Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- de hoedanigheid van de goederen kent, en
- daadwerkelijke toegang heeft tot die goederen, en
- naar de uiterlijke verschijningsvorm weet of gezien de feitelijke omstandigheden redelijkerwijze moet weten dat de goederen niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in Nederland in de heffing zijn betrokken.
- voor een ieder was zichtbaar dat etiketten van dozen en/of verpakkingen werden verwijderd;
- bovenop stapels blanks voor de sigarettenverpakkingen waren blanks van chocoladeverpakkingen geplaatst zodat niet zichtbaar was dat sprake was van verpakkingsmateriaal voor sigaretten;
- er werd geen gebruik gemaakt van kenmerken als accijnszegels;
- er was geen bedrijfs-/merkaanduiding aanwezig in, op of bij het pand in de vorm van bijvoorbeeld een bord of stickers;
- het aggregaat was klaarblijkelijk bewust aan het zicht onttrokken door deze te verbergen in een apart hok achter stapels houtblokken;
- het betreffende deel van de loods was voorzien van geluidsisolatie; en
- de werkruimte was - blijkens verklaringen van (mede-)verdachten - tijdens de werkzaamheden afgesloten en van buitenaf niet zonder sleutel toegankelijk.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
1 tot en met 36vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer dan wel dat deze moeten worden verbeurd verklaard.
1 tot en met 17op de beslaglijst gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
18 tot en met 36(digitale apparatuur zoals diverse telefoons, laptops, smartphones, iPads, harddisks, tablets, usb-sticks), heeft de raadsman teruggave van deze voorwerpen aan de verdachte bepleit, nu niet is gebleken dat een of meer van de feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.
1 tot en met 17vatbaar zijn voor
onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot dan wel met behulp van deze voorwerpen de feiten zijn begaan of voorbereid dan wel die voorwerpen tot het begaan van de feiten zijn vervaardigd of bestemd, terwijl zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
360 (driehonderdzestig) dagen;
283 (tweehonderddrieentachtig dagen) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
onttrokken aan het verkeerde in beslag genomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de
nummers 1 tot en met 17;
gelast de bewaringten behoeve van de rechthebbende(n) van de in beslag genomen voorwerpen, te weten (digitale) apparatuur als telefoons, laptops, smartphones, iPads, harddisks, tablets, usb-sticks, zijnde de op beslaglijst genoemde voorwerpen onder de
nummers 18 tot en met 36;
heft ophet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden
.