ECLI:NL:RBOVE:2018:1561
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating tot verzekering Wet langdurige zorg bij werkzaamheden in Duitsland
Eiseres werkt sinds februari 2014 als zelfstandige in Duitsland en ontvangt daarnaast inkomsten uit verhuur in Nederland. Zij vroeg op 4 augustus 2016 vaststelling van haar verzekeringsplicht voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Verweerder besloot op 20 december 2016 dat zij niet verzekerd is voor de Wlz omdat zij uitsluitend buiten Nederland werkt. Eiseres verzocht op 5 mei 2017 om alsnog toegelaten te worden tot de Nederlandse Wlz-verzekering, wat werd afgewezen bij het bestreden besluit van 20 oktober 2017.
Eiseres betoogt dat verweerder ten onrechte artikel 11 van Pro Verordening (EG) Nr 883/2004 toepaste en dat zij vanwege het ontbreken van een woonadres in Duitsland niet verplicht is verzekerd daar, waardoor zij zou moeten kunnen kiezen voor het Nederlandse stelsel. Verweerder stelt dat de Duitse wetgeving van toepassing is op grond van artikel 11, derde lid, aanhef en onder a, van de Verordening en dat de Verordening geen keuze biedt tussen verzekeringsstelsels.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht toepassing gaf aan de Verordening en dat het besluit op juiste gronden is genomen. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat artikel 14 van Pro de Verordening haar keuzevrijheid geeft. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot toelating tot de Wlz-verzekering wordt ongegrond verklaard.