ECLI:NL:RBOVE:2026:2038
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging diplomatermijn studiefinanciering wegens ontbreken onderwijsverklaring
Eiseres verzocht de minister om haar diplomatermijn met zeven maanden te verlengen vanwege medische omstandigheden, zodat haar studieschuld omgezet kan worden in een gift. De minister wees dit verzoek af omdat niet voldaan was aan de voorwaarden van artikel 5.16, vijfde lid, van de Wsf 2000, met name vanwege het ontbreken van een ondersteunende verklaring van de onderwijsinstelling.
Eiseres startte diverse hbo- en wo-opleidingen tussen 2004 en 2011 en behaalde haar diploma's binnen de reguliere diplomatermijn. In 2025 vroeg zij met terugwerkende kracht verlenging aan, onderbouwd met verklaringen van een studentendecaan en huisarts. De onderwijsinstelling kon echter geen causaal verband vaststellen tussen de medische omstandigheden en studievertraging, mede omdat eiseres haar bijzondere omstandigheden niet tijdig had gemeld.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het verzoek afwees, omdat de wetgever expliciet vereist dat verlenging alleen kan worden toegekend bij gedagtekende verklaringen van zowel een arts als de onderwijsinstelling. De minister hoeft niet zelfstandig de medische omstandigheden te beoordelen, dat is aan de onderwijsinstelling. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de Awb-artikelen 7:2 tot en met 7:9 niet van toepassing zijn op deze procedure.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de diplomatermijn studiefinanciering wordt afgewezen wegens ontbreken van een ondersteunende verklaring van de onderwijsinstelling.