ECLI:NL:RBOVE:2026:2457
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Bbz-uitkering en bedrijfskrediet wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Eiser heeft bijstand voor zelfstandigen aangevraagd in de vorm van een uitkering voor levensonderhoud en een bedrijfskrediet. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle wees de aanvraag af omdat eiser al de maximale termijn van 12 maanden algemene bijstand had ontvangen en het bedrijf niet levensvatbaar bleek.
Eiser voerde aan dat externe omstandigheden, zoals de burn-out van zijn vennoot en de coronapandemie, de oorzaak waren van de financiële problemen. Ook stelde hij dat het door de gemeente gebruikte rapport over de levensvatbaarheid onvolledig en ondeskundig was. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bedrijf levensvatbaar is, mede door het ontbreken van recente jaarrekeningen en eigen administratie.
De rechtbank overwoog dat verlenging van de bijstand alleen mogelijk is bij tijdelijke externe omstandigheden, die in dit geval niet aanwezig zijn. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat eiser niet alle gevraagde gegevens had verstrekt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de Bbz-aanvraag wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf en het bereiken van de maximale bijstandstermijn.