Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
te grijpen en
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
6.De strafbaarheid van verdachte
Verdachte [verdachte] kwam in verwarde toestand halfnaakt, kruipend naar buiten. Verdachte kwam erg verward over. In de woning heeft de verdachte alles overhoop gehaald en vernield. Toen wij ter plaatse waren verklaarde aangeefster dat haar partner vermoedelijk in een psychose zat. Ik zag dat de verdachte via de achterdeur naar buiten kwam. Hij kroop als een slang over de grond. Ik sprak de verdachte aan, maar kreeg geen contact".
Ik zag dat hij geen broek en onderbroek aan had. Ik zag dat hij op de knieën ging en zich als een slang voortbewoog. Zo ging hij ook over allerlei goederen die buiten lagen".
”Via de keuken ben ik de woonkamer in gelopen. Ik zag dat er diverse goederen op de grond lagen. Boven zag ik dat het op de overloop een grote zooi was. Er lagen allerlei goederen. Ook lag er overal kleding. Ik moest over de goederen heen klimmen. Dit was ongeveer 1 meter hoog. Op de overloop van de zolder lag nog een grotere zooi. Ook richting slaapkamers zag ik allemaal inboedel en kleding liggen”.
Ik zag op beeld in de centrale van het arrestantencomplex dat
Het is niet in belang van betrokkene (t.a.v. psychotische toestandsbeeld) om langer op de cellengang in Borne te verblijven”.
7.De op te leggen straf of maatregel
20 december 2022 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
gevangenisstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
54 (vierenvijftig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte: