Partijen sloten een huurkoopovereenkomst voor zonnepanelen met een koopprijs van €39.039 exclusief btw en een jaarlijks rentepercentage van 3,5%. De kern van het geschil betrof de vraag of deze rente aanvullend op de koopprijs verschuldigd was of daarin was inbegrepen.
De kantonrechter onderzocht de uitleg van de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf en concludeerde dat de overeenkomst geen aanvullende rente bevatte. De huurkoopovereenkomst vermeldde het woord rente niet en ook de offerte en inventarisatieformulieren spraken niet over aanvullende rente. Hoewel de opdrachtbevestiging een rentepercentage noemde, was dit onvoldoende duidelijk als aanvullende rente. Bovendien had de eiser tot januari 2023 rente betaald onder protest en had tijdig geklaagd, waardoor geen sprake was van schending van de klachtplicht.
In reconventie stelde [partij A] dat de huurkoopovereenkomst vernietigbaar was op grond van de Tijdelijke Wet Huurkoop Onroerende Zaken, omdat zonnepanelen onroerende zaken zouden zijn. De kantonrechter oordeelde dat de zonnepanelen roerende zaken zijn, omdat zij niet als bestanddeel van het gebouw konden worden beschouwd. De zonnepanelen konden zonder beschadiging worden verwijderd en maakten geen wezenlijk onderdeel uit van het gebouw.
De vorderingen van Triple Groen werden afgewezen en ook de tegenvordering tot vernietiging van de overeenkomst werd verworpen. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.