Huurder heeft van 1 oktober 2024 tot 20 juni 2025 een woning gehuurd van verhuurder. Na afloop van de huurovereenkomst weigerde verhuurder de waarborgsom van € 2.600 terug te betalen en verrekende deze met schade die hij stelde te hebben geleden door onvoldoende schoon opleveren van de woning. Daarnaast ontstond een geschil over de servicekosten die verhuurder in rekening bracht.
De kantonrechter stelde vast dat verhuurder een deel van de waarborgsom terecht mocht verrekenen met schoonmaakkosten en vervanging van beddengoed, maar dat de hoogte van de schoonmaakkosten werd geschat omdat verhuurder zelf schoonmaakte zonder factuur. Kosten voor kapotte apparaten en hotelovernachting werden niet toegewezen wegens gebrek aan bewijs. Verhuurder moest het resterende deel van de waarborgsom terugbetalen.
Ten aanzien van de servicekosten oordeelde de kantonrechter dat de kosten voor nutsvoorzieningen en internet bij de huurprijs waren inbegrepen en dat verhuurder onterecht een bedrag hiervoor in rekening bracht. Ook de vergoeding voor meubilering werd gematigd omdat verhuurder geen inzicht gaf in de waarde van de roerende zaken. De VvE-bijdrage moest volledig aan huurder worden terugbetaald wegens onvoldoende specificatie.
De kantonrechter veroordeelde verhuurder tot betaling van in totaal € 5.328,15 plus wettelijke rente en incassokosten aan huurder, en wees het overige af. Verhuurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.