ECLI:NL:RBOVE:2025:5811
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde periode in België
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om zijn AOW-pensioen met 28% te verlagen. De korting is gebaseerd op de periode van 13 juni 1975 tot 31 maart 1990 waarin eiser niet verzekerd was voor de AOW omdat hij in België woonde of werkte.
Eiser betoogt dat de korting over de eerste vijf jaar onterecht is omdat hij toen studeerde in België en dit noodzakelijk was voor zijn latere aanstellingen bij de Nederlandse overheid. Tevens stelt hij dat de korting in strijd is met het non bis puniri-beginsel uit het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), omdat hij dubbel wordt gekort door zowel Nederlandse als Belgische regelgeving.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke bepalingen van artikel 13 AOW Pro een verplichte korting van 2% per niet-verzekerd jaar voorschrijven en dat eiser in de relevante periode niet verzekerd was. De rechter benadrukt dat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet mogelijk is vanwege het toetsingsverbod in artikel 120 van Pro de Grondwet, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die hier niet zijn aangetoond.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek van eiser af. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eikelenboom en griffier J.T. Boddeüs.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de korting van 28% op het AOW-pensioen.