Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten, verweerder
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, uit Den Haag (hierna: het COA) (gemachtigde: mr. U. Franssen).
Samenvatting
.Het bestreden besluit is zorgvuldig voorbereid. Het college heeft de belangen die zijn gemoeid met het realiseren van een AZC in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dan de door [eisers] aangevoerde belangen. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de realisatie van het AZC niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Het college heeft voldoende rekening gehouden met de sociale veiligheid en de brandveiligheid. Ook heeft het college in redelijkheid kunnen beslissen dat de projectlocatie geschikt is voor een AZC en dat kan worden afgeweken van het gemeentelijke recreatiebeleid. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat er geen verplichting bestond om een natuurtoestemming aan te haken bij de aangevraagde omgevingsvergunning. [eisers] krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- het plaatsen van een tijdelijk gebouw (bestaande uit meerdere kantoorunits);
- het verbouwen van bestaande recreatiewoningen;
- het plaatsen van een tijdelijke erfafscheiding;
- het tijdelijk afwijkend gebruiken van alle gronden, bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken.
- op het AZC 24/7 beveiliging en hulpverleners aanwezig zijn;
- het omwonendenoverleg wordt voortgezet door het COA en dat op gezette tijden overleg wordt gevoerd over de aangelegenheden die betrekking hebben op het gebruik van het AZC;
- het COA een bedrijfsnoodplan op het AZC aanwezig moet hebben;
- het COA een meldsysteem (telefoon, e-mail of WhatsApp) moet openen waar omwonenden en andere belanghebbenden overlast kunnen melden.