Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Vredeveld Twente B.V., te Hoogersmilde, eiseres,
[naam](werknemer), te Hengelo,
Rechtbank Overijssel
Werknemer was sinds 2007 werkzaam als internationaal chauffeur bij eiseres en meldde zich in 2012 ziek met psychische en later ook fysieke klachten. Vanaf 2014 ontving hij een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Verweerder kende hem op 27 maart 2017 een WGA-loonaanvullingsuitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Eiseres was het niet eens met deze vaststelling en voerde onder meer aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat de urenomvang van de maatman onjuist was vastgesteld en dat het arbeidskundig onderzoek onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de verzekeringsartsen hun conclusies begrijpelijk hadden gemotiveerd en dat de arbeidsdeskundige voldoende had toegelicht waarom bepaalde functies vervallen.
Verder werd geoordeeld dat de prognose en re-integratiemaatregelen niet relevant zijn voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. De toepassing van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) was niet onredelijk. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van ex-werkgever tegen het besluit tot toekenning van de WGA-loonaanvullingsuitkering is ongegrond verklaard.