ECLI:NL:RBOVE:2016:1727
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging export kinderbijslag naar Turkije niet in strijd met discriminatieverboden en associatierecht
Eisers, met kinderen die in Turkije wonen, voerden beroep aan tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2015 te beëindigen op grond van de Wet herziening export kinderbijslag (Whek). Eisers stelden dat dit besluit discriminerend is en in strijd met nationale en internationale bepalingen, waaronder het associatierecht tussen de EU en Turkije.
De rechtbank overwoog dat het woonplaatsvereiste voor kinderbijslag niet direct aan nationaliteit is gekoppeld, maar wel een indirect onderscheid maakt. Dit onderscheid is volgens de rechtbank objectief gerechtvaardigd door het legitieme doel om de export van kinderbijslag te beëindigen en de middelen zijn proportioneel. Tevens oordeelde de rechtbank dat het beroep op het associatierecht faalt, mede gelet op een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
Hoewel verweerder de eisers niet heeft uitgenodigd voor een hoorzitting, achtte de rechtbank deze schending van de hoorplicht niet zodanig dat het besluit daardoor onrechtmatig is geworden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van kinderbijslagexport naar Turkije wordt ongegrond verklaard.