ECLI:NL:RBOVE:2021:57
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde ondanks slachtofferschap mensenhandel
Eiseres diende op 8 november 2018 een verzoek in tot naturalisatie. Dit verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen op grond van een veroordeling tot taakstraf wegens overtreding van artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank bevestigt dat op grond van artikel 9 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap het verzoek kan worden afgewezen indien ernstige vermoedens bestaan dat de verzoeker een gevaar vormt voor de openbare orde.
Eiseres voerde aan dat zij slachtoffer was van mensenhandel en dat dit een bijzondere omstandigheid zou zijn die tot een gunstiger beoordeling zou moeten leiden. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheid niet als bijzonder kan worden aangemerkt en dat de strafrechter deze omstandigheden reeds heeft meegewogen bij het opleggen van de straf. Daarnaast heeft eiseres onvoldoende bewijs geleverd voor het causale verband tussen haar slachtofferschap en het gepleegde strafbare feit.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie en het beleid in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap, waarin terughoudendheid wordt betracht bij afwijking van het afwijzingsbeleid. Ook het beroep op het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel faalt omdat het verzoek niet leidt tot intrekking van de nationaliteit maar tot weigering van verlening. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek definitief af. Eiseres kan na het verstrijken van de rehabilitatietermijn van vijf jaar opnieuw een verzoek indienen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot naturalisatie wordt afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde.