ECLI:NL:RBOVE:2026:1154
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken persoonlijk belang bij omgevingsvergunning broodjeszaak
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer verleende op 20 november 2024 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een broodjeszaak aan een adres in Deventer. Eiser stelde bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende was. Eiser voerde aan dat hij wel belanghebbende is vanwege mogelijke geur- en geluidsoverlast, aantasting van cultuurhistorische waarden en belemmering van de toegang tot het hofje achter zijn pand.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen persoonlijk belanghebbende is omdat zijn perceel niet grenst aan het pand van de broodjeszaak en hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gevolgen van enige betekenis zal ondervinden. De afstand tussen de panden is ongeveer 33 meter en er is geen direct zicht op de broodjeszaak. De mogelijke overlast is vergelijkbaar met die van andere omwonenden en onvoldoende specifiek.
Ook het betoog dat de monumentale uitstraling wordt aangetast faalt, omdat de vergunning geen wijziging in het uiterlijk van het pand of de broodjeszaak meebrengt. Het argument dat een illegaal terras zou worden geplaatst is niet relevant voor de vergunning. De rechtbank bevestigt dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat eiser geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen belanghebbende is.