ECLI:NL:RBOVE:2026:1155
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken persoonlijk belang bij exploitatievergunning broodjeszaak
De burgemeester van Deventer verleende op 6 december 2024 een exploitatievergunning voor een broodjeszaak aan een adres in Deventer. Eiser stelde bezwaar tegen deze vergunning, maar de burgemeester verklaarde dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat eiser geen persoonlijk belang zou hebben. Eiser voerde aan dat hij wel belanghebbende is vanwege mogelijke geur- en geluidsoverlast, aantasting van de monumentale uitstraling en belemmering van de toegang tot het binnenterrein achter zijn pand.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen belanghebbende is omdat zijn perceel ongeveer 33 meter verwijderd is van de broodjeszaak en hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gevolgen van enige betekenis zal ondervinden. De aanwezigheid van tussenliggende bebouwing en het feit dat het pand al een horecabestemming had, maken dat de vermeende gevolgen niet als persoonlijk belang kunnen worden aangemerkt. Ook de vrees voor aantasting van cultuurhistorische waarden en belemmering van toegang worden niet als voldoende belang gezien.
De rechtbank wijst erop dat het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar terecht was en dat de burgemeester daarom niet verplicht was eiser te horen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen gelijk en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.C. Rozeboom op 4 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen persoonlijk belang heeft.