Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
3.De bewijsmotivering
- [bedrijf 1] een bedrag van € 250.000,00 aan goodwill betaalt aan [bedrijf 2];
- [bedrijf 7] een exploitatievergoeding ter hoogte van € 30.000,00 betaalt aan [bedrijf 2];
- [bedrijf 2] gedurende de eerste twee jaar recht heeft op 60% en daarna op 50% van de winst uit [bedrijf 1];
- [bedrijf 7] een bedrag (managementfee) van € 12.000,00 per maand betaalt aan [bedrijf 2] of een nader te noemen houdstermaatschappij.
feitelijkbestuurder van [bedrijf 1]. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
- zich bezig hield met acquisitie, relatiebeheer, prijsbepaling, personeelszaken, het debiteurenbeleid, het verrichten van betalingen en de liquiditeit en de financiering van de onderneming,
- toegang had tot de bankrekening van [bedrijf 1],
- besliste welke schuldeisers wel en niet zouden worden betaald en in welke volgorde,
- het personeel aanstuurde en dat het personeel aan hem verantwoording aflegde,
- zich presenteerde als vertegenwoordiger van de vennootschap jegens leveranciers, klanten en personeel, en
- geen instructies kreeg van de formele bestuurders, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], maar op gelijke voet overlegde met hen en hen op bepaalde momenten aanstuurde.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van 18
(achttien) maanden;