ECLI:NL:RBOVE:2025:5512
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening van WIA-voorschotten aan eigenrisicodragers door UWV
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben Stichting Buurtzorg Nederland en Buurtdiensten Nederland B.V., beide eigenrisicodragers voor de Wet WIA, beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin voorschotten op WIA-uitkeringen aan hen werden toegerekend. Deze voorschotten waren verstrekt aan (ex-)werknemers in afwachting van een definitieve beslissing op hun WIA-uitkering.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder die van de meervoudige kamer van 13 juli 2023, waarin werd geoordeeld dat er geen wettelijke grondslag was voor toerekening van voorschotten. De Centrale Raad van Beroep heeft deze lijn echter verworpen in uitspraken van 5 september 2024 en 8 januari 2025, waarbij zij oordeelde dat artikel 84 van Pro de Wet WIA per 1 januari 2022 wel een wettelijke grondslag biedt voor toerekening.
Werkgevers voerden diverse beroepsgronden aan, waaronder een betwisting van de bevoegdheid van het UWV en een beroep op schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De rechtbank volgt de CRvB en wijst deze gronden af, ook het verzoek om prejudiciële vragen te stellen aan het EHRM of het HvJ EU wordt afgewezen wegens gebrek aan relevante EU-rechtsgrondslag.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, handhaaft de toerekenbesluiten en wijst verzoeken om griffierecht- en proceskostenvergoeding af. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen van werkgevers tegen de toerekening van WIA-voorschotten door het UWV worden ongegrond verklaard.