ECLI:NL:CRVB:2016:1229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-partnertoeslag wegens niet-verzekerde jaren partner
Appellant, geboren in 1947, vroeg een AOW-pensioen met partnertoeslag aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende een korting van 52% toe op de toeslag vanwege niet-verzekerde jaren van zijn jongere Poolse echtgenote, die pas in 2006 in Nederland kwam wonen.
Appellant voerde aan dat deze korting discriminerend is op grond van leeftijd volgens artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro. De rechtbank oordeelde dat de korting gebaseerd is op het aantal niet-verzekerde jaren en niet op leeftijd, en dat hiervoor een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de regeling niet direct leeftijdsdiscriminatoir is. De leeftijd van de partner bepaalt slechts het tijdvak waarbinnen niet-verzekerde jaren worden geteld. De wetgever heeft ruime beoordelingsvrijheid op het terrein van sociale verzekeringen en de regeling is passend bij de aard van de AOW als ingezetenenverzekering.
De Raad concludeerde dat er geen sprake is van kennelijke onredelijkheid of discriminatie en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 52% op de AOW-partnertoeslag als rechtmatig en niet-discriminerend.