De zaak betreft een wijziging van een alcoholvergunning die de burgemeester van Dinkelland aan derde belanghebbende heeft verleend voor een horecabedrijf. Eiseres, die aan het perceel van derde belanghebbende grenst, betwist deze wijziging omdat zij meent dat het gewijzigde deel in strijd is met het omgevingsplan en dat er een omgevingsvergunning ontbreekt.
De burgemeester verleende op 6 mei 2025 een gewijzigde vergunning waarbij een cafetaria werd vervangen door een bierbrouwerij met proeflokaal. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in. De rechtbank oordeelde eerder dat strijd met het omgevingsplan of het ontbreken van een omgevingsvergunning geen reden is om een alcoholvergunning te weigeren, hetgeen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd.
De rechtbank concludeert dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat de gewijzigde vergunning aan de inrichtingseisen voldoet en dat de wijziging binnen de kaders van de Alcoholwet valt. Ook de vermeende vergroting van het terras wordt niet bevestigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.