ECLI:NL:RBOVE:2026:1921
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentages door UWV
Eiseres betwistte de door het UWV vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentages van 64,16% vanaf 21 december 2019 en 66,59% vanaf 5 april 2021, waarop haar WIA-uitkeringen zijn gebaseerd. De rechtbank heeft een onafhankelijke deskundige benoemd die het dossier bestudeerde, gesprekken voerde en medische informatie opvroeg. Deze deskundige concludeerde dat het UWV de belastbaarheid van eiseres correct heeft vastgesteld en dat een aanvullend neuropsychologisch onderzoek (NPO) geen toegevoegde waarde zou hebben.
Eiseres voerde aan dat haar beperkingen onderschat zijn en dat nader onderzoek noodzakelijk is, mede vanwege haar complexe ziektebeeld waaronder de ziekte van Ménière en cognitieve klachten. De deskundige heeft dit echter gemotiveerd weerlegd, stellende dat de medische informatie en het onderzoek geen aanleiding geven tot aanpassing van de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijsten (FML). Ook de arbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van de geselecteerde functies voor eiseres voldoende onderbouwd.
De rechtbank volgt het oordeel van de deskundige en concludeert dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld. De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eiseres ongegrond en bevestigt de vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentages door het UWV.