Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Ten aanzien van de invoeraangifte over maart 2017 betrekking hebbend op [bedrijf 2]
Ten aanzien van de overige invoeraangiften betrekking hebbend op [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4]
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienst-betrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in diens taakuitoefening;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaats-vinden en zodanig of vergelijkbaar werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kan worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
Ten aanzien van de invoeraangifte over maart 2017, betrekking hebbend op [bedrijf 2]
Ten aanzien van de overige invoeraangiften betrekking hebbend op [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4]