ECLI:NL:RBOVE:2018:4111
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens schending inlichtingenplicht Participatiewet vernietigd wegens onvoldoende bewijs
Eiser ontving sinds 2012 een bijstandsuitkering en werd vanaf oktober 2015 geacht maandelijks inlichtingen te verstrekken over zijn werkzaamheden. Verweerder legde hem een boete op wegens vermeende schending van deze inlichtingenplicht. Eiser betwistte dit en voerde aan dat verweerder niet buiten redelijke twijfel had aangetoond dat hij de plicht had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd om de schending van de inlichtingenplicht voor de boeteoplegging vast te stellen. De verwijzing naar eerdere uitspraken en het onderzoek van de sociale recherche was niet toereikend om aan de verzwaarde bewijslast te voldoen. De boete was daarom onrechtmatig opgelegd.
Daarnaast werd het beroep van de echtgenote van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat de boete alleen aan eiser was opgelegd en niet aan haar. De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.