Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
hoofdzaakmet zaaknummer: 11356813 CV EXPL 24-2046
Kompas Zuidlaren B.V.,
ViaLucia B.V., gevestigd te Hoogersmilde
[bewindvoerder] , h.o.d.n. Bewindvoering
41 [partij A22] , wonende te [woonplaats 41]
[partij A44], wonende te [woonplaats 42]
vrijwaringszaakmet zaaknummer: 11376505 CV 24-2128
1.De zaak in het kort
de hoofdzaak:
2.Het verdere procesverloop2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het herstelvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 19 november 2024;
[naam 1] , directeur van Kompas Zuidlaren B.V., en de gemachtigde verschenen. Namens [partij B] is alleen diens gemachtigde verschenen. [partij B] heeft zich op de dag van de zitting afgemeld vanwege een door [partij B] gestelde ziekenhuisopname van zijn echtgenote. De kantonrechter heeft daarop besloten dat de zitting doorgang vindt. Aanleiding hiervoor is dat [partij B] de reden van zijn afmelding niet deugdelijk heeft onderbouwd. Daarnaast dient de kantonrechter ook rekening te houden met de belangen van eisers, die belang hebben bij een voortvarende voortgang van het proces. Het betreft een zeer omvangrijke zaak waar de nodige voorbereiding in zit. Uitstel is ook om die reden niet wenselijk. Bovendien is de gemachtigde van [partij B] wel verschenen.
3.Vaststaande feiten3.1 Bij beschikking van 6 oktober 2023 (ECLI:NL:RBNNE:2023:5466) is [partij B] in alle zaken waarin hij is benoemd tot bewindvoerder, mentor en curator en waarin de rechtbank Noord-Nederland toezicht houdt, geschorst en is Kompas Zuidlaren B.V. benoemd tot tijdelijke bewindvoerder en curator en Kompas Mentorschap B.V. tot tijdelijke mentor. Tevens is aan Kompas Zuidlaren B.V. opgedragen onderzoek te doen naar het gevoerde bewind en mentorschap door [partij B] .
4.Het geschil
€ 230.667,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2024 tot aan de dag van betaling en met veroordeling van [partij B] in proceskosten en nakosten.
Kompas c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat schade is geleden, doordat [partij B] tekort is geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder, mentor en/of curator. De schade bestaat voor het overgrote deel uit onrechtmatige overboekingen naar één van de drie rekeningen die op naam staan van [partij B] of die op naam staan van zijn ondernemingen de Financiële Zorgconsulent Noord Nederland (FZNN) en Schuldhulpverlening.nu.
Vordering in reconventie4.3 [partij B] vordert, na wijziging van eis en samengevat, (voorwaardelijk) in reconventie dat Kompas c.s., uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 26.277,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 april 2024 en met de veroordeling van Kompas c.s. in de proceskosten.
Kompas c.s. stelt dat de vorderingen van [partij B] niet zodanig zijn onderbouwd, dat daaruit kan worden afgeleid dat de betrokkenen tot wie [partij B] zijn vordering richt dit ook verschuldigd zijn.
5.De beoordeling
Een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade of de opeisbaarheid van de boete als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van 20 jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt of de boete opeisbaar is geworden.De vijfjaarstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW Pro begint naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem gelede schade in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschieten of foutief handelen van de betrokken persoon. Ook heeft de Hoge Raad beslist dat, indien de benadeelde zijn vordering niet kan instellen door omstandigheden die aan de schuldenaar moeten worden toegerekend, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de schuldenaar zich erop mag beroepen dat de vijfjaarstermijn is beginnen te lopen op het zojuist bedoelde tijdstip. De korte verjaringstermijn gaat pas dan in, wanneer die omstandigheden niet langer verhinderen dat de vordering kan worden ingesteld.
Overeenkomstig artikel 1:454 lid 2 BW Pro is de mentor jegens de betrokkene aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed mentor tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.
De beoordeling in reconventie5.20 Zoals de kantonrechter eerder heeft overwogen is de kantonrechter van oordeel dat [partij A3] het bedrag van € 6.607,09 niet aan [partij B] verschuldigd is, zodat de reconventionele vordering van [partij B] zal worden afgewezen.
€ 3.159,49. Kompas c.s. stelt dat er te veel curatelekosten voor in totaal € 2.711,64 door [partij B] in rekening zijn gebracht. Ook stelt Kompas c.s. dat er betalingen zijn verricht aan Bol.com en Riverty voor respectievelijk € 299,95 en € 147,90 waaraan geen facturen ten grondslag liggen.
[partij A7]
Anders dan [partij B] houdt Kompas c.s. geen rekening met de jaarlijkse indexering van de kosten die worden vastgesteld in de Regeling. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] de juiste beloning hanteert op basis van de Regeling voor wat betreft de bewindvoerders- en mentorschapskosten, zijnde € 2.585,64.
Daarbij heeft [partij B] recht op een vergoeding voor de bankkosten. Deze zijn door de Expertgroep Curatele, Bewindvoering en Mentorschap (hierna te noemen Expertgroep CBM) in 2021 vastgesteld op € 6,-. Omdat dit een doorbelasting van kosten betreft is het, anders dan [partij B] meent, niet toegestaan om hier btw over te rekenen.
Partijen zijn het eens over de hoogte van de bewindvoerders- en mentorschapskosten. [partij B] houdt echter anders dan Kompas c.s. ook rekening met de bankkosten. De kantonrechter overweegt dat ook nu geldt dat [partij B] recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van maximaal € 6,-. Dit betekent dat [partij B] maximaal € 2.717,64 in rekening had mogen brengen. De schade bedraagt derhalve € 2.601,26 (€ 5.318,90 minus € 2.717,64).
De beoordeling5.69 Omdat [partij B] de vordering erkent, zal de kantonrechter [partij B] veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.613,- aan [partij A8] .
[partij A10]
‘De eigenaar van de inboedel [adres] doet afstand van haar inboedel. De inboedel kan vernietigd/gestort worden. Kunnen jullie dat regelen en vervolgens de eindfactuur opmaken?’Hieruit blijkt met zoveel woorden dat de gemeente opdracht heeft gegeven tot vernietiging van de inboedel en niet [partij B] . De conclusie is dan ook dat Kompas c.s. haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Kompas c.s. heeft nog verzocht om getuigen te horen, zoals medewerkers van de gemeente Heerenveen, maar Kompas c.s. heeft onvoldoende gesteld om tot dit getuigenbewijs te worden toegelaten. De kantonrechter zal de vordering afwijzen.
Verder staat tussen partijen vast dat [partij B] gerechtigd was om de intakevergoeding van € 406,20 in rekening te mogen brengen. Dit betekent dat [partij B] in 2014 gerechtigd was om in totaal € 627,20 (€ 221,- + € 406,20) exclusief btw in rekening te brengen.
Conclusie5.90 De conclusie is dat [partij B] in 2017 een bedrag van € 444,01 (€ 2.517,85 minus € 2.073,84) te veel in rekening heeft gebracht.
Conclusie5.93 De conclusie is dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 345,64 (€ 2.419,48 minus € 2.073,84) te veel in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.98 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2020 gerechtigd was om een bedrag van € 2.814,34 in rekening te brengen. Kompas c.s. gaat daarbij uit van 10 maanden bewindvoerderskosten en 3 maanden bewindvoerders- en mentorschapskosten. [partij B] gaat in zijn berekening echter uit van een bedrag van € 3.894,02. Dit ziet op een andere periode dan Kompas c.s. stelt, met andere bedragen en gaat daarbij uit van intakekosten van € 1.182,17 voor mentorschap. [partij B] heeft echter niet gesteld en onderbouwd wanneer het mentorschap is ingegaan. Evenmin zijn stukken overgelegd op basis waarvan hij gerechtigd is om de intakekosten in rekening te brengen, zoals de beschikking tot instelling van het mentorschap. De kantonrechter gaat dan ook uit van de berekening van Kompas c.s. voor de in rekening te brengen kosten door [partij B] , namelijk € 2.814,34.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.107 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 gerechtigd was om € 1.850,70 in rekening te brengen. Dit bedrag bestaat uit 9,5 maand beloning tot aan het moment van het ontslag van [partij B] als bewindvoerder per 6 oktober 2023.
De beoordeling in conventie
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.114 Tussen partijen bestaat ook discussie over de beloning die [partij B] in rekening mag brengen. Zo stelt Kompas c.s. dat [partij B] eenmalig intakekosten van € 607,42 in rekening mag brengen en de maanbeloning mag hanteren gebaseerd op één persoon van € 119,69 in 2021 en € 125,54 in 2022. Omdat het gaat om twee personen stelt [partij B] dat hij twee keer de intakekosten (2 x € 607,42) en twee keer de maandbeloning (2 x € 119,69 in 2021 en 2x € 125,54) mag hanteren. [partij B] stelt dat er tussen [partij A13] en [partij A14] een gescheiden huishouding bestond, omdat [partij A13] woonachtig was in een instelling en [partij A14] nog zelfstandig woonde. Hoewel Kompas c.s. deze stelling betwist, onderbouwt zij haar stelling niet. Kompas c.s. gaat niet in op het verweer van [partij B] over de woonsituatie van [partij A13] en [partij A14] . Evenmin laat Kompas c.s. zich uit over de situatie zoals die was toen zij het dossier van [partij B] overnam. De kantonrechter zal bij de berekening van de door [partij B] te innen kosten dan ook uitgaan van twee gescheiden huishoudens.
Conclusie5.117 Vorenstaande betekent dat [partij B] in 2021 en 2022 een bedrag van in totaal € 7.560,91 (€ 12.048,09 minus € 4.487,18) te veel in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.119 Partijen zijn het er ook over eens dat [partij B] in 2023 voor 9,5 maand recht heeft op een beloning. Ook nu zal de kantonrechter uitgaan van de juistheid van de berekening van [partij B] , omdat Kompas c.s. haar berekening van de door [partij B] te innen kosten heeft gebaseerd op één persoon. Daar komt bij dat, anders dan Kompas c.s. stelt, [partij B] ook in 2023 recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 10,- per persoon conform de beslissing van de Expertgroep CBM. De kantonrechter stelt vast dat [partij B] in 2023 recht heeft op een beloning van € 2.405,26, bestaande uit: 2 x 9,5 maandbeloning x € 125,54 en 2 x € 10,- bankkosten.
Slotsom5.121 De conclusie is dat [partij B] in de periode van 2021 tot en met 2023 in totaal € 8.690,77 te veel in rekening heeft gebracht. De kantonrechter zal [partij B] veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [partij A13] en [partij A14] .
Verhuisvergoeding5.133 De stelling van [partij B] dat hij geen machtiging nodig heeft om de verhuisvergoeding in rekening te mogen brengen, kan de kantonrechter niet volgen. Op grond van de Regeling beloning kan de kantonrechter een forfaitaire beloning toekennen voor de werkzaamheden die gepaard gaan met een verhuizing. Nergens blijkt uit dat de kantonrechter een beloning voor een verhuizing heeft toegekend, bijvoorbeeld middels een machtiging. Daar komt bij dat [partij B] op geen enkele wijze heeft onderbouwd welke werkzaamheden hij heeft verricht voor deze beloning. De enkele verwijzing naar het feit dat dit een forfaitaire beloning is, is onvoldoende. De kantonrechter zal deze schadepost toewijzen.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.147 Kompas c.s. stelt dat [partij B] € 1.771,44 (12 maanden bewindvoerderskosten) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast ook nog recht had op een bedrag van € 314,60. In zijn berekening heeft hij dit bedrag opgenomen met de omschrijving ‘machtiging rb’. Door [partij B] is echter geen machtiging van de kantonrechter overgelegd op basis waarvan hij gerechtigd is om dit bedrag in rekening te mogen brengen. Evenmin heeft [partij B] gesteld waarvoor deze kosten dienen. Omdat [partij B] verzuimd heeft enige vorm van uitleg te geven over deze kosten, is de kantonrechter van oordeel dat [partij B] geen recht heeft op deze kosten. De conclusie is dan ook dat [partij B] in 2019 alleen recht heeft op de jaarbeloning van € 1.771,44.
Vordering in reconventie5.163 [partij B] stelt een reconventionele vordering in van € 2.530,68. [partij B] stelt dat dit bedrag ziet op extra werkzaamheden die zijn verricht in het kader van het budgetbeheer. Dit is gefactureerd op 22 november 2020. De betaling heeft plaatsgevonden nadat het beschermingsbewind was uitgesproken. [partij B] beroept zich op verrekening met de gevorderde schade en stelt een reconventionele vordering in van € 2.530,68.
€ 25.992,35, verdeeld over 35 vorderingen, waarvan 13 van het CJIB. Aan welke specifieke schuld de extra kosten zijn toe te schrijven, blijkt nergens uit. Weliswaar heeft Kompas c.s. de tweede pagina van een afschrift van Syncasso overgelegd, maar ook hieruit blijkt niet aan welke specifieke schuld de extra kosten zijn toe te schrijven en op welke datum de extra kosten zijn ontstaan. De vordering is daarmee onvoldoende concreet. Daarnaast heeft Kompas c.s. niet aannemelijk gemaakt dat extra kosten konden worden voorkomen. Zo is niet gebleken dat de betalingsregeling kon worden nagekomen of dat er eerder kon worden toegeleid naar schuldhulpverlening. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Kompas c.s. haar vordering op dit onderdeel onvoldoende heeft onderbouwd en zal de schadepost afwijzen.
De beoordelingBewindvoerderskosten5.191 Nu [partij B] de vordering op dit onderdeel heeft erkend, zal de kantonrechter [partij B] veroordelen tot betaling van € 6.962,39 aan [partij A26] .
Wij hebben besloten uw aanvraag af te wijzen. De noodzakelijke kosten die u maakt zijn niet hoger dan uw draagkracht. (…). De in aanmerking komende kosten van bewindvoering en mentorschap: per maand € 215,47. In aanmerking te nemen draagkracht: € 303,05. Bijstand per maand € 0,-. (…). De grens voor het vrij te laten vermogen is voor u € 6.295,00. Uw vermogen is € 9.873,40. (…). Uw draagkrachtperiode is vastgesteld van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. (…). U heeft ook vergoeding aangevraagd voor de hiervoor genoemde periode. Deze kosten zijn echter langer dan drie maanden geleden gemaakt (gerekend vanaf de datum ontvangst van uw aanvraag op 19 oktober 2021) en komen daarom niet (meer) in aanmerking voor vergoeding.
[partij A27]
De beoordelingOverboekingen privérekening5.196 [partij B] erkent dat hij € 16.583,34 te veel kosten in rekening heeft gebracht bij [partij A27] . Dit is een hoger bedrag dan het gevorderde van € 14.270,34. De kantonrechter zal de veroordeling van [partij B] tot betaling van schade dan ook beperken tot het gevorderde bedrag van € 14.270,34.
Bewindvoerderskosten5.204 Voor de vaststelling van de bewindvoerderskosten in 2022 gaat de kantonrechter uit van de berekening van [partij B] , omdat [partij B] voor de berekening van de bewindvoerderskosten in zijn overzicht rekening heeft gehouden met het budgetbeheer. Dit betekent bijvoorbeeld een aangepast intaketarief voor het bewind. Kompas c.s. gaat echter alleen uit van kosten alsof er geen sprake was van budgetbeheer, maar zoals de kantonrechter eerder heeft overwogen is hier wel sprake van. Daarom wordt [partij B] in zijn berekening gevolgd. De kosten voor het bewind worden vastgesteld op € 2.003,15 en bestaan uit de intakekosten € 531,19 voor het bewind, 9,5 maand bewindvoerderskosten ad € 162,44 per maand en € 10,- bankkosten.
Conclusie5.208 Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 818,72 (€ 2.371,90 minus € 1.553,18) te veel in rekening heeft gebracht.
4.204 De slotsom is dat [partij B] over de periode van 2022 tot en met 2023 in totaal € 1.148,38 te veel in rekening heeft gebracht.
[partij A29]
Curatelekosten 2018Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.225 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 2.600,28 in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2019Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.228 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2019 een bedrag van € 2.670,20 (13 maanden x € 205,40) in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2020Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.231 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2020 een bedrag van € 2.517,96 in rekening heeft gebracht.
Conclusie5.233 Dit betekent dat [partij B] per saldo niet te veel en niet te weinig kosten in rekening heeft gebracht.
Curatelekosten 2022Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.237 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.585,64 in rekening heeft gebracht. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.721,64 in rekening heeft gebracht. Omdat [partij B] zich inhoudelijk niet heeft uitgelaten over dit verschil, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de berekening van Kompas c.s. Dit betekent dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.585,64 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.241 Partijen zijn het erover eens dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 2.146,72 (9,5 maand x € 225,97) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten van € 10,-. De kantonrechter stelt vast dat hij hier recht op heeft conform de beslissing van de Expertgroep CBM. Dit betekent dat [partij B] in 2023 recht heeft op een bedrag van € 2.156,72 (€ 2.146,72 + € 10,-).
Conclusie5.264 Dit betekent dat [partij B] in 2021 een bedrag van € 1.625,45 (€ 3.487,91 minus € 1.862,46) te veel in rekening heeft gebracht.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.266 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 recht heeft op een bedrag van € 2.711,64 (12 maanden x € 225,97). [partij B] stelt dat hij daarnaast nog recht heeft op twee keer de forfaitaire verhuisvergoeding van € 442,86, waarvoor volgens hem een machtiging zou zijn verleend, en een vergoeding van € 10,- voor bankkosten. [partij B] verwijst naar een tweetal beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland. In de eerste beschikking van 4 mei 2022 wordt machtiging verleend ‘
voor de kosten van het leeghalen van de woning van betrokkene en het brengen van een deel van de inboedel naar [naam 3] voor een bedrag van ongeveer € 1.500,-’.In de tweede beschikking van 1 augustus 2022 wordt machtiging verleend
‘in verband met de oplevering van de woning voor een bedrag van € 1.748,85’.Uit het onderliggende machtigingsverzoek van [partij B] blijkt dat deze kosten betrekking hebben op werkzaamheden die moesten worden verricht voor de oplevering van de woning. Anders dan [partij B] meent, is de kantonrechter van oordeel dat hieruit niet blijkt dat [partij B] gerechtigd is om twee keer de forfaitaire verhuisvergoeding van € 442,86 in rekening te brengen. De kantonrechter gaat hier dan ook niet in mee. Ten aanzien van de bankkosten overweegt de kantonrechter dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op 10,-. Dit betekent dat [partij B] in 2022 recht heeft op een beloning van € 2.721,64 (€ 2.711,64 + € 10,-).
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.269 Kompas c.s. stelt dat [partij B] gerechtigd is om een bedrag van € 2.145,72 in rekening te brengen. Kompas c.s. gaat hierbij uit van 9,5 maand x € 162,44. Deze berekening kan de kantonrechter echter niet volgen. Mogelijk dat Kompas c.s. het verkeerde maandtarief heeft gehanteerd. [partij B] stelt dat hij een bedrag van € 2.589,58 in rekening mag brengen. Dit bedrag bestaat uit € 2.146,72 (9,5 maand x € 225,97), € 442,86 (forfaitaire verhuisvergoeding) en € 10,- (vergoeding bankkosten). Ten aanzien van de reguliere beloning over 9,5 maand zal de kantonrechter uitgaan van de berekening van [partij B] , omdat de kantonrechter de berekening van Kompas c.s. niet kan volgen. Ten aanzien van de forfaitaire verhuisvergoeding van € 442,86 geldt ook nu dat [partij B] geen machtiging heeft overgelegd op basis waarvan hij gerechtigd is om deze kosten in rekening te brengen. De kantonrechter gaat hier dan ook niet in mee. Ten aanzien van de bankkosten overweegt de kantonrechter dat [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op 10,-. Dit betekent dat [partij B] in 2023 gerechtigd is om een bedrag van € 2.156,72 (€ 2.146,72 + € 10,-) in rekening mag brengen.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.296 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.850,70 (9,5 maand x € 194,81) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt dat hij daarnaast nog een vergoeding van € 20,- voor de bankkosten in rekening had mogen brengen. De kantonrechter overweegt dat de [partij B] conform de beslissing van de Expertgroep CBM recht heeft op een eenmalige vergoeding van € 10,- voor de bankkosten. Dit betekent dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.860,70 in rekening had mogen brengen.
Conclusie5.309 Dit betekent dat [partij B] in 2018 een bedrag van € 144,02 (€ 2.395,82 minus € 2.251,80) te veel in rekening heeft gebracht.
Budgetbeheerkosten 2022Welke kosten heeft [partij B] in rekening gebracht?5.319 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2022 een bedrag van in totaal € 4.217,09 in rekening heeft gebracht, terwijl [partij B] stelt dat hij € 2.560,09 in rekening heeft gebracht. Het verschil is te verklaren door twee overboekingen. Kompas c.s. stelt dat [partij B] op 18 mei 2022 een bedrag van € 1.587,- in rekening heeft gebracht en op 26 augustus een bedrag van € 70,-. Hoewel [partij B] zich niet heeft uitgelaten over het verschil en deze overboekingen, blijkt uit de bankafschriften wel degelijk dat deze bedragen zijn overgeboekt van de rekening van [partij A40] naar respectievelijk die van [partij B] en FZNN. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s. en stelt vast dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 4.217,09 in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.320 Kompas c.s. stelt dat [partij B] een bedrag van € 1.506,48 (12 maanden x € 125,54) in rekening had mogen brengen. [partij B] stelt daarnaast dat hij een bedrag van € 10,- extra in rekening mag brengen met als omschrijving ‘eenmalig’. De kantonrechter overweegt dat [partij B] op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op eenmalig € 10,-. Voor zover dit betrekking heeft op een vergoeding voor de bankkosten, geldt dat ook nu niet duidelijk is op basis waarvan [partij B] meent deze kosten in rekening te mogen brengen. Tussen partijen staat vast dat het bewind is opgeheven met ingang van 2021, zodat de kantonrechter uitgaat van budgetbeheer in 2022 en daarvoor geldt de beslissing van de Expertgroep CBM dat een bewindvoerder of curator recht heeft op een vergoeding voor de bankkosten niet. Of er sprake was van bewind in 2022 heeft [partij B] niet gesteld of anderszins aannemelijk gemaakt. [partij B] heeft bijvoorbeeld geen beschikking tot onderbewindstelling overgelegd. De kantonrechter is het daarom met Kompas c.s. eens dat [partij B] gerechtigd was om een bedrag van € 1.506,48 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.321 De conclusie is dat [partij B] in 2022 een bedrag van € 2.710,61 (€ 4.217,09 minus € 1.506,48) te veel in rekening heeft gebracht.
Welke kosten had [partij B] in rekening mogen brengen?5.323 Kompas c.s. stelt dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.129,86 (9 maanden x € 125,54) in rekening mocht brengen. [partij B] stelt dat hij € 1.192,63 (9,5 maand x € 125,54) in rekening mocht brengen. [partij B] heeft zijn stelling niet verder onderbouwd en gaat niet in op het verschil tussen deze bedragen, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het overzicht van Kompas c.s.
Slotsom5.325 De slotsom is dat [partij B] in de periode van 2018 tot en met 2023 een bedrag van in totaal € 11.114,96 te veel in rekening heeft gebracht als bewindvoerder en budgetbeheerder. De kantonrechter zal [partij B] dan ook veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag aan [partij A40] . Het restant van het gevorderde bedrag zal worden afgewezen.
Uitgaande van de belastingaangiften over de jaren 2018 tot en met 2023 blijkt dat het inkomen van de heer [partij A41] in die jaren hoger was dan 105% van de bijstandsnorm, dat is de in de gemeente Fryske Marren geldende norm om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag’.Dit betekent dat tussen partijen vaststaat dat het inkomen boven de norm lag om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag en dat de aanvraag zou zijn afgewezen, indien [partij B] wel een aanvraag had ingediend. Van schade is derhalve geen sprake. De kantonrechter zal deze schadepost afwijzen.
De beoordelingBewindvoerderskosten5.342 [partij B] betwist weliswaar dat hij te veel bewindvoerderskosten in rekening heeft gebracht, maar hij onderbouwt dit op geen enkele wijze. Het had op de weg van [partij B] gelegen om bijvoorbeeld aan de hand van een berekening van de door hem geïnde en te innen kosten te laten zien dat hij niet te veel kosten in rekening heeft gebracht. Dit heeft hij niet gedaan. [partij B] is ook niet ingegaan op de overboekingen van € 2.585,64 en € 2.711,64. [partij B] heeft zijn betwisting dan ook onvoldoende gemotiveerd, zodat de kantonrechter deze schadepost zal toewijzen.
Welke kosten mocht [partij B] in rekening brengen?5.354 Tussen partijen staat vast dat [partij B] in 2023 een bedrag van € 1.850,70 in rekening mocht brengen.
Conclusie5.355 Dit betekent dat [partij B] in 2023 recht heeft op een bedrag van € 97,41 (€ 1.850,70 minus € 1.753,29).
de vrijwaringszaak:
6.De Beslissing
de hoofdzaak:
dinsdag 16 september 2025voor het nemen van een akte uitlaten voortgang procedure/conclusie van repliek aan de zijde van [partij B] .