ECLI:NL:RBOVE:2021:191
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen recht op transitievergoeding bij slapend dienstverband voorafgaand aan Wwz
De werknemer is sinds 1980 in dienst en meldde zich op 17 december 2012 ziek vanwege acute leukemie. Hij ontving vanaf 15 december 2014 een IVA-uitkering omdat re-integratie niet mogelijk was. De arbeidsovereenkomst was daarmee slapend geworden. De werknemer vorderde in kort geding dat de werkgever de arbeidsovereenkomst zou opzeggen met toekenning van een transitievergoeding.
De werkgever stelde dat geen transitievergoeding verschuldigd was omdat het dienstverband slapend was geworden vóór de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid (Wwz) op 1 juli 2015, en dat hij daarom niet gehouden was mee te werken aan beëindiging met vergoeding. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet verplicht is tot opzegging of instemming met beëindiging onder toekenning van transitievergoeding indien de compensatieregeling niet van toepassing is.
De kantonrechter volgde de uitleg van de compensatieregeling dat alleen compensatie wordt toegekend indien de arbeidsovereenkomst na 1 juli 2015 slapend is geworden. Omdat de wachttijd eindigde op 9 december 2014, kwam de werkgever niet in aanmerking voor compensatie en was hij niet gehouden mee te werken aan beëindiging met transitievergoeding. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tot beëindiging van het slapend dienstverband met transitievergoeding worden afgewezen.