ECLI:NL:RBOVE:2025:3134

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
19 mei 2025
Zaaknummer
C/08/332790 / KG ZA 25-90
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 RvArt. 219a RvArt. 130 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging contactverbod tussen man en vrouw met gebiedsverboden en verwijdering sociale media berichten

De vrouw heeft een kort geding aangespannen tegen de man, waarbij zij een contactverbod vordert. De ouders van de vrouw vorderen zich te mogen voegen vanwege hun belang bij het gebiedsverbod, omdat zij regelmatig de kinderen en vrouw opvangen en niet geconfronteerd willen worden met de man. De man is niet verschenen ondanks behoorlijke oproeping, waardoor verstek wordt verleend.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen. Een wijziging van eis die tijdens de zitting is voorgesteld wordt buiten beschouwing gelaten omdat de man niet tijdig is geïnformeerd. De vorderingen van de vrouw worden niet weersproken en komen niet onrechtmatig of ongegrond voor.

De rechtbank legt aan de man een contactverbod op van één jaar, met verboden om contact te zoeken, informatie openbaar te maken over de vrouw en haar kinderen op sociale media, en gebiedsverboden rondom diverse locaties zoals de woning van de vrouw, het kinderdagverblijf en sportlocaties. Tevens wordt de man verplicht binnen tien dagen berichten over de vrouw op sociale media te verwijderen. De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank legt een contactverbod en gebiedsverboden op aan de man met dwangsommen bij overtreding.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/332790 / KG ZA 25-90
Vonnis in kort geding van 19 mei 2025
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. C.M. Sent,
met als voegende partijen aan de zijde van de vrouw:

1.[eiser 1],

2.
[eiser 2],
beiden te [woonplaats 2],
advocaat: mr. C.M. Sent,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 3],
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 mei 2025 met 14 producties;
- de akte houdende overlegging nadere producties (15 t/m 18);
- de akte houdende overlegging nadere productie 19;
- de vordering tot tussenkomst/voeging ex artikel 217 Rv Pro (herstel mbt geboortedatum);
- de mondelinge behandeling van 14 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De beoordeling

Voeging/tussenkomst
2.1.
De voegende partijen zijn de ouders van de vrouw. Zij vorderen dat zij zich in de onderhavige procedure mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen als bedoeld in artikel 217 Rv Pro. Voeging is de figuur waarbij de derde zich schaart aan de zijde van één van partijen, en dus niet meer beoogt dan toewijzing van de vordering in de hoofdzaak (voeging aan de zijde van eiser) dan wel afwijzing daarvan (voeging aan de zijde van gedaagde). Tussenkomst is de figuur waarbij de derde een eigen vordering instelt, die zich richt tegen beide partijen.
De voorzieningenrechter begrijpt dat de ouders van de vrouw met hun vordering voeging beogen. Daartoe voeren de ouders aan dat zowel de kinderen van de vrouw als de vrouw zelf met grote regelmaat door hen worden opgevangen. Daarbij hebben zij belang om niet onverhoeds geconfronteerd of lastig gevallen te worden door de man. Vanwege een eerder incident in oktober 2024 ziet het door de vrouw gevorderde gebiedsverbod daarom onder meer op hun woning, aldus de ouders van de vrouw.
2.2.
Voor het aannemen van een belang bij voeging is voldoende dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt (vgl. HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5241). Onder nadelige gevolgen verstaat de Hoge Raad de feitelijke of juridische gevolgen van de toe- of afwijzing van de vordering of het gezag van gewijsde dat de in de procedure gegeven eindbeslissingen kunnen hebben voor degene die voeging vordert (vgl. HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1787). De voorzieningenrechter oordeelt dat de ouders van de vrouw voldoende belang hebben bij hun vordering tot voeging (waarvoor zij ingevolge artikel 219a Rv griffierecht zijn verschuldigd).
Verstek
2.3.
De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De voorzieningenrechter stelt vast dat bij het betekenen van de dagvaarding de wettelijke vereisten zijn nageleefd en dat de voorgeschreven termijnen en overige formaliteiten in acht zijn genomen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat de vrouw ter zitting heeft toegelicht dat zij de dagvaarding ook via e-mail (beveiligd met Zivver) aan de man heeft verzonden en dat zij heeft gezien dat de man dit bericht heeft geopend en gelezen. De voorzieningenrechter zal daarom verstek verlenen tegen de man.
Spoedeisend belang
2.4.
Uit de aard van het gevorderde vloeit reeds voort dat de vrouw een spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft.
Eiswijziging
2.5.
Ter zitting heeft de vrouw verklaard dat in de derde alinea van het petitum na “sociale media” de woorden “te verwijderen” toegevoegd moeten worden. Voorts heeft de vrouw ter zitting haar eis aangevuld, in die zin dat aan de vordering over de gebiedsverboden wordt toegevoegd “bij overtreding van de gebiedsverboden, deze ongedaan te maken met behulp van de sterke arm van politie en justitie”.
2.6.
De voorzieningenrechter overweegt dat, indien een partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij is uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan hem of haar kenbaar heeft gemaakt (artikel 130 lid 3 Rv Pro). Gesteld noch gebleken is dat de vrouw aan deze eis heeft voldaan. De voorzieningenrechter zal de eisverandering daarom buiten beschouwing laten.
Beoordeling
2.7.
De man is niet verschenen en hij heeft de vorderingen van de vrouw niet weersproken. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten moet worden afgewezen. De vrouw heeft deze vordering op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Voorts zal de dwangsom worden gematigd.
Proceskosten
2.8.
Uitgangspunt is dat de proceskosten bij een (familie)relatie tussen partijen worden gecompenseerd. De vrouw heeft niet toegelicht waarom in dit geval van dit uitgangspunt zou moeten worden afgeweken. Het geschil houdt voldoende verband met de relatie die partijen hebben gehad. De proceskosten zullen daarom worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verbiedt de man, gedurende een periode van één jaar, na betekening van dit vonnis, in contact te treden met de vrouw in persoon, per brief, per poststuk of per e-mail, tenzij de communicatie verloopt via haar advocaat of het JBOV/LET schriftelijk anders heeft beslist in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding met een maximum van € 50.000,00;
3.2.
verbiedt de man, gedurende een periode van één jaar, na betekening van dit vonnis, informatie, berichten en meningen over de vrouw en beide kinderen openbaar te maken via elk bekend openbaar elektronisch medium, waaronder X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook en/of YouTube, waarbij het de man tevens is verboden om overeenkomstig informatie, meningen en berichten over en gericht tegen de vrouw openbaar te maken, waarbij de man haar noemt bij haar eigen naam, 'mijn ex', of 'de moeder van mijn kinderen' of op elke andere wijze waaruit de verwijzing naar de vrouw kennelijk volgt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding met een maximum van € 50.000,00;
3.3.
gebiedt de man om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis alle berichten/publicaties over de vrouw op sociale media te verwijderen, waaronder X, LinkedIn, Facebook, Instagram, TikTok, Blusky en YouTube in het algemeen of specifiek gericht aan haar werkgever of haar collega’s en/of iedere andere persoon uit haar directe omgeving, waarbij de man tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag dat de man niet heeft voldaan aan dit gebod, met een maximum van € 50.000,00;
3.4.
verbiedt de man voor de periode van één jaar, na betekening van dit vonnis, om zich op te houden binnen een straal van 50 meter rondom de hierna genoemde locaties, tenzij uitdrukkelijk schriftelijk anders is bepaald door JBOV/LET in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling, in de zin van de uitvoering van een omgangsregeling:
  • het woonhuis van de vrouw aan de [adres 1];
  • de [locatie 1] aan de [adres 2] (700 meter vanaf de woning van de man);
  • het kinderdagverblijf aan de [adres 3] (700 meter vanaf de woning van de man);
  • voetbalvereniging [locatie 2] aan de [adres 4] (1800 meter vanaf de woning van de man);
  • zwemles [locatie 3] op vrijdagen en zondagen (zwembad [locatie 3]) aan de [adres 5] (6900 meter vanaf de woning van de man);
  • de woning van de ouders van de vrouw aan de [adres 6] (950 meter vanaf de woning van de man);
op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding met een maximum van € 50.000,00;
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2025. (PS)