ECLI:NL:RBOVE:2023:2020
Rechtbank Overijssel
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet tijdig beslissen handhavingsverzoek en redelijke verlenging beslistermijn
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun handhavingsverzoek gericht tegen de activiteiten van een vennootschap op een perceel in Goor. De rechtbank had het eerste beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn volgens haar tijdig was verlengd tot 29 juni 2022. Opposanten stelden dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of de verlenging redelijk was en dat een tweede ingebrekestelling en beroep-niet-tijdig wel ontvankelijk en gegrond waren.
De rechtbank oordeelt dat zij in de buiten-zittinguitspraak een onjuist beoordelingskader heeft gehanteerd door niet te toetsen of de verlenging van de beslistermijn redelijk was. De verlenging tot 20 weken wordt echter niet onredelijk geacht gezien de complexiteit en de noodzaak tot afstemming tussen meerdere bestuursorganen. Het eerste beroep-niet-tijdig is daarom niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was.
Het tweede beroep-niet-tijdig is wel ontvankelijk en gegrond omdat verweerder na afloop van de verlengde termijn geen tijdige beslissing heeft genomen. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en stelt de verbeurde dwangsom vast op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan opposanten. Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het eerste beroep is gegrond, waardoor de eerdere uitspraak vervalt.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, het eerste beroep niet-ontvankelijk, het tweede beroep gegrond en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd met toekenning van proceskosten en dwangsom aan opposanten.