Uitspraak
1.De procedure
2.Samenvatting
3.De feiten
Afspraak: Meld plicht(…)
Ik heb met [verzoekster][ [verzoekster] ]
gesproken over wat we onder integriteit verstaan. Vanuit onboarding is daar ook voldoende aandacht aan besteed.(…)
doen. Goed dat je het meldt.
Zojuist werd ik opgeroepen voor een gesprek morgenochtend om 9:00 uur. Ik kan niet
Op dinsdag 13 januari 2026 heeft werkgever een beknopte beschrijving van verdenking van de strafbare feiten en omstandigheden ontvangen van het OM (bijlage 1). Omdat uit deze brief nog niet duidelijk naar voren komt waar de strafbare feiten en omstandigheden precies op zien, heeft de werkgever om aanvullende informatie gevraagd aan het OM. Gisteren heeft werkgever een aanvullend PV ontvangen van het OM (bijlage 2) . De bevindingen die hierin zijn opgenomen, zijn aanleiding om uw cliënte morgen te horen. Uw cliënte is daarom uitgenodigd voor een gesprek met werkgever op woensdag 21 januari 2026 om 9.00 uur te kantoor Apeldoorn. Zojuist heb ik begrepen dat uw cliënte heeft aangegeven niet in gesprek te gaan met werkgever. Ik hecht er waarde aan te benoemen dat de bevindingen uit het PV dermate ernstig zijn dat dit mogelijk kan leiden tot een beëindiging van het dienstverband wegens een dringende reden. Voordat hierover een beslissing genomen wordt, willen wij uw cliënte horen en in de gelegenheid stellen om te reageren op de door werkgever van het OM ontvangen stukken. Uw cliënte wordt dan ook verzocht om alsnog gehoor te geven aan de uitnodiging om morgen in gesprek te gaan.
Kunt u mij het belang van de werkgever weergeven? Een beëindiging met wederzijds
Het belang van werkgever is mede gelegen in de beoordeling van een mogelijk zeer ernstige integriteitsschending, waarin ook de reputatie en het aanzien van het ministerie onmiskenbaar een rol spelen. Op basis van de aan u toegestuurde stukken bestaat het
1.3 Op 12 januari 2026 heeft de heer [afdelingshoofd] , afdelingshoofd, met u gesproken over uw aanhouding en vrijheidsberoving. Tijdens dat gesprek hebt u onder meer aangegeven dat u geen inhoudelijke verklaring wil afleggen, omdat de zaak niets te maken heeft met de Belastingdienst. Volgens u was er sprake van een privékwestie. Zonder uw advocaat ging u ook geen verklaring afleggen, gelet op de gevoeligheid van de zaak. Van de zijde van de directie CAP is aangegeven dat de werkgever nog helemaal geen informatie heeft en dat hij belang heeft dat wel te kunnen toetsen. Kort gezegd hebt u aangegeven dat de werkgever de (notificatie)brief van het Openbaar Ministerie moet afwachten.
activiteiten verricht, die veel verder strekken dat het ‘wegwijs maken van mensen uit uw gemeenschap die belangrijk voor u zijn’. Dat licht ik aan de hand van de processen-verbaal, als volgt toe.
In deze aanvraag stond u als ‘tante’ vermeld. De aanvraag werd door de IND afgewezen. In de tweede aanvraag(…)
voor dezelfde vreemdeling, stond u niet meer als ‘tante’, maar als ‘schoonzus’ vermeld. U was net als in de eerste aanvraag garantsteller. Bij beide aanvragen werden loonstroken gevoegd van het ministerie van Financiën die op uw naam stonden gesteld.(…)
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
een hele lap tekst” vond, die zij niet goed heeft gelezen. Wel begreep zij naar eigen zeggen dat de brief een vervolg was op de uitnodiging die zij op 20 januari 2026 had gekregen voor het gesprek op 21 januari 2026. Zij was zich er volgens haar verklaring ook van bewust dat dit gesprek zou gaan over de processen-verbaal van het OM. [verzoekster] ging ervan uit dat De Staat haar wilde spreken over het strafrechtelijke traject en dat De Staat “
er alles bijhaalde” om haar te ontslaan. In de ontslagbrief staat dat De Staat [verzoekster] verwijt dat zij een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven over haar nevenwerkzaamheden. In de brief wordt dit gekoppeld aan enerzijds de door [verzoekster] in 2022 en januari 2024 tijdens haar personeelsgesprekken afgelegde (tegenstrijdige) verklaringen over haar nevenwerkzaamheden en anderzijds de daadwerkelijk door haar verrichte activiteiten, zoals deze volgens De Staat blijken uit de processen-verbaal van het OM. Blijkens de brief verwijt De Staat haar ook dat zij dit onjuiste beeld heeft laten bestaan, ook na haar arrestatie. Ook vermeldt de brief expliciet dat [verzoekster] wordt verweten dat haar rol in de nevenwerkzaamheden “
kwestieus” is. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het voor [verzoekster] voldoende duidelijk was dat zij is ontslagen omdat zij een verkeerd beeld heeft laten ontstaan en bestaan van haar nevenwerkzaamheden, en haar kwestieuze rol daarbij. Voor [verzoekster] was eveneens voldoende duidelijk dat De Staat haar ontsloeg vanwege die kwestieuze rol.
haar taak” was om formulieren voor anderen in te vullen. Naar eigen zeggen kende zij deze mensen niet. Volgens [verzoekster] kreeg zij deze taak van een “
derde partij,” bij wie zij een schuld had. Het klopt volgens [verzoekster] dat zij de leges voor meerdere aanvragen heeft betaald en ook zelf als referent stond vermeld. [verzoekster] heeft erkend dat zij in een aanvraag heeft vermeld dat zij iemands “
tante” was, terwijl dat familierechtelijk gezien onjuist was. Volgens haar is het in haar cultuur gebruikelijk om mensen ‘tante’ te noemen, ook als zij geen familie zijn. Voor het overige heeft [verzoekster] volstaan met een blote betwisting en geen vragen beantwoord of verklaringen gegeven voor de in de processen-verbaal opgenomen verdenkingen.