens die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag welke eigenschappen de koper met het oog op de beoogde bestemming van het gekochte mocht verwachten.
5.25
[gedaagde] voert aan dat er geen sprake is van een wezenlijke tekortkoming, omdat de auto geschikt is voor normaal gebruik. De auto is namelijk door de RDW goedgekeurd voor gebruik op de weg. Nog daargelaten dat deze stelling niet met stukken is onderbouwd en gemotiveerd wordt weersproken door Passion, geldt dat wat Passion mocht verwachten op grond van de koopovereenkomst mede wordt ingekleurd aan de hand van de aard van de zaak en de mededelingen die [gedaagde] in dat verband heeft gedaan. Dit kan dus verder gaan dan de vraag of de auto rijdt en geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. In dit geval heeft [gedaagde] Passion niet geïnformeerd over het feit dat het om een auto met nog actuele waterschade gaat, die in het verleden bij een zwaar ongeval betrokken is geweest als gevolg waarvan de auto total loss is verklaard. Nu vast staat dat dit belangrijke informatie betreft en door [gedaagde] de indruk is gewekt dat van dergelijke schade geen sprake is, is de auto non-conform en wordt Passion in aanmerkelijke mate onthouden wat zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
5.26
Omdat sprake is van een wezenlijke tekortkoming heeft Passion het recht om de overeenkomst te ontbinden. Dat heeft Passion naar de rechtbank begrijpt ook gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan in de brieven van 6 augustus en 1 november 2024 namelijk een ontbinding worden gelezen. Ontbinding vereist immers een verklaring die vormvrij is. Duidelijk moet wel zijn dat de koper als gevolg van de tekortkoming van de verkoper de overeenkomst wenst te beëindigen. Naar het oordeel van de rechtbank voldoen de brieven van 6 augustus en 1 november 2024 hieraan. In deze brieven staat immers dat [gedaagde] een auto heeft verkocht zonder melding te maken van de waterschade (de tekortkoming) en dat Passion de koopprijs terug wil onder retournering van de auto door Passion.
Schending klachtplicht?
5.27
[gedaagde] voert bij wijze van verweer aan dat Passion op grond van artikel 6:89 BW Pro geen beroep meer kan doen op de non-conformiteit. Passion heeft namelijk niet binnen bekwame tijd nadat zij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken bij [gedaagde] geprotesteerd, aldus [gedaagde] . Passion betwist dat er niet tijdig is geklaagd en voert aan dat zij op 4 juni 2024 een Whatsapp-bericht en op 6 augustus 2024 en 1 november 2024 brieven heeft gestuurd. De rechtbank zal ook het verweer van [gedaagde] beoordelen op grond van de non-conformiteitsregeling uit het WKV en het verweer beschouwen als een beroep op artikel 39 lid 1 WKV Pro.
5.28
De rechtbank overweegt als volgt. De auto is op 30 mei 2024 opgehaald door Passion. Op 4 juni 2024 heeft Passion [gedaagde] een Whatsapp-bericht gestuurd, waarin staat: “
Good morning, I am the new owner of the Audi RS6. We noticed that vehicle was taking on water. you know it. we no longer want the vehicle. can we find an arrangement? Or should I go through my lawyer? thanks in advance”.De ontvangst van dit Whatsapp-bericht is niet betwist.
5.29
De rechtbank is van oordeel dat Passion met het versturen van dit Whatsapp-bericht, enkele dagen na het ophalen van de auto, heeft voldaan aan haar klachtplicht.
5.3
Indien en voor zover [gedaagde] een beroep heeft willen doen op de schending van de redelijke termijn voor ontbinding (artikel 49 lid 2 sub b WKV Pro), is de rechtbank van oordeel dat van een dergelijke schending ook geen sprake is. Passion heeft de overeenkomst door haar brieven van 6 augustus 2024 en 1 november 2024 binnen een redelijke termijn na ontdekking van de tekortkoming ontbonden.
Conclusie
5.31
De rechtbank concludeert dat Passion de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, als gevolg waarvan over en weer ongedaanmakingsverbintenissen zijn ontstaan. De rechtbank wijst de vordering van Passion tot terugbetaling van de koopprijs van € 94.000,00 daarom toe.
5.32
De rechtbank overweegt overigens dat de vordering ook zou zijn toegewezen als de nationaalrechtelijke grondslag van artikel 6:228 BW Pro (dwaling) van toepassing zou zijn.
Wettelijke rente
5.33
Passion vordert de wettelijke rente. [gedaagde] betwist deze vordering niet. Artikel 84 WKV Pro bepaalt dat als de verkoper gehouden is de prijs terug te betalen, hij daarover ook rente moet betalen vanaf het tijdstip waarop de prijs werd betaald. Passion heeft de wettelijke rente gevorderd vanaf 1 november 2024, zodat de rechtbank de wettelijke rente vanaf die datum zal toewijzen.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.34
Passion vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Passion heeft zijn vordering voldoende onderbouwd. De gevorderde vergoeding is bovendien in overeenstemming met het tarief in het Besluit en is daarom redelijk. Daarom zal een bedrag van € 1.715,00 worden toegewezen.
De vordering in reconventie
5.35
[gedaagde] vordert in (voorwaardelijke) reconventie een schadevergoeding, nader op te maken bij staat. [gedaagde] stelt dat Passion de auto niet in dezelfde staat kan teruggeven als waarin de auto zich bij aankoop bevond. Passion heeft de auto gebruikt en dat heeft tot waardevermindering geleid. De rechtbank begrijpt dat [gedaagde] hiermee een beroep doet op artikel 84 lid 2 WKV Pro. Passion betwist de vordering en voert aan dat de onderbouwing van de vermeende schade ontbreekt.
5.36
Op grond van artikel 84 lid 2 WKV Pro moet Passion aan [gedaagde] de waarde vergoeden van elk voordeel dat zij van de auto heeft genoten als (a) zij de auto moet teruggeven, of (b) als het haar onmogelijk is de auto terug te geven of de auto goeddeels in dezelfde staat terug te geven als waarin zij deze heeft ontvangen, maar zij de overeenkomst desondanks ontbonden heeft verklaard of van de verkoper heeft geëist dat deze vervangende zaken aflevert.
5.37
De rechtbank overweegt dat de auto op 30 mei 2024 is afgeleverd en dat het op zichzelf juist is dat de auto niet in exact dezelfde staat kan worden teruggegeven gelet op het tijdsverloop van twee jaar en de toegenomen kilometerstand. De vraag die beantwoord moet worden is echter of Passion voordeel van de auto heeft genoten dat moet worden vergoed.
5.38
[gedaagde] baseert haar vordering op het tijdsverloop, maar het enkele tijdsverloop - en de daarmee samenhangende waardevermindering – leidt niet zonder meer tot de conclusie dat Passion voordeel van de auto heeft genoten. Het is bovendien [gedaagde] geweest die geen gevolg heeft gegeven aan de buitengerechtelijke vernietiging c.q. ontbinding in augustus en november 2024 en de daaruit voortvloeiende ongedaanmakingsverplichtingen. [gedaagde] heeft kortom aan zichzelf te wijten dat zij de auto destijds niet al heeft terug ontvangen.
5.39
[gedaagde] baseert haar vordering verder op het gebruik van de auto. [gedaagde] stelt dat Passion de auto heeft gebruikt en verwijst naar de kilometerstand in het rapport van Experts Groupe van 13 mei 2025. Passion betwist dit. Passion voert aan dat zij een auto met schade heeft gekregen en dat zij vanwege de daarmee samenhangende veiligheidsrisico’s de auto juist niet of nauwelijks heeft gebruikt.
5.4
De rechtbank overweegt dat uit het rapport van Experts Groupe volgt dat er vanaf het moment van aankoop op 30 mei 2024 tot 13 mei 2025 1.639 kilometer met de auto is gereden. Dat is inclusief de rit van Wierden naar Frankrijk op 30 mei 2024. Dit kilometeraantal past bij de lezing van Passion dat de auto nauwelijks is gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank is dus niet komen vast te staan dat Passion een voordeel van de auto heeft genoten, zodat er ook geen vergoedingsplicht op Passion rust. De rechtbank wijst de vordering van [gedaagde] af.
In conventie en reconventie
5.41
[gedaagde] is zowel in conventie als reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Passion worden in conventie
en reconventie gezamenlijk begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.906,50.
(2 punten x € 1.290,00 en 0,5 x € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
6.212,85
5.42
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
in conventie
6.1
veroordeelt [gedaagde] B.V. om aan Passion SARL te betalen een bedrag van € 94.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 1 november 2024, tot de dag van volledige betaling,
6.2
veroordeelt [gedaagde] B.V. om aan Passion SARL te betalen een bedrag van € 1.715,00 aan buitengerechtelijke kosten,
in reconventie
6.3
wijst de vorderingen van [gedaagde] B.V. af,
in conventie en reconventie
6.4
veroordeelt [gedaagde] B.V. in de proceskosten van € 6.212,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5
veroordeelt [gedaagde] B.V. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Wilmink en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.