ECLI:NL:RBOVE:2025:7290

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
ak_25_1185
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag WIA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

In deze zaak heeft eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. R.M. Noorlander, een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het UWV heeft deze aanvraag op 5 februari 2024 afgewezen, en na bezwaar is dit besluit op 7 maart 2025 bevestigd. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft de zaak op 31 juli 2025 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde aanwezig waren, maar de derde-partij, Olympia Services BV, niet. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om het UWV in de gelegenheid te stellen aanvullende medische informatie te verstrekken. Na ontvangst van deze informatie heeft de rechtbank het onderzoek gesloten zonder verdere zitting.

De rechtbank heeft beoordeeld of het UWV terecht heeft beslist dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat de arbeidskundige beoordeling onjuist is. De rechtbank heeft vastgesteld dat het UWV zijn besluiten mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, mits deze zorgvuldig zijn opgesteld. De verzekeringsarts heeft eiseres onderzocht en geconcludeerd dat zij niet volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft de rapporten van de verzekeringsartsen overtuigend bevonden en geen aanleiding gezien om te twijfelen aan hun conclusies.

Uiteindelijk heeft de rechtbank geoordeeld dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard, en zij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1185

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.M. Noorlander)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,het UWV
(gemachtigde: mr. C. Lubberts).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Olympia Services BV uit Hoofddorp
(gemachtigde: B. van der Plas van WGA Raadgevers BV).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV op goede gronden de aanvraag van eiseres heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.

Procesverloop

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: Wet WIA). Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 5 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 31 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Derde-partij is met kennisgeving niet verschenen.
1.3.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om het UWV in de gelegenheid te stellen nadere reacties van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep aan de rechtbank te sturen.
1.4.
Het UWV heeft op 18 september 2025 de nadere reacties naar de rechtbank gestuurd. Eiseres heeft met een brief van 11 oktober 2025 hierop gereageerd.
1.5.
Partijen hebben, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, niet verklaard dat zij gebruik willen maken van dit recht. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding
2. Eiseres werkte als [functie] voor gemiddeld 30,25 uur per week via Olympia Services BV.
2.1.
Op 12 juli 2021 heeft eiseres zich ziek gemeld.
2.2.
Aanvankelijk is eiseres geschikt geacht om haar arbeid te verrichten. Na het doorlopen van een bezwaar- en beroepsprocedure heeft het UWV in de beslissing op bezwaar van 8 juli 2022 vastgesteld dat eiseres niet arbeidsgeschikt is voor haar eigen werk en is aan eiseres een uitkering op grond van de Ziektewet (hierna: ZW) toegekend met ingang van 14 juli 2021.
2.3.
Bij de Eerstejaars ZW-beoordeling is vastgesteld dat de ZW-uitkering van eiseres niet verandert. In verband met een ingreep is geen sprake van duurzaam benutbare mogelijkheden.
2.4.
Na het doorlopen van de wachttijd heeft eiseres op 7 april 2023 een WIA-uitkering aangevraagd. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft de besluitvorming plaatsgevonden, zoals hiervoor onder Procesverloop is weergegeven.
Standpunten van partijen
3. Aan het bestreden besluit ligt het standpunt van het UWV ten grondslag dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
4. Eiseres heeft – samengevat weergegeven – aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat de arbeidskundige beoordeling onjuist is. Eiseres is van mening dat zij 80-100% arbeidsongeschikt is.
Overwegingen
5. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft beslist dat eiseres met ingang van 10 juli 2023 (de datum in geding) niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering, omdat zij voor minder dan 35% (namelijk 17,12%) arbeidsongeschikt is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Is het onderzoek zorgvuldig?
6. Het UWV mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en geen tegenstrijdigheden bevatten. De conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapportages. Daarvan is in dit geval sprake.
7. De verzekeringsarts heeft het dossier en de daarin aanwezige medische informatie over eiseres bestudeerd. Hierbij is de beschikbare medische informatie van de neuroloog, neurochirurg, anesthesioloog, huisarts en plastisch chirurg betrokken en is naar de eerdere verzekeringsgeneeskundige rapporten gekeken. De verzekeringsarts heeft eiseres gezien op het spreekuur van 9 januari 2024. De verzekeringsarts heeft de conclusies voldoende begrijpelijk neergelegd in het rapport van 10 januari 2024. De verzekeringsarts heeft dit rapport nog aangevuld op 13 februari 2024 naar aanleiding van nog binnengekomen medische informatie van de huisarts.
8. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier bestudeerd en de hoorzitting op 6 januari 2025 bijgewoond. Er is lichamelijk onderzoek verricht en de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de door eiseres in bezwaar overgelegde medische informatie bij de beoordeling betrokken. Hij heeft de conclusies voldoende begrijpelijk beschreven in het rapport van 10 februari 2025.
Is de verzekeringsgeneeskundige beoordeling juist?
9. De verzekeringsarts heeft aangenomen dat eiseres bekend is met diverse klachtcomplexen dan wel aandoeningen. Volgens de verzekeringsarts is eiseres niet volledig arbeidsongeschikt. De verzekeringsarts heeft, als direct en rechtstreeks gevolg van de aangenomen stoornissen, eiseres in dynamische en statische zin beperkt geacht ten aanzien van belasting van de wervelkolom (onderrug, nek) en handen/polsen, forse mentale belasting en forse energetische belasting. De beperkingen en resterende functionele mogelijkheden zijn weergegeven in de Functionele mogelijkhedenlijst (hierna: FML) van 10 januari 2024.
10. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen dat eiseres op de datum in geding is aangewezen op neksparende, rugsparende, rechter kniesparende, armsparende en handsparende werkzaamheden. Dit zijn fysiek niet te zware werkzaamheden waarbij de nek, rug, rechterknie, armen en handen niet in de uiterste standen bewogen dienen te worden en waarbij deze gewrichten niet fysiek langdurig dienen te worden belast. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op basis van het onderzoek in bezwaar vastgesteld dat de medische situatie van de nek, rug, de rechterknie en de status na de CTS- en ulnaris neurolyse aan beide zijden maakt dat eiseres op datum in geding aanvullend beperkt is ten aanzien van langdurig en frequent schrijven, beiderzijds beperkt is voor met meer dan gemiddelde kracht knijpen en grijpen, langdurig of frequent maken van repetitieve hand-/vingerbewegingen en het maken van schroefbewegingen met de handen en armen in combinatie met meer dan gemiddelde kracht zetten. Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres sterk beperkt geacht voor frequent reiken, licht beperkt voor zitten en zitten tijdens het werk, is het maken van hoofdbewegingen beperkt in alle richtingen, zijn het frequent buigen, lopen, lopen tijdens het werk, knielen en hurken en het staan tijdens het werk beperkt. Verder is eiseres niet geschikt geacht voor het dragen van zware persoonlijke beschermingsmiddelen en dient zij tevens niet te worden blootgesteld aan grove trillingen, schokken dan wel stoten via een steunvlak zoals een stoel of vloer. Vanwege de andere gespecificeerde angststoornis en de persoonlijkheidsproblematiek is eiseres aangewezen op een voorspelbare werksituatie zonder veelvuldige deadlines of productiepieken, is zij beperkt ten aanzien van het omgaan met conflicten en niet geschikt voor intensief klantencontact, hulpbehoevendencontact, patiëntencontact en werk met leidinggevende aspecten. De astma maakt dat eiseres niet dient te worden blootgesteld aan stof, rook, gassen en dampen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dit vastgelegd in de FML van 10 februari 2025. In de FML is tevens aangegeven dat – uitgaande van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid – geen sprake is van een verminderde beschikbaarheid.
11. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de rapporten van de verzekeringsartsen dat zij op de hoogte waren van de klachten van eiseres. In de FML is rekening gehouden met het geobjectiveerde deel van de klachten. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat zij, gelet op de medisch geobjectiveerde problemen aan de nek, rug, rechterknie, armen en handen, niet in staat is te knielen of te hurken en dat haar schouderklachten en nekklachten zijn onderschat, maar zij heeft in beroep geen medische informatie ingestuurd waaruit opgemaakt kan worden dat de voor haar vastgestelde belastbaarheid aanpassing behoeft. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep [1] is bij het vaststellen van beperkingen niet de subjectieve, persoonlijke klachtbeleving bepalend, maar dat wat objectief medisch is vast te stellen. Het is daarbij de specifieke deskundigheid van de verzekeringsarts om op grond van de beschikbare medische gegevens de beperkingen tot het verrichten van arbeid vast te stellen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen in de FML ten aanzien van knielen, hurken of abductie/elevatie niet goed heeft vastgesteld. Ook heeft eiseres geen medische documenten overgelegd waaruit afgeleid moet worden dat in de FML onvoldoende rekening is gehouden met de nekklachten van eiseres.
12. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen in de FML. Zij heeft tal van fysieke en psychische klachten, waardoor de energiehuishouding ernstig is verstoord. Omdat zowel sprake is van een te groot energieverbruik als van de verminderde mogelijkheden tot recuperatie, had een urenbeperking aangenomen moeten worden en is de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid naar haar mening niet goed toegepast.
12.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het aanvullende rapport van 15 augustus 2025 beschreven dat, als eiseres zich gaat belasten conform de in de FML aangenomen beperkingen, er geen medische redenen zijn om een urenbeperking op energetische of preventieve gronden aan te nemen. Met de aangenomen beperkingen in de FML wordt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep al rekening gehouden met een verminderde energetische fysieke en psychische belasting bij eiseres. Zo zijn er mogelijkheden om (zittend) te kunnen recupereren, gezien de aangenomen beperkingen op de beoordelingspunten lopen en staan. Het aannemen van een aanvullende urenbeperking op basis van een te groot energieverbruik dan wel op basis van verminderde mogelijkheden tot recuperatie is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet aan de orde.
12.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee afdoende gemotiveerd waarom er geen aanleiding is om voor eiseres een urenbeperking aan te nemen. Voor de door eiseres gestelde (verdergaande) klachten ontbreekt een medische onderbouwing.
13. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de rapporten van de verzekeringsartsen overtuigend. Er zijn geen aanknopingspunten om te twijfelen aan hun conclusies. Met de klachten van eiseres is rekening gehouden door beperkingen aan te nemen op een wijze waarvan de rechtbank niet is gebleken dat die onjuist is. Dit betekent dat de rechtbank vindt dat het UWV mocht uitgaan van de juistheid van de medische rapporten en de daarbij behorende FML van 10 februari 2025. Om deze reden ziet de rechtbank geen aanleiding om een deskundige te benoemen, waar door eiseres om is gevraagd.
Is de arbeidskundige beoordeling juist?
14. Volgens het UWV is het aannemelijk dat eiseres in staat is om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies van archiefmedewerker (SBC-code 315132), administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en assemblagemedewerker besturingskasten en panelen (SBC-code 267071) te vervullen, uitgaande van de juistheid van de FML van 10 februari 2025. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft gekeken of de beperkingen die in de FML zijn opgenomen voor eiseres een belemmering zijn om deze functies uit te oefenen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het Resultaat functiebeoordeling en het rapport van 28 februari 2025 gemotiveerd waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor eiseres geschikt zijn. In het rapport van 11 september 2025 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een nadere toelichting gegeven.
15. Met betrekking tot de functie van archiefmedewerker is in het Resultaat functiebeoordeling vermeld dat sprake is van stof in de bovenste rekken, oudere dossiers en archiefdozen. Bij item 4.3.6. (knijpen/grijpen) is vermeld dat binnen deze functie geen sprake is van knijpen dan wel grijpen met veel kracht en bij item 4.3.8 (repetitieve hand/vingerbewegingen) is toegelicht dat repetitieve handelingen niet langdurig of frequent voorkomen.
15.1.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 11 september 2025 aanvullend toegelicht dat overleg heeft plaatsgevonden met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Op basis van dit overleg heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geconcludeerd dat eiseres, als zij te maken krijgt met stof in de bovenste rekken en bij oudere dossiers en archiefdozen, zo nodig een stofmasker kan dragen. Gezien de gevraagde fysieke belastingeisen in deze functie is dit niet een te grote belasting voor eiseres.
15.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hiermee afdoende gemotiveerd waarom de functie van archiefmedewerker aan de schatting ten grondslag kan worden gelegd. Nu de verzekeringsarts bezwaar en beroep is bevraagd naar de mogelijkheden van eiseres om een stofmasker te dragen, volgt de rechtbank eiseres niet in het betoog dat het dragen van een stofmasker niet van haar gevraagd kan worden. Dat eiseres astma heeft, is bekend bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep en bij deze beoordeling betrokken. Verder is afdoende gemotiveerd waarom deze functie ook wat betreft het gebruik van handen en polsen binnen de mogelijkheden van eiseres ligt.
16. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de functie van administratief ondersteunend medewerker voor haar niet geschikt is, omdat het hierbij noodzakelijk is om met de emotionele problemen van anderen om te gaan, de pengreep veelvuldig moet worden gebruikt, toetsenbord en muis veelvuldig bediend moeten worden en dossiers veelvuldig gehanteerd moeten worden. Dit vormt volgens eiseres een te zware belasting voor haar handen en polsen.
16.1.
Nu eiseres in de FML van 10 februari 2025 niet beperkt is geacht op de pengreep, leidt de beroepsgrond over het veelvuldig moeten hanteren van de pengreep er niet toe dat deze functie ongeschikt is voor eiseres. In het Resultaat functiebeoordeling is vermeld dat binnen de functie van administratief ondersteunend medewerker dagelijks gedurende ongeveer vier uren toetsenbord en muis bediend moeten worden en dat er in deze functie geen functionele noodzaak is om met emotionele problemen van anderen om te gaan. In de FML van 10 februari 2025 is aangenomen dat eiseres zo nodig gedurende een beperkt deel van de werkdag (ongeveer 4 uur) met toetsenbord en/of muis kan werken. Nu eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze uitgangspunten onjuist zijn, wordt eiseres niet gevolgd in het betoog dat de functie van administratief ondersteunend medewerker voor haar te zwaar is. Wat betreft het veelvuldig hanteren van dossiers wordt opgemerkt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het rapport van 28 februari 2025 heeft geconcludeerd dat de functie ook qua totaalbelasting geschikt is en dat de combinatie van belastingen, zoals die zich in de uitvoering voor kunnen doen, de belastbaarheid niet overschrijden. De enkele stelling dat dit anders is, is voor de rechtbank onvoldoende om niet van deze motivering uit te gaan.
17. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat zij de functie van assemblagemedewerker niet kan verrichten vanwege een overschrijding van de belastbaarheid op het gebruik van de handen en armen.
17.1.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het Resultaat functiebeoordeling vermeld dat uit de toelichting van de arbeidsdeskundig analist is gebleken dat het bij deze functie gaat om diverse fijne montagewerkzaamheden. Het betreft geen werksituatie waarbij sprake is van knijpen en/of grijpen met veel kracht. Dit geldt voor beide zijden. Nu er geen sprake is van knijpen en/of grijpen met veel kracht, is de functie volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geschikt.
17.2.
De rechtbank ziet geen aanleiding aan de juistheid van de conclusie van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep te twijfelen. De functie en de mogelijkheden van eiseres zijn tegen elkaar afgezet en de motivering van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is navolgbaar.
18. Nu de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep afdoende heeft gemotiveerd dat de functies archiefmedewerker, administratief ondersteunend medewerker en assemblagemedewerker besturingskasten en panelen passend zijn voor eiseres, wordt niet toegekomen aan de beroepsgronden die zijn gericht tegen de reservefuncties [2] .
19. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn om de geselecteerde functies in medisch opzicht ongeschikt te achten voor eiseres.
20. Dit betekent dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering.

Conclusie en gevolgen

21. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 februari 2020 van de Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2020:459.
2.Zie hiervoor bijvoorbeeld de uitspraak van 4 april 2024 van de Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2024:699.