Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing van de Gemeente Kampen bij een aanbesteding voor de architectuur van de renovatie van het Stadhuis in Kampen. Eiser was tweede geëindigd en betoogde dat de inschrijving van de derde inschrijver, [bedrijf 1], abnormaal laag en irreëel was, en dat de Gemeente onvoldoende onderzoek had verricht naar deze inschrijving. De Gemeente stelde dat de lage inschrijving verklaarbaar was door het gebruik van voorwerk en een strakkere planning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Gemeente zich terecht op het standpunt kon stellen dat er geen aanwijzingen waren voor een abnormaal lage inschrijving en dat de Gemeente daarom geen nader onderzoek hoefde te verrichten. De toetsing van abnormaal lage inschrijvingen vindt plaats in twee fasen: een eerste prima facie beoordeling en, indien nodig, een gedetailleerd onderzoek. In deze zaak was de Gemeente niet in de tweede fase terechtgekomen.
Verder werd geoordeeld dat het gebruik van de totaalprijs als context bij de beoordeling van de inschrijving niet onrechtmatig was, omdat het gunningscriterium zich richtte op de prijs voor het VO light en het uitgewerkte VO light. Eiser kon niet aantonen dat de inschrijving van [bedrijf 1] onrealistisch was, noch dat de Gemeente haar beoordelingsplicht had geschonden.
De vorderingen van eiser werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. U. van Houten en uitgesproken op 21 januari 2025.