Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
W.M.B. Elferink, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. P. van der Stroom, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2017.
Rechtbank Overijssel
Verzoeker [A] heeft op 14 augustus 2017 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.J.B. Cornelissen, rechter in de rechtbank Overijssel, wegens vermeende schending van het EVRM, leugen, bedrog en valsheid in geschrifte. De wrakingskamer heeft dit verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. De verzoeker diende concrete feiten en omstandigheden aan te tonen die deze vrees ondersteunen. Het verzoeker heeft echter geen concrete feiten of omstandigheden kunnen aanvoeren die deze zware aanwijzing voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer stelde vast dat kritiek op eerdere jurisprudentie of eerdere uitspraken waarin verzoeker in het ongelijk is gesteld, geen grond voor wraking vormen. Ook werd de door verzoeker aangevoerde brief niet ingebracht in het geding. Gezien het ontbreken van zwaarwegende feiten wees de wrakingskamer het wrakingsverzoek af.
De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Cornelissen is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.