Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1. Het onderzoek op de terechtzitting
2. De tenlastelegging
3. De voorvragen
4. De bewijsoverwegingen
5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6. De strafbaarheid van verdachte
7. De op te leggen straf of maatregel
8. De toegepaste wettelijke voorschriften
9. De beslissing
1.Het onderzoek op de terechtzitting
7 en 13 februari 2019, 28 november 2019, 2 december 2019, 21 januari 2020, 29 januari 2020, 13 februari 2020 en 24 maart 2020.
2.De tenlastelegging
3. De voorvragen
Protocol between the European Union, the European Community, the Swiss Confederation and the Principality of Liechtenstein on the accession of the Principality of Liechtenstein to the Agreement between the European Union, the European Community and the Swiss Confederation on the Swiss Confederation’s association with the implementation, application and development of the Schengen acquis. Daarin wordt immers verwezen naar de annexen bij het Associatieverdrag tussen de EU en Zwitserland, voor wat betreft de bepalingen van het Schengen acquis dat door Liechtenstein zal moeten worden geïmplementeerd. In Annex A van dat Associatieverdrag staat het EU-rechtshulpverdrag opgenomen. Daaruit valt af te leiden dat Liechtenstein dus ook aan dat verdrag is gebonden.
De namen en btw-nummers van bedrijven die als ploffer fungeren worden meestal maar korte tijd gebruikt, waarna de activiteiten worden gestaakt en een nieuwe ploffer de plaats inneemt van de eerdere ploffer. De Belastingdienst kan vervolgens de eerste ploffer niet meer aanspreken op zijn fiscale verplichtingen. Bestuurders van de bedrijven die fungeren als ploffer of buffer zijn slechts formeel leidinggevende en niet feitelijk betrokken bij de ondernemingen; zij zetten de bedrijven en bankrekeningen slechts op naam (‘katvangers’). Eén van de kenmerken van btw-carrouselfraude is dat sprake is van een prijsval: de ploffers factureren goederen aan de bufferbedrijven voor lagere bedragen dan waarvoor die aan de ploffers waren gefactureerd. Over het algemeen werd een structureel verlies geleden van gemiddeld ca. 13%. Deze prijsval kan alleen worden gerealiseerd doordat plofferbedrijven geen btw afdragen. De ‘winst’ die ten gevolge van deze handelwijze ontstaat, wordt over de diverse schakels verdeeld.
€ 32.518,50 aan btw in rekening gebracht. [23] Dit bedrag wordt op 25 maart 2013 ontvangen op de bankrekening van [verdachte] bij de VP-bank in Liechtenstein. [24] Deze iPads zijn intracommunautair geleverd, dus zonder btw, door [bedrijf 18] aan [bedrijf 1] voor een bedrag van € 181.070,--. [25] Deze factuur is eveneens betaald vanaf de rekening van [verdachte] bij de VP-bank, op 27 maart 2013. [26] De rechtbank constateert dat [bedrijf 1] de goederen ruim onder de inkoopprijs heeft doorverkocht. De in rekening gebrachte en ontvangen btw is door [bedrijf 1] niet afgedragen aan de Belastingdienst. [27]
€ 113.740,-- wordt op 26 maart 2013 ontvangen op de bankrekening van [verdachte] bij de VP-bank in Liechtenstein. [29] Deze partij Sony Playstations 3 is ook intracommunautair geleverd, dus zonder btw, door [bedrijf 19] Ltd aan [bedrijf 1] voor een bedrag van
€ 110.000,--. [30] Deze factuur is eveneens betaald vanaf de rekening van [verdachte] bij de VP-bank op 27 maart 2013. [31] De rechtbank constateert ook hier dat [bedrijf 1] de goederen ruim onder de inkoopprijs heeft doorverkocht en dat de in rekening gebrachte en
ontvangen btw door [bedrijf 1] niet is afgedragen aan de Belastingdienst. [32]
€ 292.730,-- en wordt daarnaast een bedrag van € 61.473,30 aan btw in rekening gebracht. [34] Dit bedrag wordt op 20 maart 2013 en 26 maart 2013 ontvangen op de bankrekening van [verdachte] bij de VP-bank in Liechtenstein. [35] heeft deze Seagate harddisks gekocht van [bedrijf 19] Ltd. Deze zijn intracommunautair geleverd, dus zonder btw, voor een totaalbedrag van € 342.100,--. [36] De betaling is gedaan vanaf de bankrekening van [verdachte] bij de VP-bank op 21 maart 2013 en 27 maart 2013. [37] De rechtbank constateert dat [bedrijf 2] de goederen dus onder de inkoopprijs heeft doorverkocht. De in rekening gebrachte en ontvangen btw is door [bedrijf 2] niet afgedragen aan de Belastingdienst. [38]
middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
€ 1.611.409,-- op bankrekening 337.855 en € 1.502.616,89 op bankrekening [rekeningnummer 1] .
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een geldboete van € 350.000,-- (driehonderdvijftigduizend euro);